Een Belgisch centrum voor conflictpreventie

Enkele maanden geleden hebben de groene parlementsleden Laenens en Drion een wetsvoorstel ingediend ter oprichting van een Centrum voor Conflictpreventie. De indieners van het voorstel hebben niet op een terroristische aanslag op het World Trade Centre en het Pentagon in de VS gewacht om hun voorstel in te dienen. Door deze terreurdaad komt hun voorstel echter in een nieuwe dynamiek terecht, een dynamiek die het aanschijn van de wereld de volgende jaren zal bepalen.Die dynamiek is niet meer of minder de vraag of nationale staten zich al dan niet gaan terugplooien op zichzelf. Twee uitersten dienen zich aan. Aan de ene kant vindt men de universalisten. Voor hen is het denken rond conflicten onlosmakelijk verbonden met de mensenrechten en de rechtstaat. Deze beweging, aangevoerd door progressieve intellectuelen, vindt haar vertegenwoordigers bij uitstek in organisaties zoals Human Rights Watch (HRW). In de jaren negentig hebben organisaties zoals HRW de toon gezet. Zij hebben massale schendingen van de mensenrechten aangeklaagd, dikke boeken over genocide gepubliceerd, regeringen ter verantwoording geroepen en dictators tot parias gemaakt. Het voorbije decennium mag men gerust het decennium van de wereldwijde mensenrechtenbeweging noemen.Daar dreigt nu verandering in te komen. De eerste steen van het nieuwe veiligheidsdiscours wordt gelegd door auteurs zoals Kaplan. Hij zegt dat de terroristische aanslag van 11 september ervoor zorgt dat de discussie over veiligheid onttrokken wordt aan de mensenrechtenbeweging en de progressieve intellectuelen. Veiligheid, zegt Kaplan, is nu terug een zaak van de gewone man en vrouw in de straat geworden. Het is terug core business geworden. Veiligheid is een zaak van militairen, wapens en inlichtingendiensten. Wat dit voor conflictpreventie betekent, maakte Kaplan meteen duidelijk. Al wat niet met de echte veiligheidsbelangen van de VS te maken heeft, dient ze niet te interesseren. Weg universele ethiek, weg mondiaal ontwikkelingsbeleid, weg internationale klimaatakkoorden, weg internationaal straftribunaal. Kaplan voorspelt dat de VS deze weg opgaan en stelt de eerste tekenen daarvan vast. We hopen dat hij ongelijk krijgt.Wanneer België deze discussie mee wil voeren, zowel nationaal als internationaal, zowel op academisch niveau als op politiek niveau, zowel met inbreng van de man en vrouw in de straat als met diplomaten, dan hebben wij nood aan een Centrum voor Conflictpreventie. Maar niet om het even welk centrum. De voorwaarden voor het goed functioneren van een dergelijk centrum zijn zeer streng. Als niet aan die voorwaarden voldaan kan worden, dreigt het al in het begin mis te lopen. De eerste voorwaarde is sterke politieke (en dus budgettaire) steun over de partijgrenzen heen voor de oprichting van het centrum. Dit moet gepaard gaan met zo groot mogelijke politieke onafhankelijkheid. Het centrum mag geen aanhangsel zijn van het ministerie van Buitenlandse Zaken, maar moet een onafhankelijk onderzoekslab zijn. Enkel zo kan degelijk werk afgeleverd worden, ook beleidsvoorbereidend werk.Tweede voorwaarde: het centrum dient opgevat als kenniscentrum waar jonge onderzoekers hun gang kunnen gaan. Slechts door het geven van vertrouwen en volledige onderzoeksvrijheid kom je tot de beste resultaten. Om te voorkomen dat de leiding van het centrum in handen komt van professoren met achterhaalde werkmethoden dient de leiding van het centrum gekozen te worden door een team van internationale experten. Academische kwaliteit van de onderzoekers dient het voornaamste selectiecriterium te zijn. Enkel zo voorkomt men dat jonge onderzoekers hun heil in het buitenland zoeken.Derde voorwaarde: het centrum moet zich inhoudelijk richten op een beperkt aantal onderzoeksthemas zoals genocide, terrorisme, vrede en ontwikkeling. Het centrum dient bijvoorbeeld op korte tijd te kunnen uitmaken of het Taliban-regime een genocide pleegt op delen van de Afghaanse bevolking. Zijn analyse moet leidinggevend zijn voor de beleidsvoering. Als men onderzoekers rapportjes laat maken die daarna in de schuif verdwijnen, moet men er niet aan beginnen.Vierde voorwaarde: het centrum dient methodologisch sterk te staan en dient specialisten in statistiek, politieke economie, speltheorie, vredesdynamiek en met terreinervaring aan te stellen. Vijfde voorwaarde: het centrum dient zich op enkele regios in de wereld te richten. Men kan niet alles willen doen. De Balkan, het Midden-Oosten en Centraal-Afrika lijken in aanmerking te komen.Zesde voorwaarde: het centrum dient het knooppunt te worden van een netwerk van conflictonderzoekers en beleidsmakers. Wekelijks dienen seminaries gehouden te worden waarbij knappe koppen uit binnen- en buitenland hun werk komen voorstellen. Naast wetenschappelijke diepgang dient hier ook plaats te zijn voor ethische reflectie en overleg met mensen uit de NGO-sector.Enkel wanneer aan deze basisvoorwaarden voldaan is, is een dergelijk centrum de moeite waard. Op losse fundamenten kan je geen gebouw bouwen. Zodra je de fundamenten hebt, kan je over werkvormen beginnen praten. Hoe betrek je de media in de activiteiten van het centrum? Hoe integreer je de kennis van militaire experts in een dergelijk centrum? Ga je ook educatief werken (naar scholen toe) of enkel met de diplomatie?Conflictpreventie en conflictanalyse zijn levensbelangrijk. Te belangrijk om over te laten aan één keihard werkende minister van Buitenlandse Zaken en één even hard werkende staatssecretaris van Ontwikkelingssamenwerking. Zij verdienen beleidsondersteuning gebaseerd op onderzoek van internationaal niveau. Capaciteit is daartoe genoeg aanwezig in ons land, maar naar goede Belgische gewoonte totaal versnipperd over tal van onderzoeksgroepen, instituten en NGOs. Als de politieke wil bestaat om deze kennis samen te brengen, onder optimale onderzoeksvoorwaarden, dan kan ons land een internationaal toonaangevend centrum voor conflictpreventie opbouwen.Philip Verwimp,Aspirant Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek, Departement Economie KU Leuven