Een drieluik als comeback

Bert van Gorp is een van die dansers en choreografen die al sinds jaren aan de weg timmert met zijn gezelschapje Contrecoeur, maar daarvoor van de overheid geen erkenning, en dus geen subsidies krijgt. Nochtans trof Van Gorp al bij zijn eerste voorstelling, De Martins Trilogie in de vroege jaren 90 een bijzondere toon. Net als in latere werken als Contrecoeur was van Gorp steeds op zijn best als hij ironisch-nostalgisch terugblikte naar de vroege jaren 60. Een duet met choreografe Sabine Blanc op muziek van Barry White was daarin een uitzinnig hoogtepunt.Werk waarin hij daarentegen een meer abstracte wijze van choreograferen uitprobeerde of aan de slag ging met theaterteksten als Wozzeck bleken artistiek maar matig succesvol. Toch was ook dan zijn energieke, molenwiekende bewegingsstijl vaak bijzonder prettig om te zien. CC Leuven blijft de man in elk geval volgen en steunen bij elke nieuwe voorstelling. Zo presenteert het zijn nieuwe voorstelling Dragonder. Het stuk is een drieluik, en opent met de gelijknamige solo van Bert van Gorp. Het uitgangspunt voor de solo is het filmscript van Magnolia van Paul Thomas Anderson. Muziek van Chet Baker levert de muziek bij de dans. Daarna volgt een duet met Sabine Blanc met de titel Louvert dans lenclos. Hier worden kalligrafische tekens in de ruimte ontwikkeld. Het slot van de avond is het duet Dances with aliens, gecreëerd en gedanst met Sean Tuan John, Van Gorps vaste partner in crime sinds jaren. Deze laatste voorstelling toerde reeds in Groot-Brittannië en Litouwen en brengt een cocktail van absurde fysieke humor, pop-art en kitsch.Dragonder is te zien in de Leuvense stadsschouwburg op 14 en 15 februari, telkens om 20u. Tickets: 12,5 euro. Inlichtingen en reservaties: 016/22.21.13 of www.leuven.be/cultureelcentrum.Reis terug in de tijdEen van de ontdekkingen die het Leuvense dansfestival Klapstuk op zijn palmares kan schrijven is ongetwijfeld de Amerikaanse choreografe Meg Stuart. Afgezien van wat kleiner werk in New-York, onder andere bij Randy Warszaw, maakte ze haar eerste avondvullende werken voor dit festival. Haar eerste werk uit 1991, Disfigure Study, werd haast onmiddellijk als een meesterwerk ontvangen en was de opmaat voor de twee volgende stukken, No longer ready-made en No one is watching, die ook op dit festival in première gingen. Op basis van de reputatie die ze met deze stukken verwierf, was Stuart trouwens de eerste buitenlandse choreografe die in Vlaanderen subsidies voor haar werk ontving. Disfigure Study wordt nu in het kader van de tiende editie van het Klapstukfestival eenmalig hernomen.Disfigure Study was in zekere zin het slachtoffer van zijn eigen succes. In de besprekingen van dit stuk werden alle mogelijke superlatieven bovengehaald. Men zag er bijvoorbeeld de eerste voldragen verbeelding van het leed van de aids-generatie en nog veel meer van dat fraais in. Hoewel dat allemaal tot op zekere hoogte ook waar was, misten die loftuitingen toch vaak de vormelijk-inhoudelijke pointe van dit werk. Stuart toont hier voor het eerst de bijzondere, studieuze blik waarmee ze het oppervlak van lichamen aftast, en het door bijzondere opgaven, tasks, buiten zijn gewone doen brengt. Daarin toont het stuk een buitengewone affiniteit met methodes en kijkwijzen van de beeldende kunst. De verwijzingen naar het werk van Francis Bacon waren in Disfigure Study bijvoorbeeld nauwelijks te missen. Het latere werk bevestigde wat in dit eerste werk reeds embryonaal aanwezig was, door de veelvuldige samenwerking met beeldend kunstenaars als Gary Hill of Ann Hamilton, of door de bijzondere wijze waarop ze andere media als video of muziek in haar voorstellingen verwerkte. Voor wie belangstelling heeft voor het werk van deze kunstenares, die in de evolutie van de hedendaagse dans in de tweede helft van de jaren 90 een cruciale positie inneemt, is de eenmalige herneming van deze Disfigure Study in het kader van het tiende Klapstukfestival daarom een buitenkans. De voorstelling wordt evenwel niet gepresenteerd in de oorspronkelijke bezetting met Stuart zelf, Francesco Camacho en Carlota Lagido (die ook de kostuums ontwierp) maar in een herwerkte versie met Simone Aughterlony, Josephine Evrad en Michael Ruegg, leden van het huidige Damaged Goods-ensemble. De oorspronkelijke muziek van Hahn Rowe werd uiteraard behouden, maar Nathalie Douxfils nam ook de kostuums terug onder handen. Deze presentatie wordt gecombineerd met een reeks voorstellingen van haar laatste, in Zurich gecreëerde werk Alibi (zie ook TC 4.12.01).Disfigure Study staat op dinsdag 19 en woensdag 20 februari om 20u30 in de Soetezaal van t Stuc. Op vrijdag 22 februari houdt Alain Platel op dezelfde plaats om 22u15 een gesprek met de choreografe over dit werk. Alibi is in dezelfde zaal te zien op 22 en 23 februari om 20u30. Inlichtingen en reservaties: 016/320.320 of tickets@stuk.be. Voor meer informatie: www.damagedgoods.be.Samenstelling: Pieter TJONCK