Advertentie
Advertentie

Een eiland dat aanzet tot grootse daden

Dit jaar wordt een goed jaar voor ijsbergen, vertelt Wayne Johnston. Of een slecht jaar. Het hangt er maar van af hoe je het bekijkt. Vorig jaar dreven er driehonderd voor de kust van Newfoundland. Dit jaar worden er vijfduizend verwacht. IJsbergen zijn prachtig, vooral wanneer je er vlakbij kunt komen. Maar de vissers vervloeken ze. In 1905 dreef er eentje voorbij die de vorm van een Mariabeeld had. De katholieken op het eiland werden bijna gek! Ze probeerden nog of het Vaticaan het niet tot een mirakel wilde verklaren, maar tevergeefs.Wayne Johnston is een Canadese journalist en schrijver. Zijn jongste boek, Kolonie van onvervulde dromen, gaat niet over ijsbergen, wel over Newfoundland. Het is een geromantiseerde geschiedenis van de Canadese provincie in de twintigste eeuw. De rode draad is het leven van Joey Smallwood, de eerste premier van de provincie na de aansluiting bij Canada in 1949.Newfoundland ligt in het noordoosten van Noord-Amerika, in het uiterste oosten van Canada. Een deel ligt op het Labrador-schiereiland, maar het belangrijkste deel van de provincie is het eiland in de Atlantische Oceaan dat de Newfoundlanders The Rock noemen. Een grotendeels onherbergzaam gebied waar regen en mist in overvloed voorkomen, en waar de zomers, met gemiddelde temperaturen tussen het vriespunt en vijf graden, warm genoemd worden.Toen Newfoundland in 1949 na een referendum de tiende provincie van Canada werd, had deze verzameling bossen en rotsen een bewogen geschiedenis achter de rug. Al in de zestiende eeuw werden steeds meer Franse, Britse en Spaanse vissers aangetrokken door de rijke visgronden. Vooral Groot-Brittannië en Frankrijk zouden elkaar de volgende eeuwen het leven zuur maken om het bezit van Newfoundland, maar uiteindelijk werd het een Britse kolonie. In 1855 kreeg zij recht op zelfbestuur, maar in 1949 koos een nipte meerderheid van de bevolking voor aansluiting bij Canada.Kolonie van onvervulde dromen wordt wel eens vergeleken met de boeken van Dickens. Dat heeft alles te maken met het begin van het boek, waarin de jeugd van Smallwood wordt beschreven. Johnston is zelf geboren en getogen in Newfoundland, en hij schetst met de nodige couleur locale het leven op de kostschool en in de stad, en het komen en gaan van de vissersboten in de haven. Bijzonder kleurrijk is de beschrijving van een zeehondenjacht die Smallwood meemaakt als beginnend reporter. Omdat hij nog zo jong is, mag hij van de kapitein het schip niet verlaten. Smallwood observeert de mannen op het ijs met zijn verrekijker, en stuurt zijn artikels door via de telegraaf. Ook wanneer tientallen mannen in een sneeuwstorm verdwalen en doodvriezen, omdat de kapitein van een ander schip weigerde hen aan boord te nemen. Het is trouwens deze wandaad die het sociale bewustzijn van Smallwood wakkerschudt, en hem de politiek binnen voert.Newfoundland komt uit Wayne Johnstons beschrijving naar voren als een gesloten, donkere wereld die volledig door de zee wordt gedomineerd, en waar elke buitenstaander met argwaan wordt bekeken. Schijn bedriegt, verzekert Johnston me. In de hoofdstad St. Johns valt heel wat te beleven. Newfoundlanders zijn behoorlijke feestvierders, en er bloeit een rijk cultuurleven. Maar de Newfoundlanders vormen inderdaad een erg hechte, gesloten gemeenschap. Een bekend volksliedje luidt niet voor niets Thank God were surrounded by water. We zijn heel blij dat de Amerikaanse cultuur maar weinig vat heeft op het eiland, omdat de Atlantische Oceaan een stevige buffer vormt.Dat isolement is nochtans een tweesnijdend zwaard, geeft Johnston toe. Enerzijds weten de Newfoundlanders maar al te goed dat ze minder welvarend zijn dan de meeste andere Canadezen en Noord-Amerikanen, maar anderzijds zijn ze razend trots op hun roots en op hun eiland.Dat geldt ook voor Joey Smallwood. Smallwood is een pientere knaap, die er alles voor over heeft om te ontsnappen aan de armoede van zijn familie, de dronken klaagzangen van zijn vader, en de dreiging om in de laarzen- en schoenenzaak van zijn oom te moeten werken. Nochtans droomt hij niet van grote rijkdom. Wel wordt hij gedreven door het verlangen om iets belangrijks te doen dat in verhouding staat tot de grootsheid van het land zelf.Ik zocht een historische figuur om de geschiedenis van Newfoundland aan op te hangen, zegt Johnston. Smallwood leek me de perfecte figuur. Zijn karakter weerspiegelt uitstekend dat typisch Newfoundlandse dilemma, het sluimerende minderwaardigheidsgevoel met daartegenover de ambitie het ver te schoppen. Bovendien leefde en werkte hij in een interessante periode. De armoede in het begin van deze eeuw, de oorlog, en het referendum in 1949 dat een dubbeltje op zijn kant was. Slechts een kleine meerderheid, zon 78.000 tegenover 73.000, koos voor aansluiting bij Canada. Het land was verscheurd door de keuze tussen arme onafhankelijkheid, en iets minder arme afhankelijkheid.Dat de keuze voor afhankelijkheid het uiteindelijk haalde, was in feite het gevolg van een paniekreactie. Tijdens de Tweede Wereldoorlog waren er Britse en Amerikaanse luchtmachtbasissen gevestigd op het eiland, en die soldaten brachten flink wat geld in het laatje. Toen zij na de oorlog wegtrokken, vreesden vele Newfoundlanders dat de armoede van voor de oorlog zou terugkeren. Het was dus een keuze tussen patriottisme en hongerige kinderen.Dat Smallwood - net als Newfoundland - voor de meeste lezers een illustere onbekende is, stoort Johnston niet. In feite is het een universeel verhaal: de strijd van een individu tegen de kracht van de geschiedenis, waarbij hij zijn idealen en zijn persoonlijkheid tracht te behouden. Op een hoger niveau gaat om de strijd van een kleine natie die haar identiteit wil bewaren, tegen de uitbuiting door een groter land. Zodra Smallwood aan de macht komt, stopt het verhaal trouwens. Op het einde van het boek maakt het een grote sprong voorwaarts in de tijd, naar het einde van het leven van Smallwood. Het is mij om zijn persoonlijke ontwikkeling te doen, niet om zijn politieke geschiedenis.Mijn boek is historische fictie, met de klemtoon op fictie. Het is dan ook geen biografie van Smallwood. Over zijn jongste jaren is trouwens maar heel weinig bekend. De archieven in Newfoundland zijn erg beperkt, en bovendien is veel van de informatie nog altijd niet toegankelijk. Kortom, er was plaats zat voor mijn eigen fantasie. Ik heb dan ook nooit het gevoel gehad dat er historici mee over mijn schouder loerden terwijl ik aan het schrijven was.Het boek kan trouwens nog op een andere manier gelezen worden, als het relaas van een onmogelijke liefde. Om Smallwood tegengewicht te geven, vond Johnston Sheilagh Fielding uit, een intelligente doktersdochter met haar op de tanden, die later een vooraanstaande columniste in een dagblad wordt, en ook Smallwood niet spaart in haar vlijmscherpe kritieken. Een pijnlijke gebeurtenis op de kostschool zorgde er echter voor dat hun relatie onder een ongunstig gesternte begon. Hun hele leven lang kruisen hun paden, zonder dat de wederzijds sluimerende liefde opbloeit.Aanvankelijk wilde ik het verhaal van Smallwood in de eerste persoon vertellen, geeft Johnston toe. Uiteindelijk stapte ik af van dat idee, omdat het niet genoeg ruimte bood. De figuur van Fielding geeft het boek een extra dimensie, waardoor het het louter lokale niveau overstijgt. Bovendien beklemtoont de aanwezigheid van Fielding het belang van vriendschap en menselijke relaties, en vormt zij een contrast met de politieke wereld.Dat Fielding als jong meisje probleemloos een plaats verovert in de mannenwereld van de journalistiek, doet volgens Johnston helemaal geen afbreuk aan haar geloofwaardigheid. In de jaren twintig waren er veertien dagbladen in Newfoundland. De journalistiek was een van de weinige beroepen waarin vrouwen zich konden profileren. Een van die journalistes leeft nog: ze heet Grace Sparkes, en ze was een tegenstander van Smallwood in de campagne rond het referendum. Zij stond helemaal niet model voor Fielding, maar toen ik haar vorig jaar ontmoette, vertelde ze me dat iedereen dacht dat zij de Fielding uit het boek was. Ik vind dat helemaal niet erg, hoor, zei ze. Maar zelfs voor al het geld van de wereld zou ik nog niet met een vent als Smallwood naar bed gaan!Johnston blijkt op zijn best wanneer hij het leven en de natuur op Newfoundland beschrijft, en zijn figuren laat reageren op de overweldigende natuur. Door haar schoonheid en haar onherbergzaamheid zet deze plaats de mensen aan tot handelen. De grond is er zo arm en onvruchtbaar dat het al een grote uitdaging is er te willen leven. Newfoundlanders vechten nog elke dag om een behoorlijk bestaan op te bouwen. De ironie wil dat zij daarin worden tegengewerkt door precies datgene wat hun eiland zo mooi maakt, namelijk de natuur. LHWayne Johnston - Kolonie van onvervulde dromen - 2000, De Geus, 588 blz., ISBN 90-5226-723-5.