Advertentie
Advertentie

Een fles zonder bodem

(tijd) - Na Boelwerf Vlaanderen en de Kempense Steenkoolmijnen valt met Verlipack nog maar eens het doek over wat ooit een nationale sector was. Al sinds de jaren zestig torste de holglassector in ons land zware problemen. Alleen Verlipack wist de zware crisis van het begin van de jaren zestig te overleven. De groep had toen vijf bedrijfszetels waarvan drie in Wallonië (Jumet, Ghlin en Momignies) en twee in Vlaanderen (Mol en Merksem). De maatschappelijke zetel bevond zich in Brussel. Tussen 1973 en 1978 wisselden de positieve en negatieve boekjaren zich af bij Verlipack. Toen in 1978 de prijzen met zowat 50 procent in mekaar stortten, klonken voor het eerst de doodsklokken bij Verlipack. Het bureau McKinsey werd belast met de opmaak van een herstructureringsplan. Verlipack werd met staatsvoorschotten ten belope van 350 miljoen frank twee jaar lang in leven gehouden. In november 1979 besliste de regering de holglasverpakking onder de nationale bevoegdheid te plaatsen. België was na het staal, de textiel, scheepsbouw en steenkool een vijfde nationale sector 'rijker'.