Een fundamenteel beter ondersteunde hausse op Wall Street

(tijd) - Men kan van Wall Street veel zeggen, maar dat professionelen en beleggers er collectief op hun achterhoofd gevallen zouden zijn, dat vraagt iets teveel van de fantasie. Als de Amerikaanse beurs deze week meer dan het dubbele noteerde van de piek die in de zomermaanden van 1987 bereikt werd, vlak voor de grote crash, dan mag men aannemen dat daar een aantal deugdelijke redenen voor zijn. Tegelijk is het een normale menselijke reflex om in het bereiken of doorbreken van een dergelijke mijlpaal meteen ook de signalen te zien van naderend onheil. Niets zegt immers dat de geschiedenis zich niet zou kunnen herhalen. Zeer zeker, er mag echt niet veel mislopen om het feest in Wall Street grondig te verstoren. Anderzijds zit er achter de opgang van de beurs sinds 1987 een steviger fundamentele onderbouw dan dat in de aanloop naar de crash van oktober 1987 het geval was.De jaren tachtig zullen wel blijvend de geschiedenis ingaan als die van de grote terugkeer van de beurs na ruim tien jaar lamentabele prestaties. Theoretisch mag het dan wel zo zijn dat de markt op een voldoende lange termijn altijd haar risicopremie betaalt, het begrip 'voldoende lang' kreeg in de jaren zeventig een nogal wrange betekenis. Tussen 1970 en 1982 gebeurde er op de beurs in nominale termen immers bijna niets. De S&P 500 index lag in 1970 rond 100 punten en daar stond die begin 1982 nog. Gezien de impact van de twee grote inflatiegolven van de jaren zeventig betekende dit dat een belegger die in 1970 in de markt was gestapt tegen 1982 een aanzienlijk gecumuleerd verlies aan koopkracht had moeten incasseren.