Advertentie
Advertentie

Een monumentvan een vereniging

Als men in Vlaanderen verlangend uitkijkt naar een voorbeeld op het gebied van natuurbescherming, dan zullen de blikken nogal dikwijls in noordelijke richting gaan. Nederland heeft bij ons het imago goed bezig te zijn op dat vlak, met heel wat projecten die op stapel staan, voorzien van handenvol geld bovendien. Als we nagaan hoe de grootste particuliere natuurvereniging van het land, Natuurmonumenten, de zaken aanpakt, dan zouden we geneigd zijn aan te nemen dat men ginder hard aan de groene weg aan het timmeren is.In tegenstelling tot Vlaanderen, heeft elke organisatie, privé of openbaar, haar taak in het op poten zetten van een heuse structuur die de natuurbescherming in goede banen moet leiden. Zo moet Natuurmonumenten instaan voor de realisatie van 25 procent van de EHS, de Ecologische Hoofdstructuur. Deze laatste moet tegen 2018 700.000 ha groot zijn, en Natuurmonumenten rekent zich voor dat het daartoe elk jaar minstens 2.650 ha grond moet verwerven (vandaag hebben reeds 500.000 ha het statuut van natuurgebied). In 1999 werd dit doel fors overschreden, vermits 3.400 ha toegevoegd werden aan het verenigingspatrimonium (dat vandaag ruwweg 85.000 ha bedraagt). In 2000 zal de kaap van 3.000 ha opnieuw gemakkelijk worden gehaald. De vereniging stuurt heel regelmatig het beleid aan; dit kan ze doen omdat het draagvlak van bijna één miljoen leden-gezinnen een sterke drukkingsgroep betekent waarmee duidelijk rekening wordt gehouden. Natuurmonumenten neemt zich nu voor om, samen met de andere verenigingen en het Rijk, het doeljaar 2018 fors terug te schroeven. Het stelt zonder meer dat drie kwart van het totaal te verwerven areaal van de EHS vóór 2008 zou moeten worden gerealiseerd. Het voornaamste argument is dat van de stijgende grondprijzen. En de verdere redenering wordt opgebouwd rond de besparingen die zon vervroegde aankoop zouden opleveren; die kan men aanwenden om de uittredende boeren die hun gronden zouden dienen te verlaten, billijk te vergoeden. Nederland heeft zich voorngenomen om de EHS op het land 700.000 ha groot te maken, dit is ongeveer 16 procent van de totale oppervlakte. Daarbovenop worden nog eens delen van de Noordzee, de Waddenzee en het IJsselmeer voorzien om opgenomen te worden in de EHS. Deze natte gebieden moeten alles samen een oppervlakte halen van 7 miljoen ha. Ter vergelijking: heel Nederland is ruwweg 4,1 miljoen ha groot (landoppervlakte).Het professioneel kader van Natuurmonumenten bestaat uit een 550-tal mensen, daarnaast functioneren heel wat vrijwilligers op verschillende niveaus, zij het minder dan bij ons. Door de grote mate van professionalisering en door de Nederlandse cultuur van (soms eindeloos?) overleg, lijdt de vereniging wel eens aan ernstige vormen van bureaucratie. In vergelijking met bv. Natuurreservaten, vindt ze dat ze niet altijd even efficiënt bezig is, en daarom wil ze haar vrijwilligerswerking anders structureren. De leermeesters hierbij zijn de (op dat vlak) onevenaarbare Vlamingen. In bijna alle andere vakgebieden staat Natuurmonumenten dikwijs veel verder dan zijn zustervereniging Natuurreservaten. De specifieke natuur- en milieustudies, het beheer, het verzamelen van monitoringgegevens en de verwerking ervan, zijn meestal breed en diep uitgewerkt. Soms worden ook massas middelen vrijgemaakt voor een, naar Vlaamse normen soms wat te grootschalige, aanpak van o.a. inrichtingswerken. Bedragen van vele tientallen miljoenen frank zijn hier zeker geen zeldzaamheid. Bovendien gaan heel wat middelen naar aankoop, herstel en beheer van gebouwen. Veelal worden hele domeinen aangekocht, waarbij men zowel natuur- als culturele waarden herstelt in het kader van een globaal project. Met zon project stapt de vereniging dan rechtstreeks naar de leden en de burgers in het algemeen, met vraag om massale steun. De respons hierop is, naar onze normen, vaak overweldigend. Regelmatig worden miljoenen gulden bijeengehaald.Een merkwaardig fenomeen vinden we ook bij de gevoerde politiek in verband met toegankelijkheid van de terreinen. De gebieden die Natuurmonumenten in eigendom heeft, stelt men graag open voor het (grote) publiek, maar er is dan steevast een ingangsprijs te betalen. Die ligt gemiddeld rond een tientje (10 gulden) voor de leden, tot 15 gulden voor de niet-leden. Geen Nederlander die daarover zeurt. Het geld wordt immers geïnvesteerd in de groene zaak, en dan kan het er blijkbaar wel van af. Dit principe in Vlaanderen toepassen zou misschien geen revolutie veroorzaken, maar er zou toch heel wat commentaar gegeven worden, tot en met acties vanuit bepaalde gebruikersgroepen die zich verongelijkt zouden voelen.Ook typisch voor Nederland, maar wel meer in het verleden dan nu, is de soms gedurfde harde scheiding tussen de verschillende grondbestemmingen. Mooie natuurgebieden gingen op de schop voor pure landbouw; heel wat landbouwgebied werd omgetoverd tot grootschalige natuurprojecten. Intussen sluiten onze noorderburen zich steeds meer aan bij de relatief nieuwe EU-zienswijze om natuur en landbouw met elkaar te verweven over grote oppervlakten, en in welbepaalde zones. Hierbij dient ook het specifiek gegeven gevoegd, dat een boer in Nederland er dikwijls geen punt van maakt te verhuizen. Heel frequent werden en worden landbouwbedrijven die men opofferde aan de natuur, gewoon verplaatst naar vooral de ingepolderde gronden van Flevoland. Door deze uitwijkingsmogelijkheid werd het veld vrijgemaakt om gigantische initiatieven voor natuurontwikkeling te nemen. Dit soort ruiloperaties is in Vlaanderen gewoon niet denkbaar. Ten eerste omdat de reservegebieden eenvoudigweg niet bestaan, en ten tweede omdat de meeste boeren honkvast zijn en dus geen verplaatsing verdragen.Maar die grootschaligheid vindt men ook wel terug in het denken van Kees-met-de-pet. Daar waar men in Vlaanderen vanuit vele hoeken al moeilijk doet als de particuliere verenigingen alles samen enkele honderden miljoenen aankoopsubsidies krijgen van het Gewest, vindt de doorsnee Nederlander blijkbaar dat Natuurmonumenten niet groot en sterk genoeg kan zijn. Per jaar komen er netto gemiddeld 35.000 leden bij, terwijl ook elke inzamelactie bijna per definitie een onverdeeld succes is. Als de jaarrapporten openbaar gemaakt worden, zie je bij de leden tevreden gezichten over de torenhoge financiële middelen waarover de vereniging beschikt. De vele miljarden frank, die deels ook door het Rijk worden geleverd, lijken daar geen hond te storen; de bomen mogen er zorgeloos tot in de hemel groeien.Een typisch gadget dat Natuurmonumenten met de regelmaat van een klok uitbrengt, is de Complete Gids Natuur- en Wandelgebieden in Nederland. Dit handige boek (paperback) wordt gratis opgestuurd naar elk lid: 470 bladzijden nuttige informatie over alle natuurgebieden in Nederland, ook van de gebieden die niet door de vereniging beheerd worden. Interessante situeringskaarten, natuurweetjes per gebied, verschillende klasseringsindexen om de terreinen gemakkelijk terug te vinden.Ten slotte nog iets over de structurele sponsoring van Natuurmonumenten. De hoofdsponsor is ING Bank, al sinds verschillende jaren. Het is een typisch voorbeeld van een veel grotere verweving tussen de wereld van natuurbescherming en bedrijfsleven dan in Vlaanderen. Zo zijn de directeurs van Natuurmonumenten veelal gevierde zakenmensen of zelfs ex-ministers (misschien moet Natuurreservaten maar eens peilen bij de vele ex-excellenties die Vlaanderen rijk is). De sponsoring vanuit die hoek wordt minder kritisch doorgelicht dan hier, alhoewel firmas die met genetische manipulatie bezig zijn, uiteraard geen sponsor zouden kunnen worden. Toch gaat de samenwerking met bedrijven heel ver, denken we maar aan firmas uit de (petro)chemische sector. Die zijn of waren soms geen voorbeeld op het vlak van milieubeheer, maar dat belet niet dat er toch samenwerkingsakkoorden mee worden afgesloten. Ook met de Nationale Postcode Loterij werd een verregaande overeenkomst gemaakt voor niet minder dan 30 jaar. In 99 werd een bedrag overeengekomen van zegge en schrijve 30 miljoen gulden, zomaar aan Natuurmonumenten over te maken! Dat zijn sponsorings om u tegen te zeggen, die men daar wel weet te appreciëren, en die meteen een ernstige planning mogelijk maken in verband met de bestedingen ervan. Want is het hier niet zoals op andere gebieden in de samenleving: je kunt meer en (soms) beter koken met meer middelen. Dat heeft ook een Nederlander snel begrepen...Toch ook nog een schaduwkant (en dit is zeker niet de enige): de Nederlanders krijgen soms het verwijt dat ze in eigen land wel zorgen dat alles koosjer en correct is, maar dat ze hun problemen wel eens durven exporteren. En inderdaad, de mercantiele reflex haalt het wel eens op de ethische. Het probleem van de schaarse woongelegenheid laat men wel eens met graagte aan de Duitse en Vlaamse buur de nieuwe hypotheekwet is daar een pijnlijk voorbeeld van. Maar ook uitvoer van giftig afval, of de eigen belangenverdediging in o.a. de Waterverdragen, hebben al heel wat kwaad bloed gezet. Mensen uit het internationale bedrijfsleven zeggen dan weer dat Nederlanders gewoon goede onderhandelaars zijn; t is maar hoe je het bekijkt, zeker? Herman DIERICKX