Advertentie
Advertentie

Een passie voor helleborus

Wie beweert dat de winter een saai tuinseizoen is, loopt met de ogen in een zak. Vorige week hadden we het reeds over de toverhazelaars. Een andere prachtige winterbloeier is de helleborus.De helleborus is net als de toverhazelaar een fascinerende plant die de natuurelementen lijkt te tarten en in hartje winter vrolijk begint te bloeien. Er zijn zo nog wel een paar bloemen - ik denk bijvoorbeeld aan de vertederende sneeuwklokjes, de kortbloeiende Iris unguicularis en de vrolijke Cyclamen coum - maar de helleborus is zonder twijfel de meest tot de verbeelding sprekende winterbloeier. Niet alleen door zijn vroege bloei is hij zo bijzonder, maar vooral door de grootte en de schoonheid van zijn kelkvormige bloemen in de meest subtiele tinten van wit, roze, lichtgeel, groen, donkerrood, paars tot bijna zwart. De bloemen knikken altijd naar beneden, waardoor men ze met de hand wat moet omhoog draaien om er echt te kunnen van genieten. Dan zie je binnenin de prachtige stipjes en adertjes die in hoge mate bijdragen tot hun charme. Bovendien hebben de meeste soorten ook prachtige bladeren waardoor ze ook buiten de bloeiperiode een sieraad zijn in de tuin. Ten slotte kunnen de bloemen ook afgeknipt worden en blijven ze weken goed drijvend in een schaal met water waardoor u de bloempjes van heel dicht kunt bewonderen en pas echt kunt genieten van hun prachtige tinten. Terecht schrijft de Britse helleborusspecialiste Elizabeth Strangman in het boek Helleborus (in 1998 verschenen bij Schuyt en co en in België verdeeld door de Standaard Uitgeverij) dat helleborus verslavend is. Als u eenmaal in de ban bent van zijn charme, is het moeilijk de betovering te verbreken. De meeste liefhebbers vertonen ontwenningsverschijnselen als hun een jaarlijkse dosis van een of meerdere nieuwe schatten wordt onthouden.Helleborus is een van oorsprong Europese plant die van nature voorkomt van Engeland over Zuid- en Midden-Europa tot in Turkije en Oekraïne. Als de Europese Unie ooit een plantaardig symbool zou zoeken, dan komt de helleborus daarvoor zeker in aanmerking. Helleborus Multifidis, afkomstig uit de Balkan, zou men zelfs een soort plantaardige aanklacht tegen de etnische zuiveringen in het voormalige Joegoslavië kunnen noemen: achter de naam multifidis gaan nl. verschillende ondersoorten schuil, serbicus, croaticus en herzegovinus, allemaal leden van een en dezelfde familie... Inheems in ons land is de Helleborus Niger die ook kerstroos of zwart nieskruid wordt genoemd, waarbij zwart slaat op de wortel, en niet op de delicate wit-rozige bloemen. Het nieskruid is een van de oudste tuinplanten uit onze streken. Het werd waarschijnlijk al in de tijd van de Romeinen in de tuin gebruikt, en in prehistorische opgravingen zijn zaden van het nieskruid gevonden. Maar dat heeft misschien te maken met het feit dat het nieskruid, zoals de meeste ranonkelachtigen, giftig is en waarschijnlijk werd gebruikt om gifpijlen te maken, een gebruik dat tot in de vroege middeleeuwen in bepaalde streken van West-Europa zou hebben bestaan. Het nieskruid werd in de Oudheid en de Middeleeuwen ook beschouwd als een middeltje tegen waanzin. Rembert Dodoens (1518-1585) schreef hierover in zijn beroemde Cruydtboek: Eenen dranck van de Swarte Nieswortel gemaeckt is goet om te genesen al de gene die de vallende sieckte onderheevich zijn ende de gene die met de vierde daechsche cortse gequelt zijn. Voorts soo can de Swarte Nieswortel alleen oft met Wieroock en de Olie vermengt alle ruydichheidt, schorftheit, melaetsheyt, onsuyvere smetten, plecken ende vlecken des lichaams weck nemen als men de huydt daer mede struyckt.Volgens een ander middeleeuws kruidenboek is purgeren met helleborus ook een middel tegen melancholie. Een familielid van de H. Niger, de H. Viridus of wrangwortel, werd in de middeleeuwen gebruikt als middel tegen wormen. De patiënt liep echter meer risico dan de wormen, want deze plant is zeer giftig. In de veeartsenij werd de wrangwortel zeker tot in de 17de eeuw gebruikt bij paarden als wormafdrijvend middel. Aan de helleborus werden ook bovennatuurlijke krachten toegeschreven. Zo wordt hij ook genoemd als een bestanddeel van de fameuze heksenzalf waarmee heksen zich insmeerden om te kunnen vliegen. Wat wél schijnt te kloppen is dat de wortel van de H. Niger bepaalde stoffen bevat die hallucinaties kunnen veroorzaken, zodat men misschien de indruk had dat men kon vliegen. Een soort LSD avant la lettre dus.Deze Helleborus Niger heeft meestal witte tot lichtroze bloemkelken. Het is zeker niet de gemakkelijkste klant in de tuin. In sommige tuinen zullen ze, om onverklaarbare wijze en ondanks de beste zorgen, nooit bloeien. Meer zelfs, ze zullen elk jaar kleiner worden en uiteindelijk helemaal wegschrompelen. Bij mij in de tuin doen ze het schitterend op die ene plaats, maar kan ik ze met de beste wil van de wereld niet doen groeien op een andere plaats. Ik heb er geen verklaring voor. Misschien verdragen ze niet goed droogte (onder bomen of dicht bij een haag), maar dat is slechts een vermoeden. Ook de Helleborus Foetidus (ook stinkend nieskruid genoemd, al is het mij een raadsel waarom) kwam hier vroeger in het wild voor, maar is nu zo goed als verdwenen. Hij kan meer dan een halve meter hoog worden en heeft mooie, diep ingesneden wintergroene bladeren met minuscule tandjes. In maart-april verschijnen de bloemen: hangende klokjes, enigszins gelijkend op de eglantier, appelgroen met een purperen rand. Het is ook een ideale plant voor bloemschikkers. Een van de beste vormen is Wester Flisk. In het 19de-eeuwse Engeland waren de bladeren erg geliefd om fruitschotels te decoreren, wat soms wel eens aanleiding gaf tot ongelukken omdat het sap erg giftig is.De H. Viridis (wrangwortel) met gifgroene bloemen groeide hier vroeger in het wild. Het is een plant die in de tuin echter zelden in bloei komt, en zelfs als hij bloeit, valt dat nauwelijks op. Het is dus niet de meest aangewezen soort voor de tuin, tenzij u natuurlijk zweert bij inlandse planten of een heuse heemtuin wilt aanleggen. De H. Oriëntalis-hybriden zijn wellicht de beste voor de tuin. Anna Pavord, de tuincolumniste van de Britse The Independent, noemt ze terecht the most gorgeous flowers of winter, minutely varied in colour and patterning, but all mysterious. De Engelsen noemen deze helleborus met een toepasselijke naam Lenten rose, want ze bloeien meestal vanaf eind februari tot ver in april. Ze bestaan in verschillende kleuren, gaande van diep purper of wijnrood, over roomwit, zachtgeel of -roze tot appelgroen, soms zelfs mengelingen van verschillende kleuren, telkens met contrasterende, geelwitte meeldraden. Er bestaan tientallen cultivars en elk jaar komen er nog nieuwe bij. Momenteel bestaat er bij kwekers een zekere rage om roestkleurige orientalis-cultivars in diverse tinten roze en bruin tot bijna zwart te creëren. Ik zou me van die rage niet te veel aantrekken en me zeker niet laten verleiden om veel geld op tafel te leggen voor een van die exclusieve nieuwigheden. Indien u enkele oriëntalisvariëteiten in de tuin hebt, zult u na enkele jaren waarschijnlijk zélf een aantal nieuwe kleurschakeringen ontdekken, want ze zijn nogal promiscue van aard en zaaien gemakkelijk uit. Volgens helleboruskweker Koen van Poucke werk je in de tuin best met oriëntalishybriden van eenzelfde kleur. Veel tuinaanleggers voorzien nog altijd hier een paar van die soort, en daar nog een andere soort, en dan een paar oriëntalishybriden zonder dat ze zeggen welke kleur. Dat is absurd, zo krijg je natuurlijk nooit een mooi geheel. In de plaats daarvan zouden ze moeten werken met hier een groep witte oriëntalishybriden, en daar een groep groene. Het probleem is natuurlijk dat je dat meestal niet vindt. Bij de meeste kwekers kun je ze niet op kleur kopen. Je koopt oriëntalishybriden, maar je weet niet welke kleur ze hebben. Dat is natuurlijk absurd omdat dat nu precies de charme is van de helleborussen.Wie helleborussen wil kopen, moet dat volgens Van Poucke dan ook nu doen, nu ze volop in bloei staan, want anders weet u absoluut niet wat u koopt. En koop liefst planten in een grote pot met een flinke wortelkluit, omdat helleborus zich nu eenmaal niet graag laat verplanten. Je kunt onmogelijk op de namen afgaan, zo zegt Van Poucke. Er bestaan natuurlijk wel benoemde hybriden en variëteiten, maar het kan best zijn dat die vandaag al achterhaald zijn door betere, onbenoemde types. Je kunt dus niet zomaar naar een tuincentrum gaan en zeggen ik wil die of die helleborus. Als je al krijgt wat je vraagt, wat meestal zeer twijfelachtig is, dan bestaan er waarschijnlijk al veel betere types dan wat je in een of ander boekje hebt gelezen. Bij helleborussen mag je alleen op je ogen vertrouwen. Je moet kiezen wat je graag ziet, en niet wat anderen zeggen dat je moet kiezen.De prachtige H. Argutifolius (soms ook nog H. Corsicus genoemd, maar dit is volgens specialisten een ongeldige naam) is volgens Van Poucke vanwege de twijfelachtige winterhardheid eigenlijk alleen geschikt voor beschutte stadstuinen. Hij heeft grote trossen appelgroene bloemen en een prachtig grijsgroen, sterk getand blad (stekelig, zoals de naam argutifolius laat verstaan) dat heel de zomer attractief blijft, op voorwaarde dat men ze na de bloei, als het nieuwe, frisgroene blad begint te schieten, afknipt. Ze bloeit van februari tot einde mei, en is dus eigenlijk eerder een paas- dan een kerstroos. Bij de wilde soorten is vooral de H. Odorus de moeite waard. Ze groeien goed, ze ruiken licht naar appels en ze hebben prachtige, groengele bloemen. Ze worden echter ook best op een iets beschutte plaats gezet beschermd tegen de wind, zoals trouwens alle gele types. H. Thibetanus, een soort met teerroze geaderde bloemen die erg lijken op die van de oriëntalishybriden, die pas recent (opnieuw) werd ontdekt in de provincie Sichuan in China, en die bij helleborusliefhebbers recent een kleine rage ontketende, raadt Van Poucke ten zeerste af. Ik vermoed zeer sterk dat ze eigenlijk op massale wijze geroofd zijn in de natuur. Ik kan dat niet bewijzen, maar die zijn niet aangepast aan de tuin en ze gaan kapot. In een artikel in The Garden, het maandblad van de Royal Horticultural Society, verscheen onlangs een striemende aanklacht tegen het roven van planten voor Britse (en andere) tuinen uit hun natuurlijke milieu. Onder meer de Helleborus Thibetanus zou nagenoeg verdwenen zijn uit zijn natuurlijke vindplaats in de Himalaya. Deze smokkel kan alleen bestaan bij de gratie van de tuiniers die tot elke prijs de nieuwste plantjes in hun tuin willen hebben. The Garden roept elke tuinier dan ook op geen van deze planten te kopen, tenzij absoluut vast staat dat ze hier of in hun land van oorsprong werden gekweekt of vermenigvuldigd en niet afkomstig zijn uit het wild. De H. Nigricors (een kruising tussen H. Niger en H. Corsicus) heeft dikke trossen romig witte bloemen met een purperbruin randje. De H.x sternii is een struikachtige en groenblijvende plant met groenachtig tot oudroze bloempjes met gele meeldraden. Ze bloeit rond februari-maart.Een andere schitterende soort (die hier vrijwel onvindbaar is) is de H. Cyclophyllus. Het is een van de grootste soorten (ong. 60 cm hoog) met een hel groen, palmachtig blad. Hij bloeit overvloedig en zeer vroeg in de lente met geelgroene klokjes met opvallende wit-gele stampers. Hij lijkt sterk op de hoger genoemde H. Odorus. Hij vergt ook een iets beschutte standplaats. Alle helleborussoorten verdragen diepe schaduw en kunnen dus zelfs tegen een muur op het noorden of onder bomen en struiken geplant worden. De grotere, struikachtige soorten houden van iets meer licht. Er is één ding waaraan de helleborus een absolute hekel heeft: ze zijn zeer gevoelig voor beschadiging van de wortels en laten zich dus niet graag verplanten. Alhoewel het vooral in de winter en de vroege lente mooie tuinplanten zijn, zijn de meeste soorten ook in de zomer best waardevol door het mooie blad. Dit geldt zeker voor de oriëntalishybriden, minder voor de H. Niger. Daarom passen ze perfect in een gemengde bloemenborder, in combinatie met bv. longkruid, epimedium, varens en andere schaduwminnende planten, of in combinatie met allerlei voorjaarsbollen. Of b.v. als randbeplanting van een bed pioenen, die later bloeien, maar waarvan het blad zeer goed harmonieert met dat van de helleborus. Bovendien houden pioenen ook niet van verplanten, zodat ze ook wat dat punt betreft zeer goed met elkaar opschieten. PGE