Een schenking van etsplaten

Een schenking van etsplaten De kunstmarkt, waarin kunstwerken verwisselen van eigenaar, heeft niet altijd met geld te maken. Soms worden er ook kunstwerken geschonken. Het Stedelijk Prentenkabinet van Antwerpen ontving van Adriaan Raemdonck, de stichter van de Antwerpse kunstgalerie De Zwarte Panter, een belangrijke schenking van etsplaten. Het gaat om 23 koperplaten van de hand van Jan Cox (1919-1980). Cox was een van de oprichters van de Jeune Peinture Belge en onderhield nauwe contacten met Cobra. Tussen 1950 en 1954 werkte hij uitsluitend onder contract met Gallery Kurt Valentin in New York. Na een succesvolle carriere in de VS, onder meer als 'Head of the Painting Departement at the School of The Museum of Fine Arts in Boston', vestigde Cox zich vanaf 1974 opnieuw in Antwerpen. Vanaf toen was hij als kunstenaar met De Zwarte Panter verbonden. In 1975 schilderde Cox de monumentale reeks 'De Ilias van Homerus'. De Antwerpse galerie spaarde kosten noch moeite om het werk van Cox de bekendheid te geven die het verdiende. Adriaan Raemdonck werd, na het overlijden van de kunstenaar, de beheerder van diens oeuvre. De geschonken etsplaten dateren uit de periode 1962-1964, en zijn door Cox in de VS gegraveerd, met name in Boston. De platen zijn in perfecte staat, de kunstenaar heeft ze trouwens eigenhandig uit de VS meegebracht. De gegraveerde platen tonen, meer dan de etsafdrukken die ervan gemaakt zijn, rechtstreeks de hand van de kunstenaar. Cox liet bij het graveren niets aan het toeval over. Zijn composities met planten, bloemen, vruchten, schelpen en gemaskerde gezichten, werkte hij uit met stippen, soepele lijnen, slingerende stroken en abstracte partijen. De sfeer ervan is die van een stilleven. Pas later, eens terug in Antwerpen, zou Cox dramatisch geladen onderwerpen nemen voor zijn schilderijen en zeefdrukken. Adriaan Raemdonck heeft reeds in 1997 grafisch werk van Jan Cox aan het Antwerpse Stedelijk Prentenkabinet geschonken. Door de huidige schenking worden de etsplaten niet alleen deel van het openbaar cultuurpatrimonium, ze worden ook beschikbaar voor kunsthistorisch onderzoek. Het onderbrengen van de originele etsplaten in een museum heeft ook tot gevolg dat er later geen sluikdrukken gemaakt kunnen worden. Een ets van Cox is nu op de kunstmarkt al gauw 750 euro waard. De stad Antwerpen, die een rijk Prentenkabinet heeft, is blij met de schenking. Schepen voor Cultuur Eric Antonis zegt dat 'de onbaatzuchtige schenking bewijst dat het bevorderen van kunst niet louter te maken heeft met economische motieven, het mecenaat van Adriaan Raemdonck getuigt in de eerste plaats van gemeenschapszin.' Francine de Nave, hoofdconservator van het Museum Plantin-Moretus en van het Stedelijk Prentenkabinet, omschrijft de figuur van Jan Cox als volgt: 'Cox had reeds vrij vroeg een grote belangstelling voor de bijbel, de Griekse mythologie en de klassieke cultuur. Mede door het nooit verwerkte trauma van de oorlog, opgedaan tijdens de Tweede Wereldoorlog, ontwikkelde Cox een universeel humanisme. Daarin staat de mens centraal als de tragische speelbal van het noodlot. Het oeuvre van Cox, dat men existentialistisch expressionisme zou kunnen noemen, vertolkt belevenissen, dromen, gevoelens en obsessies. Het is gevat in een tragische levensbeschouwing, waarin het vergankelijke domineert, maar waarin er geen taboes bestaan. Cox verwerkte zijn persoonlijke problematiek in zijn werk. Hij ging de confrontatie aan met zijn milieu en zijn gevoelens van onmacht en ontreddering. De afwisseling van luciditeit, exaltatie en grenzeloze wanhoop leidde uiteindelijk tot zijn zelfmoord in de nacht van 7 op 8 oktober 1980.' In het Museum Plantin-Moretus kan men nu een selectie van de geschonken etsplaten zien, samen met enkele drukken. Museum Plantin-Moretus, Vrijdagmarkt 22, 2000 Antwerpen, tel.: 03/22.11.459, website: http://museum.antwerpen.be. Tot 28 september. Open van dinsdag tot zondag van 10 tot 17 uur. Toegang 4 euro, op vrijdag gratis.