Advertentie
Advertentie

Een spannend vel(d) roeren

Elk jaar ruimt het Koninklijk Conservatorium van Brussel het podium voor zijn percussionisten om aan te tonen dat slagwerk een rijke klankwereld achter de hand houdt. In deze editie wordt met twee werken hulde gebracht aan de vorig jaar overleden Italiaanse toondichter Franco Donatoni. Hij wordt geplaatst in een ruime internationale context met werken van John Cage/Lou Harrison, Vinko Globokar, Akira Nishimura, Akira Miyoshi en Frans Geysen. Het is uitkijken naar de oeropvoering van Met vel, rand en tand dat deze laatste in opdracht van het conservatorium schreef.De twee werken die van Donatoni gespeeld worden, Omar voor vibrafoon solo en Darkness voor zes percussionisten, stammen uit het midden van de jaren tachtig. In deze periode maakte hij zich meer los van naoorlogse procédés om tot een vrijere en expressievere toonspraak te komen. Een belangrijke invloed in Donatonis denken en werken ging, vooral in de jaren zestig, uit van John Cage. Van hem staat Double Music op het programma, dat hij samen met Lou Harrison schreef. Elk schreven ze twee van de vier partijen afzonderlijk, binnen een vooraf bepaald kader, om ze nadien samen te brengen. Een opmerkelijk werk is Corporel (1985) van Vinko Globokar. Het instrument is het lichaam van de uitvoerder zelf. De lichamelijke aanwezigheid van de uitvoerder staat hierdoor centraal, maar ook de natuurlijke band tussen musiceren en de eigen lichamelijkheid. Hoewel er soms hard wordt geslagen, gaat dit werk niet over agressie, maar over energie, emoties en intense spanningen. Van hem staat ook Toucher (1973) op het programma.De Vlaamse componist Frans Geysen is al ruim dertig jaar een vaste waarde, maar zijn werk wordt vrij karig geprogrammeerd. Binnen de wereld van de nieuwe blokfluitmuziek geldt hij als internationaal vooraanstaand, maar uiteraard heeft hij veel meer in de schuiven liggen, met werken voor andere blazers en koren bovenop. Nu staat Geysen met luide trom op een podium. Met drie trommels zelfs, een grote, een snaredrum en een kleine trom. Zoals de meeste werken van Geysen is Met vel, rand en tand opgebouwd uit verschillende episodes. Ze krijgen bij Geysen telkens een onderscheiden karakter, maar hij bouwt ze uit tot een consistente eenheid. Een erg ondergewaardeerd aspect is de onderliggende kwinkslag die hij vele van zijn werken meegeeft, onder meer door associatieve elementen. De titel van dit werk doet vermoeden dat dit ook nu weer het geval zal zijn. Van Akira Miyoshi brengt men Ripple en van Akira Nishimura (Concerto voor pauken en vijf percussionisten. Het concert door percussionisten van het Koninklijk Conservatorium van Brussel vindt plaats op 8 en 9/11 om 20:00. Kaarten en inlichtingen: 02/513.45.87, kcb@kcb.be of www.kcb.bePaderewski, Lutoslawski en PendereckiOp 11 november brengen de Nationale Filharmonie van Warschau en het Filharmonisch Koor van dezelfde stad een programma dat eer betuigt aan drie monumenten van de laat-romantische en twintigste-eeuwse Poolse muziek. Wat niet zo vreemd is in het kader van Europalia Polska, maar door op deze dag - de herdenking van de wapenstilstand van de Eerste Wereldoorlog - Ignacy Jan Paderewski, Krszysztof Penderecki en Witold Lutoslawski samen te plaatsen, geven ze het programma, wellicht ongewild, een sterke politieke ondertoon. Paderewski was immers niet enkel een gevierd pianist en componist, maar ook een belangrijk politicus. Als premier van de Vrije Poolse Natie tekende hij in 1919 voor zijn land het Verdrag van Versailles. Lutoslawski werd in de Tweede Wereldoorlog door de Duitse bezetter gevangen genomen en wist te ontsnappen. Door zijn voorvechtersrol in de nieuwe Poolse muziek had hij het onder het stalinistisch regime niet onder de markt. Penderecki nam sterk politiek stelling tegen oorlogsgeweld met werken als Dies Irae ter nagedachtenis van de slachtoffers van Auschwitz, en Trenodie ter nagedachtenis van de slachtoffers van Hiroshima.Het programma weerspiegelt deze politieke elementen evenwel allerminst. Van Paderewski brengt men diens pianoconcerto in la klein, opus 17. Dit werk schreef hij, zoals het bekendere Poolse Fantasie, in Parijs en weerspiegelt de invloed van Tjaikovski, Chopin en Liszt. Van Lutoslawki staat de vierde symfonie op het programma dat hij twee jaar voor zijn dood in 1994 schreef. Dit werk valt in twee onderscheiden en ongelijke delen uiteen en verklankt een heldere en persoonlijke synthese van de negentiende-eeuwse symfonische traditie. Penderecki schreef zijn Te Deum in 1980 ter gelegenheid van de inhuldiging van paus Johannes Paulus II. Niet enkel confirmeert hij hierin het kerkelijk gezag, maar ook de muzikale canons van de westerse traditie. Dit werk staat ver af van de radicale klankspeurtochten uit de jaren zestig en is veeleer neoromantisch te noemen.De Nationale Filharmonie van Warschau en het Filharmonisch Koor van Warschau met werk van Paderewski, Penderecki en Lutoslawski op 11/11 om 15 uur in Paleis voor Schone Kunsten van Brussel. Kaarten en inlichtingen: 02/507.82.00Samenstelling: Peter-Paul DE TEMMERMAN