Een visie op muziekeducatie

In de nieuwe jaarbrochure 2001 van Musica Peer worden stages voor kinderen, jongeren en volwassenen gepresenteerd. Het aanbod is bijzonder gevarieerd en bevat onder meer het componeren van filmmuziek, het maken van een luisterspel, een compositiestage door Wim Henderickx, jazz en improvisatie, samenspel met Oxalys, een operaweek enzovoort. Musica profileert zich duidelijk als een grote muziekeducatieve instelling. Herman Baeten, directeur van deze organisatie, legt uit hoe Musica zich tot het deeltijds kunstonderwijs (DKO) verhoudt. In het DKO krijgen de jongeren wekelijks hun instrumentles of samenspelles. Wij willen hen gedurende een langere periode intensief met muziek laten omgaan. Een Nederlandse studie heeft uitgewezen dat kinderen die gedurende een langere tijd ondergedompeld worden in muziek, zeer waarschijnlijk hun leven lang muziek zullen blijven maken. De wekelijkse contacten in de muziekschool blijken vaak te vluchtig en ze worden eerder met de schoolse sfeer geassocieerd. In tegenstelling tot het DKO leren we in onze stages ook geen technieken aan. We zijn met de kunst zelf, met de creativiteit bezig. Ik wil het DKO zeker niet in een kwaad daglicht stellen of bestrijden, ook al zijn er heel wat zaken die voor verbetering vatbaar zijn. Maar we mogen het kind niet met het badwater weggooien. Er zijn heel goede elementen in het DKO, maar het is spijtig dat de leerplannen en de structuren er zo langzaam veranderen. Ik vind het ook jammer dat het feit dat ons DKO de naam heeft tot de beste van de wereld te behoren, ook als een alibi geldt om in het dagonderwijs bijna niet meer met muziek bezig te zijn. Daardoor zijn er kinderen die hun leven lang verstoken blijven van muziek, en dat is een onrecht. Als men beweert dat men daar geen vakmensen voor heeft, zou men een beroep moeten doen op de tientallen kunsteducatieve organisaties die in ons land actief zijn.Muziek wordt door Musica als geheel benaderd en niet vanuit de indeling in stijlen en genres. Enkele jaren geleden profileerde Musica zich nog als organisatie die het opnam voor de Oude Muziek, nu is Musica opgeschoven naar het brede spectrum. De Oude Muziek heeft ondertussen een vaste plaats verworven, zegt Herman Baeten. We moeten ons daar niet meer volledig op concentreren. Ook andere genres en stijlen hebben nieuwe impulsen nodig. We kijken evenzeer naar wat Jos van Immerseel met 19de-eeuwse muziek doet, als naar wat er met de 20ste-eeuwse muziek gebeurt en hoe men vandaag componeert en improviseert. Het is wel essentieel dat we telkens kwaliteit brengen. We leggen de lat bewust hoog, niet om mensen af te schrikken maar om ze naar het beste te laten streven. Door drempelverlagend te werken geeft men al van tevoren aan dat de mensen het eigenlijk niet zullen aankunnen, en dat is een foute instelling.Musica kijkt ook volop over de grenzen heen om samen te werken met gelijkgestemde organisaties in Europa. Wij zijn nu aan het detecteren wat er bestaat aan gelijksoortige organisaties in Europa, vertelt Herman Baeten. We bereiden een congres voor waar gelijkaardige verenigingen samengeroepen worden. We streven naar een netwerk zodat het organiseren en het bijwonen van muziekeducatieve stages over de grenzen heen gemakkelijker kan worden. Wat Nederland, Duitsland, Frankrijk en Engeland betreft, hebben we reeds een duidelijk beeld van wat het aanbod is. Maar voor Scandinavië en Zuid-Europa moet er nog heel wat geïnventariseerd worden. Muziekuitgeverij Alamire, een onderdeel van Musica, brengt ook een nieuw tweemaandelijks muziektijdschrift op de markt onder de naam Contra. Stemmen over muziek. Het wil een forum bieden aan mensen die interessante ideeën hebben rond muziek en kunst, aan uitvoerders, componisten, beleidsmensen en concertorganisatoren. Het tijdschrift legt de nadruk op muziek als kunstvorm, commerciële en populaire muziekuitingen vallen buiten het bestek. In elk nummer wordt een controversieel knelpunt voorgelegd aan allerlei mensen uit de muziekwereld en worden hun reacties gebundeld. In het eerste nummer staat de muziekkritiek centraal. Verder brengt het tijdschrift achtergrond en analyseartikels over trends en evoluties in het concert- en operaleven, het cultuurbeleid, het muziekonderwijs, het cultuurmanagement. Zo wordt er stilgestaan bij de programmas die de Munt en de Vlaamse Opera de afgelopen tien jaar presenteerden, en er wordt gereflecteerd over de rol van de overheid ten opzichte van de openbare omroep, en de rol van de omroep in een Vlaams muziekbeleid. TEInlichtingen jaarbrochure Musica en Contra. op 011/61.05.10. Een nummer kost 250 frank, zes nummers 1.000 frank.