Een werknemer heeft gedurende een periode van dertig dagen recht op ge

waarborgd loon in geval van ziekte of ongeval, tenzij hij er zelf schuld aan heeft. Het bedrag van het gewaarborgde loon is bij wet begrensd en is verschillend voor arbeiders en bedienden. Het is zo berekend dat de werknemer zijn nettoloon ontvangt. De werkgever kan het betaalde loon terugvorderen van een eventuele derde die schuld heeft aan de ongeschiktheid van zijn werknemer. De werknemer die hervalt in dezelfde ziekte, heeft na verloop van tijd geen recht meer op gewaarborgd loon. Als referentieperiode geldt hier een werkhervatting van ten minste veertien dagen.