Advertentie
Advertentie

Eeuwigdurendeeconomische ontwikkeling?

Janssen Pharmaceutica wil, als ongeveer het eerste (grote) Belgische bedrijf duurzame ontwikkeling in de bedrijfsstrategie integreren. Olivier Deleuze, staatssecretaris voor Energie en Duurzame Ontwikkeling, en Rudy Demotte, minister van Economie, vragen elke burger zijn/haar mening over het Federaal Plan voor Duurzame Ontwikkeling dat ter inzage ligt in elk gemeentehuis of kan opgevraagd worden via het internet. Vlaams minister Vera Dua van Leefmilieu en Landbouw wil het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) hervormen om de biolandbouw te stimuleren. De jongste dagen slaat men je om de oren met die nieuwe kreet: duurzame ontwikkeling.Je moet al van een andere planeet komen om nog nooit gehoord te hebben van duurzame ontwikkeling. De term dringt nu blijkbaar door in alle maatschappelijke geledingen. In heel wat beleids- en economische kringen groeit het inzicht dat onze manier van produceren en consumeren anders (lees duurzamer) moet.De initiatieven van de beleidslui moeten aantonen dat het menens is. Dus wordt het interessant eens te kijken welke begrippen verband houden met duurzame ontwikkeling.De term ontstond in 1987, in de schoot van de Verenigde Naties. Het principe is gebaseerd op drie doelstellingen: economische groei, sociale vooruitgang en ecologisch evenwicht. Die zijn op hun beurt verbonden met vijf basisideeën: collectieve verantwoordelijkheid, solidariteit, het voorzorgprincipe, brede maatschappelijke betrokkenheid en bescherming van het leefmilieu.Deze filosofie werd gemeengoed na de conferentie van Rio (1992), waar een heuse Agenda 21 gefabriceerd werd met daarin de vermelde principes. Elk land dat de tekst ondertekende, moest die vertalen in concrete acties (Lokale Agenda 21). Omdat het tot hiertoe allemaal wat vaag en vrijblijvend was, wil het beleid blijkbaar proberen de zaak te versnellen.Het adagium (of is het al een cliché?) Wij erven de aarde niet van onze ouders, we lenen ze aan onze kinderen moet ons doen inzien waar het werkelijk om gaat. Uitgangspunt is de thesis dat de meeste materialen en grondstoffen die de mens gebruikt (ertsen, fossiele brandstoffen), eindig zijn. Als oplossing wordt voorgesteld dat we meer hernieuwbare grondstoffen zouden gaan gebruiken (hout, rubber, zonne-energie, windkracht, energie uit getijdenwerking) vooraleer de andere materialen uitgeput zijn.In dezelfde gedachtengang is het onverantwoord de vruchtbare gronden in het zuidelijk halfrond te gebruiken voor plantages waarvan de geteelde producten (koffie, bananen, cacao, suiker,...) naar het noorden moeten vervoerd worden. De plaatselijke bevolking krijgt slechts een lage prijs voor deze producten of voor haar werkkracht, de lokale landbouw wordt ontwricht, het zelfvoorzieningsprincipe voor het betrokken ontwikkelingsland kan niet sluitend gemaakt worden, het vervoer naar het noorden van de producten kost handenvol geld, er is de monopolisering van de wereldhandel, enz.Volgens het adagium van de duurzame ontwikkeling moet er meer biologische landbouw komen, is er meer eerlijke handel nodig, moeten we minder energie verbruiken (die liefst zoveel mogelijk groen geproduceerd wordt). Soms is het handig wat cijfers voor ogen te hebben die in ons leven van alledag wel hun betekenis hebben. Per gereden kilometer met de wagen stoten we gemiddeld 70 gram CO2 de lucht in. Als we een kubieke meter aardgas verbranden, levert dat 1,78 kilogram CO2 op. Elke kWh stroom die we verbruiken, is goed voor 0,566 kilogram CO2. Dat zijn cijfers die kunnen tellen. Maar duurzame ontwikkeling gaat ook over sociale uitsluiting, armoede, ontwikkelingshulp. Het heilige cijfer van 0,7 procent van het bruto binnenlands product (BBP) zou opnieuw als norm voor eerlijke hulp aan ontwikkelingslanden uit de kast gehaald worden. Het gaat verder nog over de bescherming van de biodiversiteit op aarde, een sluitende regeling voor genetische manipulatie; over dierenwelzijn in de zeer brede betekenis van het woord, over productie- en gebruiksbeperking van alle mogelijke schadelijke stoffen.Duurzame ontwikkeling betekent op het vlak van mobiliteit een beperking van de fiscale aftrek van het wagengebruik, het stimuleren van spoorvervoer en de binnenscheepvaart, geldelijke steun voor het gebruik van openbaar vervoer en fiets.Voor al deze domeinen zijn er normen gesteld. Om de vrijblijvendheid van de plannen weg te werken, zijn alle programmas effectief gekwantificeerd. De doelstelling om tegen 2010 de CO2-uitstoot met 7,5 procent te verminderen in vergelijking met referentiejaar 1990 bijvoorbeeld, is veel in het nieuws geweest ten tijde van de conferentie van Kyoto, in 1997. Ondertussen zijn er op zowat elk domein concrete normen. Die zijn soms realistisch, van andere weten we nu aldat ze niet zullen gehaald worden (zoals de 7,5 procent CO2-reductie van daarnet).In het pakket duurzame ontwikkeling zitten ook het afbakenen van beschermde gebieden (zowel te land als ter zee) en het opstellen van wetenschappelijk onderbouwde beheersplannen voor deze terreinen. De EU maakt meer en meer gebruik van haar macht om dwingende maatregelen op te leggen aan landen die op dat gebied talmen met de uitvoeringsprogrammas. België scoort hier niet goed. Wij hebben te weinig Habitat- en Vogelrichtlijngebieden voorgesteld. Dat zijn zones waarbinnen zich waardevolle natuurtypegebieden en -biotopen bevinden die van (inter)nationaal belang zijn en die absoluut volledige bescherming moeten krijgen. Zo zijn er bijvoorbeeld droge en natte heidegebieden, waterrijke biotopen, specifieke soorten graslanden of bepaalde bostypes die meer bescherming moeten krijgen.De jongste jaren gaat ook veel aandacht naar de problematiek van de overbevissing op zee. De vangstquota gaan elk jaar naar beneden omwille van de dalende natuurlijke aangroei. In sommige landen leidt dit tot dramatische saneringen in de visserijsector. Ons land kreeg onlangs nog een serieuze veeg uit de Europese pan betreffende de krakkemikkige waterzuivering. Veel geïnvesteerde miljarden voor weinig proper water, luidde het ongeveer. Bij Aquafin hoorde men het donderen in Keulen; Jan met de pet ziet vanuit zijn tuin nochtans duidelijk dat er effectief nog heel wat werk aan de winkel is.Veel kommer en kwel dus, maar de goede intenties zijn er nu, meer dan ooit. Meer nog, je kan zelfs je mening geven over de concrete plannen. Je bent nu mee verantwoordelijk, heet het. Het is maar dat je het weet. Herman DIERICKX