Elegante beelden uit de Belle Epoque

De scherpe afbakening tussen professionele fotografiebeoefenaars en amateur-fotografen is een recent fenomeen in de geschiedenis van de fotografie. Tot voor enkele decennia was de grens die beide vormen van elkaar scheidde flinterdun. Geregeld worden dan ook nog ontdekkingen gedaan: fotos van illustere onbekenden die plotseling opduiken en een plaats verwerven in de canon van de fotografie. In het Musée de la Photographie Charleroi is een innemende expositie te zien, gewijd aan de amateurfotografie uit de Belle Epoque.De fotos zijn grofweg te situeren in de periode tussen 1890 en 1920. Het is een cruciaal moment in de industriële ontwikkeling van de fotografie. Technologische verbeteringen aan de camera en een gevoelige verhoging van de lichtgevoeligheid zorgden ervoor dat fotografie steeds vaker kon worden beoefend. Dankzij de lichtere en gemakkelijker te hanteren cameras werd fotograferen een vast ritueel voor de reizende burgerij. De korte uitstapjes van de gegoede burger naar de Belgische kust of verder weg, naar de Alpen, konden voor het eerst zonder al te veel lichamelijke inspanning worden vastgelegd. Wat de expositie duidelijk maakt, is dat deze bevlieging niet enkel de geboorte van een toeristisch geïnspireerde beeldindustrie betekende, maar ook de langzame rijping van een andersoortig tijdsbewustzijn mogelijk maakte. In deze beelden wordt de fotograaf voor het eerst gevoelig voor de charme van het moment, voor de esthetische schoonheid van een wapperende jurk.Dat dit bewustzijn zich veeleer aarzelend ontwikkelde, blijkt uit de statige ernst die deze beelden nog steeds uitstraalden. Ondanks de speelse uitbundigheid van deze eerste reizen, plaatste de fotograaf zijn modellen nog altijd in de stugge poses van de deftige 19de-eeuwse portretfotografie. Zelfs een humoristische scène waarin een meisje uit een kruiwagen wordt gekieperd, werd plechtig geacteerd: het ogenblik waarop de foto werd genomen, was blijkbaar een belangrijk moment dat met de nodige sérieux moest worden benaderd en weinig mogelijkheden tot improvisatie toeliet. Hoe sentimenteel die theatrale ernst waarmee men de spontaneïteit van het familieleven in beeld bracht ons ook lijkt, het schenkt deze beelden een onbetwistbare kwaliteit. Het toont aan dat fotograferen geen ijdele bezigheid was die met een machinale lichtzinnigheid kon worden uitgeoefend, maar een activiteit die een zorgvuldige voorbereiding vergde.In zoverre het vluchtige moment zich in deze fotografische beelden kon manifesteren, moest het zich aanpassen aan de formele eisen van het heersende fotografische denken. Daarom onderzocht de amateur-fotograaf in eerste instantie hoe hij de suggestie van een vrij bewegend lichaam kon creëren. Dankbaar maakt hij daarbij gebruik van de parasol, een vast modeaccessoire voor iedere dame, bij goed én bij slecht weer. Of de parasol nu koket omhooggestoken wordt of integendeel verleidelijk op een vrouwelijke schouder ligt neergevlijd, telkens weer zet hij dat lichaam onder spanning, creëert hij een dynamisch spel van volumes. Het is dat ritmische spel dat de fotograaf uit de Belle Epoque zo fascineert en dat hij op een schitterende manier wist vast te leggen.De volgende stap in de verovering van het moment bestond in het toelaten van een zekere beeldonscherpte. De stevige zeewind die de lichte zomerjurk laat opwaaien en het vrouwelijke lichaam uit balans brengt, is de fotograaf daarbij een bondgenoot. Beweging manifesteert zich hier als een moment met een zekere duur. De fotograaf wil de beweging in haar geheel vatten om zo het sensuele genot van een ruisend gewaad visueel te vertalen. Enkel een beeldende strategie die de gedetailleerde precisie van de fotocamera een hak kon zetten, kon daarvoor zorgen. Een bewegend lichaam, zo werd hier gesuggereerd, is charmant omdat het aan de blik ontsnapt, omdat het zich niet volledig en in één ruk geeft aan de kijker. Het eindpunt van deze inhaalrace tegen de tijd is een foto uit 1920 van Jean Jourdain - niet toevallig het laatste beeld van de tentoonstelling met daarop een over een tennisnet springende man. De tijd is nu eindelijk stilgezet, bevroren zodat de exploratie van een totaal ongekend en ongetwijfeld verrassend universum kan beginnen. Met dit laatste beeld worden de radicale fotografische experimenten van het interbellum aangekondigd en is het tijdperk van gratie en elegantie voorbij. De hier verzamelde amateurfotos zijn heel wat meer dan louter nostalgische relicten uit een niet meer zo nabij verleden. Een louter op nostalgie gebaseerde blik dreigt dan ook aan de wezenlijke charme en het grote belang van deze fotos voorbij te gaan. Met de Belle Epoque is de fotografie op een uitermate belangrijk scharniermoment aanbeland: het is de periode waarin de overgang van de veeleer trage, bedachtzame taal van de 19de-eeuwse fotografie naar de snelle, staccatostijl van de 20ste-eeuwse fotografie gerealiseerd werd. Steven HUMBLETLe temps retrouvé, Photographes amateurs à la Belle Epoque. Nog tot 15 september in het Musée de la Photographie, Avenue Paul Pasteur 11, 6032 Charleroi. Open van dinsdag tot zondag van 10 uur tot 18 uur. Voor meer informatie: http://musee.photo.infonie.be