Advertentie
Advertentie

En wat met de Brusselse Vlamingen?

Wie herinnert het zich nog? Tijdens de debatten over het gemeentelijk eurostemrecht stond de vrees voor de minorisering van de Vlamingen in Brussel en de faciliteitengemeenten centraal. In juni 97 werd in het Vlaams Parlement zelfs (bijna eenparig) een resolutie goedgekeurd waarin een gewaarborgde Vlaamse vertegenwoordiging werd geëist op alle Brusselse niveaus. Daarvan kwam toen niets in huis: alles zou in orde gebracht worden ná de parlementsverkiezingen.De vrees van de Vlaamse Beweging dat de EU-burgers vooral voor Franstalige partijen zouden stemmen, werd door de voorbije stembusgang niet tegengesproken. Weliswaar nam, net als in 94, slechts een klein aantal EU-burgers in Brussel-Halle-Vilvoorde deel aan de Europese verkiezingen (ongeveer 6.000), toch lijken hun stemmen vooral de Franstalige partijen ten goede te zijn gekomen. Vergeleken met de senaatsverkiezingen (waaraan de Europese buitenlanders niet konden deelnemen) halen de Vlaamse lijsten bij de Europese verkiezingen immers 4.000 stemmen minder en de Franstaligen 12.000 stemmen meer.Het is duidelijk dat zich bij de gemeenteraadsverkiezingen veel meer EU-burgers gestimuleerd zullen voelen om naar de stembus te gaan, al was het maar omdat er dan heel wat lokale kandidaten van buitenlandse (Franse, Italiaanse, Spaanse,...) afkomst deelnemen.De vele duizenden Nieuwe Belgen zorgden op 13 juni voor een nog veel groter effect in het voordeel van de Franstaligen. De voorbije jaren werden gekenmerkt door een grote afname van de oorspronkelijke Brusselse bevolking (door uitwijking en een sterfteoverschot) en een even grote toename van de Nieuwe Belgen. Uit de kiesresultaten van 13 juni bleek dat de naturalisaties zwaar in het voordeel van de Franstaligen spelen. Met uitzondering van de gewestverkiezingen, waar een Demol-effect speelde, gaan de Vlaamse lijsten in Brussel-19 sterk achteruit: -6.068 stemmen voor de Kamer, -9.564 voor de Senaat en -13.780 voor Europa. De Franstalige lijsten daarentegen gingen, dankzij de nieuwe kiezers, erop vooruit: +10.604 stemmen voor de Kamer, +28.698 voor de Senaat en +35.816 voor Europa. Dit betekent dat de Vlamingen er niet in slagen een betekenisvol aantal buitenlanders voor zich te winnen.Bij de verkiezingen van oktober 2000 dreigt dit desastreuze gevolgen te hebben voor de Vlaamse aanwezigheid in de gemeenteraden, zeker nu de nationaliteitswetgeving met het oog op deze verkiezingen uitermate wordt versoepeld: drie jaar verblijf in ons land volstaat en integratiewil wordt niet langer getoetst. Alle drempels worden weggenomen, zodat een vloedgolf van Nieuwe Belgen kan verwacht worden. In Brussel alleen al komen 220.000 van de 270.000 vreemdelingen theoretisch in aanmerking om Belg te worden. La Libre Belgique houdt het in haar editie van 8 december op een realistische schatting van 100.000 Nieuwe Belgen voor Brussel en Rand, wat nog ontzaglijk veel is. Ter vergelijking: bij de jongste Europese verkiezingen behaalden alle Vlaamse lijsten in Brussel-19 samen 57.057 stemmen... De lichtzinnige versoepeling van de nationaliteitswetgeving is voor de Brusselse Vlamingen dan ook veel bedreigender dan het eurostemrecht.In deze context is het verbijsterend dat er niet meer gesproken wordt over de gewaarborgde vertegenwoordiging van de Vlamingen op gemeentelijk vlak. In de Brusselse Costa is het thema zelfs afgevoerd van de agenda en praat men enkel nog over waarborgen op gewestelijk vlak. Niet alleen zijn die waarborgen op gewestelijk vlak minder dringend (de verkiezingen vinden pas plaats in 2004) en minder noodzakelijk (de Vlamingen hebben er garanties op uitvoerend vlak), het gaat bovendien in belangrijke mate om een Franstalige eis: de Franstalige partijen willen via coöptaties van Vlaamse parlementsleden een eventuele Vlaams Blok-meerderheid in de Vlaamse taalgroep tegengaan. De gewaarborgde vertegenwoordiging op gemeentelijk vlak daarentegen is wél dringend en veel harder noodzakelijk. Ook in de federale Costa maakt geen enkele Vlaamse partij een prioriteit van de lokale gewaarborgde vertegenwoordiging. Sommige deelnemers hopen deze te koppelen aan de splitsing van de provincie- en gemeentewetgeving, maar geloven niet dat dit nog voor de zomer van 2000 kan gerealiseerd worden.Alle Vlaamse partijen vroegen in juni 97 om waarborgen op gemeentelijk vlak. De critici van het eurostemrecht hadden toen overschot van gelijk met hun eis tot koppeling. Want vandaag, nu de bedreiging met de versoepelde naturalisaties groter is dan ooit, wordt er zo hard mogelijk over deze gegarandeerde Vlaamse gemeenteraadszetels gezwegen. Waarom toch wordt de lokale Vlaamse mandataris in Brussel door zijn partijgenoten zo laf in de steek gelaten? Beseffen de Brusselse en federale Costa-gangers dan niet dat het na oktober 2000 te laat zal zijn? Zien zij dan werkelijk niet in dat de Franstaligen, onder meer met de snel-Belg-wet, juist de bedoeling hebben om de Vlaamse aanwezigheid in de gemeenteraden in oktober te decimeren, zodat ieder debat hierover nadien achterhaald zal zijn? Bart LAEREMANSDe auteur is kamerlidvoor het Vlaams Blok