Advertentie
Advertentie

Enkel in christen-democratie heeft de C haar plaats

Met de zoektocht naar een nieuwe naam voor de christen-democratie, steekt het debat over de C weer goed en wel van wal. Het is belangrijk de verborgen agenda van die discussie te schetsen, want het schrappen van de C is een nooit geziene poging om de electorale aftakeling van de christen-democratie te versnellen en de partij de politieke doodsteek te geven waarop hier en daar al wordt geanticipeer. Dat is niet verwonderlijk, want het schrappen van de C gomt een wezenskenmerk van de christen-democratie uit zeg maar haar meerwaarde of herkenbaarheid. Het debat over het schrappen van de C is dus te herleiden tot een onuitgesproken of een vermomde politieke strategie, die niet een versterking maar precies een verzwakking van de christen-democratie op het oog heeft. Het wordt beheerst door drie argumenten die op het eerste gezicht evidenties lijken, maar bij nader inzien, geen hout snijden.Ten eerste is de niet te stuiten ontkerkelijking ongetwijfeld het meest aangeblazen argument in de hele discussie. De keuze voor de christen-democratie is echter meer dan kerkgaanderij of een geloofskwestie. Vergeten we trouwens niet dat ze er alle onheil bijeen genomen - nog steeds in slaagt ongeveer 25 procent van het kiespubliek in Vlaanderen voor zich te winnen: een percentage waarvoor de verzamelde katholieke kerken een halleluja-zitting zouden agenderen!Dat het argument van de ontkerkelijking niettemin op snee blijft, heeft te maken met de fixatie - van het gros van de actuele bemanning van media en politiek - op het mei 68-gedachtengoed. Toendertijd (zelfs tot diep in de jaren zeventig en tachtig) heette alles wat naar christelijk of kerkelijk zweemde, knellend voor het vrije denken en bevoogdend voor het vrijgevochten individu.Maar ondertussen is de slinger al lang terug en manifesteert zich in Vlaanderen momenteel een complexloze nieuwe burgerlijkheid waaruit de christen-democratie - te vaak ten prooi aan onterechte schroom - niet het garen spint dat ze zou kunnen spinnen. Een nieuwe burgerlijkheid die trouwens de oude mei 68-obsessies al lang achter zich heeft gelaten.Maar goed - zo gaat het tweede argument - het christelijke symbool dekt in elk geval nog nauwelijks een lading, want net zo min als er Een Liberale of Een Socialistische politiek bestaat, is er vandaag Een Christen-democratische politiek. Ho, maar. Socialisten en liberalen zijn inderdaad en omwille van de macht, verplicht geweest van hun roots afstand te nemen, wat van de - zich in de oppositie herbronnende - christen-democratie allerminst kan gezegd worden.De val van de Berlijnse Muur en de erfenis van het communisme maakt dat de socialisten nu liever doorgaan voor sociaal-democraten of voor rood-groene Derde Wegers die met het oude socialisme evenveel te maken willen hebben als water met vuur. En de liberalen zaten tot gisteren opgescheept met wat denigrerend voor harteloos neoliberalisme doorgaat en gepersonifieerd wordt door de nu overal verguisde Margaret Thatcher en Ronald Reagan.Daartegenover mag de christen-democratie zonder blikken of blozen aan haar label én haar daden herinnerd worden, in die mate zelfs dat de typisch West-Europese sociale markteconomie van haar origine is. Die vaststelling zal door sommigen schokschouderend als irrelevant bestempeld worden, want is het niet de christen-democratie die electoraal inlevert? Toch dient eraan herinnerd, dat de huidige bonte verzameling van West-Europese coalities van socialisten, liberalen, groenen tot zelfs communisten, er alleszins níet in slaagt om via een tot de verbeelding sprekend politiek-economisch project zelfs ecologisch gecorrigeerd! - het brede publiek van haar zaak te overtuigen, laat staan te begeesteren. En ook de zwakte van de euro bewijst ten overvloede, dat ook voor de financiële markten de retoriek van de actieve welvaartstaat niet zwaar genoeg weegt.Dat gebrek aan overtuigingskracht is ook niet verwonderlijk. Het is zonder meer te wijten aan het opportunisme waarmee zowel links als rechts het politieke centrum hebben opgezocht, in een tijdsgeest van pragmatisme, à la limite van onverschilligheid. En daar nu (in de machtsposities) aanbeland, beheren zij samen de status-quo met evenveel branie, theater als wisselend succes. Meer niet.In die context ligt het voor de hand dat de christen-democratie aangepord wordt, om ook haar traditionele taal en symbolen te laten voor wat ze zijn. Want licht ook zij (in navolging van socialisten en liberalen) haar politieke en filosofische ankers - mee dus in het bad van de politieke verwarring dan komt inderdaad het moment van de politieke herverkaveling dichterbij. Maar dan wel een herverkaveling waarvan niet de christen-democratie, maar vooral haar tegenstrevers rijker zullen worden.Dat derde argument is het meest ingrijpende, want sluipende en destructieve van de hele operatie aangezien het geruisloos de christen-democratie in een defensieve positie drukt. Een positie waar ze een uit-de-tijd-aureool krijgt opgeplakt, maar waar ze in werkelijkheid niet thuishoort. Want uit de tijd wil nog niet waardeloos zeggen. Het is dus hoog tijd voor de christen-democratie om haar uit de tijdse waarden, weer eigentijds en zeer nadrukkelijk te hertalen en te claimen. Hoogtijd om weer complexloos en gedreven haar traditionele burgerlijke uitgangspunten omtrent arbeid, natuur, eigendom, zekerheid, houvast, orde, geen avonturen, én gezin weer als alleen de hare op te eisen. Ooit kon ze daarop terecht haar monopolie laten gelden.Jaak DELBEKEDe auteur is uitgever van het tijdschrift Aspecten