Advertentie
Advertentie

Enron geeft Wall Street zware dreun

Het gerechtelijk akkoord van Enron trof de Verenigde Staten met volle kracht. De ineenstorting van de grootste energiehandelaar ontregelde niet alleen de Amerikaanse markt voor elektriciteit, maar liet ook een spoor van vernieling na bij aandeelhouders, banken en de werknemers. Wat vooral pijn deed, was dat alle controlesystemen om een dergelijke ramp te voorkomen niet hadden gewerkt. Vooral dat was een pijnlijke afgang voor auditor Arthur Andersen, de zakenbankiers en de analisten in Wall Street. De geloofwaardigheid van de kredietwaardigheidsbureaus lag eveneens onder vuur, omdat ze de kredietwaardigheid van Enron veel te lang te hoog hebben gehouden.Eigenlijk stak Kenneth Lay, de voorzitter van de raad van bestuur, zelf de lont aan het kruitvat. Op een conference call met analisten op 16 oktober meldde Lay terloops dat Enron 1,2 miljard dollar van het eigen vermogen ging afboeken voor verliezen op transacties met een aantal offshorevehikels, waarin financieel directeur Andrew Fastow participeerde. Dat de tegenvaller langs de neus weg werd meegedeeld, was op zich nog niet alarmerend, wel dat Lay niet kon uitleggen hoe de vork in de steel zat. En Lay slaagde er evenmin in de aanwezigen ervan te overtuigen dat er geen nieuwe tegenvallers zouden opduiken. Het resultaat is bekend: de aandeelhouders begonnen hun aandelen te dumpen en de aandelenkoers van Enron ging steil naar de grond. Uiteindelijk moest de voormalige grootheid van Wall Street een gerechtelijk akkoord aanvragen, dat meteen het grootste werd uit de Amerikaanse geschiedenis. In zijn aanvraag biecht Enron op dat het moederbedrijf voor 13,1 miljard dollar schulden heeft en de dochterbedrijven die eveneens een gerechtelijk akkoord aanvragen nog eens 18,1 miljard dollar aan schulden, maar er zijn nog voor minstens 20 miljard dollar aan bijkomende schulden die niet in de boeken staan. De schade is groot, niet het minst voor het personeel dat zijn uit Enron-aandelen opgebouwde pensioenfonds elke dag verder zag wegsmelten. De schade beperken kon niet, omdat het wettelijke statuut van de Amerikaanse bedrijfspensioenfondsen niet toelaat dat de personeelsleden aandelen verkopen voor ze 55 jaar zijn geworden.Maar vele anderen delen in de klappen. Te beginnen met de analisten. Die hadden de afgelopen maanden hun door de implosie van de zeepbel van de Nieuwe Economie gehavende imago wat verbeterd. Maar Enron zette meteen de wijzer weer op het nulpunt. Wat te denken van UBS Warburg, dat pas op de dag dat de kredietbeoordelaars de kredietwaardigheid van Enron verlaagden tot rommelobligaties, zijn advies van strong buy naar hold verlaagde? Achteraf bleek dat UBS een zeer grote schuldeiser was van Enron. Een spaarzame uitzondering is Off Wall Street, een onafhankelijk onderzoeksbureau in Boston dat alleen verkoopaanbevelingen geeft en Enron in mei 2001 aan zijn zwarte lijst toevoegde.De kredietbeoordelaars zoals Standard & Poors en Moodys zitten eveneens in het bad. Ze hebben veel te lang gewacht om de kredietwaardigheid van Enron te verlagen. Ze argumenteren dat ze het bedrijf sneller naar de afgrond zouden hebben geduwd als ze de kredietwaardigheid eerder hadden verlaagd. Het is een situatie waarin ze vervloekt zijn als ze het doen en vervloekt als ze het niet doen. Maar hun job is de kredietwaardigheid van ondernemingen beoordelen en als de boekhouding van Enron te ondoorzichtig was voor een correcte beoordeling, hadden ze dat minstens moeten melden.En dan komen we bij auditor Arthur Andersen. Die had maanden leedvermaak met de collegas van KPMG omdat ze zo met de billen bloot waren gegaan bij Lernout&Hauspie. Maar nu zitten zij op de beklaagdenbank. Arthur Andersen stond toe dat Enron zich met ondoorzichtige en onvolledige verslagen presenteerde aan de beleggersgemeenschap. Verontwaardigd wijzen de accountants op de honderden paginas met voetnoten waarin alles staat uitgelegd. Alleen jammer dat die voetnoten zo ondoorzichtig zijn dat zelfs experts niet konden ontdekken wat de feitelijke financiële situatie van Enron was. Het was een pijnlijke afgang voor Arthur Andersen dat Enron in oktober zijn winst over de laatste vijf jaar diende te verlagen met 586 miljoen dollar, want dat betekende dat Arthur Andersen er vijf jaar naast had gekeken. De auditor verdiende echter meer geld door consultancydiensten te leveren aan Enron dan met de controle op de boekhouding. Kortom, eens te meer veroorzaakte belangenvermenging een catastrofe.Want als er al iets duidelijk werd uit het Enron-debacle, is dat je niemand meer blind kunt vertrouwen op Wall Street. Sommige Amerikaanse commentatoren merkten daarom op dat Enron de aandelencultuur in de VS heeft beschadigd. De enigen die er goed bij varen, zijn de advocaten, die zich al rijk rekenen aan de honoraria uit de vele komende rechtszaken. Erik DE LEYE