Epiloog

Negen provincies, negen streken, negen pleisterplaatsen en daar in de keukens rondwaren. Dat was ons mission statement. Aanvankelijk dachten we vooral op boerderijen rond te struinen en al eens bij een koksmaatje aan te lopen. In die volgorde. Vanaf aflevering drie hebben wij, het Franse spreekwoord getrouw, de petits plats dans les grands plats gezet (iets duurder uitpakken om iemand te plezieren).Onze grote chefs zijn de echte roergangers van de keuken. Het is de haute cuisine die nog het beste richting geeft aan een keuken die op drift is geraakt na de diverse voedselcrisissen. De chef van La Grappe dor in Torgny had het al gezegd toen hij het had over de Touffay van zijn lekenbroeder: Met die regionale keuken heb ik het helemaal lastig want die is loodzwaar. Ik herinner mij de Touffay van mijn grootmoeder waarbij de ajuintjes gefruit werden met spek en dan werd er een ei over gebroken. Dat was iets wat je in de lente at met een sla van paardebloemen.Zelfs de kleindochter van de kokkin van koning Albert en koningin Elisabeth schroomde zich niet om mosterd van de Colruyt in te slaan en die als echte van Bister te laten voorkomen. We hebben aanvankelijk smakelijk maar ook slecht gegeten in die boerderijen. En toen Roger Soervereyns van het Scholteshof ons op de Limburgse afspraak vergastte op een eenvoudig bord kalfsvlees met een groentekrans uit de eigen tuin was het hek van de dam: we wilden alleen nog in echte keukens verwijlen en de lezer naar ongekende hoogtepunten voeren.De grote verrassing van deze zomer was dat je bij de chefs voor 2.000 of 3.000 frank een marktmenu kon degusteren dat voortreffelijk en soms duizelingwekkend lekker was zonder dat daar een aderlating voor nodig was. Voor de prijs van twee middelmatige maaltijden kon je jezelf in de hemel wanen. We zullen nooit de boterham met boerengehakt vergeten die de chef van Roest rust in Roesbrugge ons nog schuldig is, hoewel zijn viergangen kreeftenmenu ronduit schitterend was. Van chef Rudy de Volder (t Konvent ) herinneren wij ons ondanks de weelde van truffels die ene kleine brique met een perfecte koninginnehap. Er was ook de Chevreuille aux morilles in Solre-Saint-Géry, net als de carpaccio van Sint-Jakobsschelp op een bed van groene boontjes en nieuwe aardappeldobbelsteentjes (geblancheerd en in de olijfolie) in Balen-Wezel.De kamers die we betrokken, en er zijn er prachtige geweest, waren van de prijsklasse uit de Mercure/Novotel-branche (soms de helft) maar ze waren stuk voor stuk prachtig: van het meisjespensionaat in de rue Escofiette in Torgny, over de monnikenkamer in de abdijboerderij in Malone tot de Louis Quinze in het Konvent in Lo-Reninge.Belangrijk was ook het sightseeinggehalte van de reeks: dat je België weer een beetje leerde kennen. Het land van Herve, de Kempen en de vallei van de abdijen in Namen zijn voortaan niet langer een blinde vlek in onze persoonlijke aardrijkskunde, en de laars van Henegouwen is hopelijk niet langer geheim. Terecht werden delen van Haspengouw en de Gaume vergeleken met de wildste en mooiste stukken van Toscane. Een Amerikaans journalist had het ooit over Belgium, a masterpiece en ondanks de literaire overdrijving is hij dicht bij de waarheid.