Ethiek in de verdrukking, in Nepal en in België

Machthebbers waar ook ter wereld spreken elkaars taal. Het maakt geen verschil uit of ze aan het hoofd staan van een voldragen of van een prille democratie zoals respectievelijk België en Nepal. De andersdenkenden of opposanten worden gemakkelijkheidshalve geassocieerd met of bestempeld als terroristen. Volgens premier Verhofstadt viel het verzet van de oppositiepartijen tegen de exportlicentie voor 5.500 mitrailleurs te interpreteren als steun aan een beweging die in Nepal een communistische dictatuur wil installeren en zelfs een genocide zou plannen.We mogen ons er niet toe laten verleiden de retoriek van staten van buiten de EU klakkeloos over te nemen. Het bestaan van zulke bewegingen toont aan dat de betrokken staat een probleem had of heeft waarvoor hij geen democratische oplossing wil of kan aanreiken. In een normale democratie naar westers model zou naar de eisen van de bevolking worden geluisterd en zou het geweld niet zo geëscaleerd zijn. Maar de omvang van het fenomeen terrorisme in genoemde landen zou niet zo groot zijn, mocht er meer aandacht besteed zijn aan wat onder de bevolking leeft. Het terrorisme waarvan zulke bewegingen gebruikmaken om de aandacht te vestigen op een probleem is ten stelligste af te keuren, maar dat is ook het feit dat de machthebbers het zover hebben laten komen en dat is ook het uitsluitend militaire antwoord waarmee ze voor de dag komen. De machthebbers bestrijden niet de oorzaken van het terrorisme, maar de gevolgen. Dat onze regering zich de retoriek van staten van buiten de EU eigenmaakt zonder ze wetenschappelijk te benaderen, is op zich al bedenkelijk. Dat ze die retoriek bovendien overplant op het kamerdebat door te suggereren, zoals Verhofstadt doet, dat de tegenstanders van de wapenlevering objectieve bondgenoten van de terroristen zijn, is gevaarlijk. De democratie leeft van het debat, maar wordt uitgehold door dergelijk ijdel gebruik van termen en begrippen. Het is best mogelijk dat een prille democratie als Nepal bescherming behoeft, maar de manier waarop verdient een eerlijk debat zonder gezagsargumenten. Premier Verhofstadt liet zich wat graag voorstaan op zijn ontmoeting met premier Sher Bahadur Deuba van Nepal, maar juist dat had hem tot meer voorzichtigheid moeten manen. De attitude van onze regeringsleiders begint meer en meer te verglijden in een moderne vorm van bonapartisme, het gevoel dat niets hen nog kan raken en vooral dat ze onmisbaar zijn, in België en in de hele wereld. De waarheid komt daarbij meer en meer in het gedrang. Dat blijkt uit het rookgordijn rond het begrip burgeroorlog in Nepal, en uit de verlogen wijze waarop minister Louis Michel omsprong met de houding van Duitsland. Ook de ethiek lijdt onder de dubbelzinnigheden van het hele dossier. Indien de komende verkiezingen in Nepal niet verliepen zoals het hoort, zou de wapenlevering worden opgeschort. Maar hoe zit het dan met de bescherming van de prille democratie van Nepal die volgens de regering door wapens zou gewaarborgd moeten worden? Zou die dan plots niet meer nodig zijn? Wat we uit de hele affaire kunnen leren, is dat we in een land van makke geesten leven. Wie zich het debat van verleden jaar in de bondsdag herinnert over de vraag of de bondsrepubliek al dan niet zou deelnemen aan de militaire actie tegen Afghanistan, weet dat Duitsland toen op zijn kop stond. Duitse Groenen en sociaal-democraten hadden het toen knap lastig met zichzelf. We weten nu ook dat een bilaterale aanpak afgedaan heeft. Niet alleen in de EU moet er een betere coördinatie met betrekking tot wapenleveringen zijn, ook de interne situatie van Nepal moet het voorwerp uitmaken van een gerichte aanpak door de internationale gemeenschap. Het is al te gek dat één bepaalde staat het nepargument inroept dat het een prille democratie moet beschermen. Bovendien, de strijd tegen het internationale terrorisme wordt niet alleen gewonnen met wapens. Dirk ROCHTUSDe auteur is docent Diplomatieke Geschiedenis aan de Lessius Hogeschool Antwerpen