EU medeplichtig aan de mislukking van Financing for Development

Van 18 tot 22 maart heeft in Monterrey de VN-conferentie plaats over Financing for Development (FFD/Financiering van ontwikkeling). Het opzet van deze conferentie was ambitieus. Na de grote VN-conferenties van de jaren negentig (duurzame ontwikkeling in Rio, sociale ontwikkeling in Kopenhagen, Vrouwen en ontwikkeling in Peking, enz.) zou FFD ervoor zorgen dat er eindelijk ook middelen op tafel kwamen om de talrijke plannen te financieren. Zonder spectaculaire extra middelen zal men immers nooit de Millennium-doelstellingen halen, een pakket doelen die tegen 2015 moeten worden gerealiseerd, met daarin bijvoorbeeld de halvering van het deel van de wereldbevolking onder de armoedegrens.De voorbereiding van Monterrey was naar VN-normen baanbrekend. Van bij het begin waren niet alleen het VN-secretariaat en het traditioneel diplomatencircuit bij de discussies betrokken. Organisaties als het IMF, de Wereldbank, de WTO, het bedrijfsleven, vakbonden en NGOs hadden hun zeg.Het is dan ook dubbel jammer dat van die originaliteit geen zier overblijft in de slottekst voor de conferentie. Over die tekst werd, tegen alle verwachtingen in, op de laatste voorbereidende vergadering in New York al een akkoord bereikt. In de laatste onderhandelingsrondes werd zowat elk nieuw idee en elke concrete aanzet tot extra financiering geschrapt. Of moeten we ons al blij maken met het feit dat er in een paragraaf verwezen wordt naar de nood aan een onafhankelijke arbitrageprocedure voor het afhandelen van schuldenproblemen, of met een vraag naar meer samenwerking en coherentie tussen de VN en andere internationale organisaties? We kunnen er niet omheen. Met deze slottekst is Monterrey nu al een mislukking. De voorstellen voegen nauwelijks iets toe aan het nu gevoerde beleid, terwijl iedereen weet dat uit een ander vaatje moet worden getapt om de 2015-doelstellingen te halen.Het verwonderde niemand dat de VS constant op de rem stonden bij de onderhandelingen, provocatief waren in toespraken en bijna een karikatuur leverden van hun normale vijandigheid tegenover de VN. Meer verwondering en bitterheid was er over de rol van de Europese Unie. De EU claimt doorgaans een tussenpositie tussen de groep van derdewereldlanden en de VS. In dit geval bleek de EU wel diplomatischer, maar naar de inhoud eigenlijk even negatief en behoudend als de VS. Soms nam de Unie zelfs het voortouw. Zo probeerde ze stukken tekst binnen te smokkelen over handel en investeringen die verder gingen dan wat in de ministeriële conferentie van de WTO in Doha was afgesproken. Dat zette kwaad bloed bij derdewereldregeringen én bij NGOs.Het is dan ook wat wrang dat de raad algemene zaken van de Unie onlangs naar buiten kwam met vijf voorstellen voor Monterrey: substantiële verhoging van de ontwikkelingssamenwerking, meer harmonisering en coherentie met andere aspecten van het beleid, verdere ontbinding van de hulp, lanceren van de discussie over de Global Public Goods en nagaan waar daarvoor middelen kunnen worden gevonden, meer technische ondersteuning op het vlak van handel. Op zich is dat lovenswaardig. Al moeten ook deze beloftes nog worden geconcretiseerd. Wij vrezen vooral dat dit gebaar het gezicht van de EU moet redden en moet dienen om de mislukking van FFD af te schuiven op anderen. Indien de Unie in Mexico enkel maar gaat verkondigen wat ze zelf bilateraal zal doen, en zich er niet toe verbindt om in toekomstige multilaterale onderhandelingen heel wat toeschietelijker te worden, blijft ze beter thuis.De NGOs zijn erg ontgoocheld. We waren sterk bij de voorbereiding van FFD betrokken en hadden een hele reeks stevig onderbouwde en concrete voorstellen. Met dit snelle akkoord rond een slappe eindtekst zijn de regeringen niet van ons af. We gaan toch naar Monterrey. Om duidelijk te maken waarom dit akkoord tekort schiet. Om te zorgen dat wat er dan toch in het akkoord zit, ook echt wordt uitgevoerd. Om individuele regeringen zo ver mogelijk te duwen in individuele verder gaande toegevingen en om die regeringen nu al te wijzen op hun verantwoordelijkheid in toekomstige onderhandelingen.We verwachten dat de Belgische regeringsvertegenwoordigers nog hun uiterste best doen om de EU een duw in de goede richting te geven. Wat ontwikkelingssamenwerking betreft zit ons land op het goede spoor. Het ziet er naar uit dat België zich meer dan ooit tevoren, publiek en Europees, verbindt tot een stappenplan om in 2010 0,7 procent van het nationaal inkomen aan internationale samenwerking te besteden. Al zullen we pas rustig slapen als de belofte in stenen tafelen gebeiteld zit en officieel door alle democratische partijen wordt onderschreven. Mogen we dan ook vragen dat de regering op haar elan doorgaat, en ook rond de schuldenlast van de lage inkomenslanden eindelijk de stap zet naar de 100 procent kwijtschelding? Wat we vooral hopen is dat België de positieve stappen niet ziet als trofeeën waarmee in Monterrey kan worden uitgepakt, maar als een goed instrument om de EU aan te porren om zich in toekomstige noordzuid-onderhandelingen beter te gedragen. Ook een officieel Belgisch standpunt voor de Tobin-taks zou heel wat taboes in Europa ontmantelen. Rudy DE MEYER Bogdan VAN DEN BERGHEDe auteurs werken voor resp. 11.11.11 en Broederlijk Delen