EU-toetreders doorstaan economische crisis goed

BRUSSEL (tijd) - De tien landen die in mei volgend jaar tot de Europese Unie toetreden, doorstaan de economische vertraging als gevolg van de Irakcrisis relatief goed. De economische vertraging bij de tien nieuwelingen is dan ook veel minder uitgesproken dan in de huidige vijftien EU-landen. Dat blijkt uit de economische voorspellingen over de kandidaatlanden die de Europese Commissie dinsdag publiceerde. De tien toetreders zijn Polen, Estland, Letland, Litouwen, Tsjechie, Slovakije, Slovenie, Hongarije, Cyprus en Malta. De Commissie voorspelt dat die tien een gemiddelde economische groei laten optekenen van 3,1 procent in 2003 en van 4 procent in 2004. In 2002 bedroeg de groei in de tien gemiddeld 2,4 procent. De Baltische landen zijn de sterkste groeiers. De Letse economie groeit dit jaar met 5,5 procent; de Estse met 4,9 procent en de Litouwse met 4,5 procent. Cyprus laat met een verwachte groei van 2 procent in 2003 de traagste groei van de tien optekenen. De sterke groei in de tien nieuwe EU-lidstaten is vooral gedreven door de binnenlandse vraag. De sterke binnenlandse vraag is een gevolg van de hernieuwde groei van de investeringen en van de sterke particuliere consumptie. De consumptie wordt bevorderd door de stabilisering van de werkgelegenheid en de groei van de reele lonen. De werkloosheidsgraad in de tien landen bedraagt gemiddeld 15,3 procent in 2003 en 14,7 procent volgend jaar, verwacht de Commissie. Polen is met een werkloosheidsgraad van 20,6 procent dit jaar de negatieve uitschieter. Cyprus kent met 3,4 procent de laagste werkloosheidsgraad van de tien. De inflatie in de tien bedraagt dit jaar gemiddeld 2,7 procent, evenveel als in 2002. Slovakije heeft met 8,8 procent de hoogste inflatie; Litouwen met 1 procent de laagste. De begrotingstekorten in de tien landen verminderen geleidelijk: van een gemiddeld tekort van 5,3 procent van het bruto binnenlands product in 2002 tot een tekort van 3,9 procent in 2004. JL