Advertentie
Advertentie

Europees minderhedenverdrag: doekje voor het bloeden of communautaire springstof?

Sinds de nacht van donderdag 28 op vrijdag 29 juni is het Lambertmontakkoord een politiek feit. Premier Verhofstadt triomfeert want de buit is binnen. De manier waarop hij de buit binnenhaalde, geeft nochtans weinig redenen om een hoge borst op te zetten.Wie aandachtig het binnenlandse politieke gebeuren én de politieke besluitvorming in dit land in het bijzonder op de voet volgt, zal bij het totstandkomen van Lambermont hoogstwaarschijnlijk een déjà-vugevoel hebben ervaren. De politieke hoogstandjes die werden uitgehaald om te zorgen dat de PSC zich toch zou onthouden bij het debat over de bevoegdheden om zo de broodnodige meerderheid voor Lambermont binnen te halen, hadden maar weinig te maken met de zo geroemde nieuwe politieke cultuur waarvan Guy Verhofstadt toch pretendeert een van de vaandeldragers te zijn. Zo is het toch opvallend dat Verhofstadt op 7 juni plechtig in de Kamer verklaarde dat er geen enkele band bestond tussen het Europese minderhedenverdrag en Lambermont en dat hij er niet aan dacht die koppeling te maken. Maar voor ieder politiek waarnemer werd het vrij vlug duidelijk dat die koppeling er wel zou komen om de broodnodige PSC-onthouding te bewerkstelligen. Het was dat of de vernietiging van de omzendbrief-Peeters. Waarschijnlijk zagen Verhofstadt en zijn raadgever in dat het aanvaarden van een vernietiging van de omzendbrief-Peeters een brug te ver zou zijn voor Fons Borginon en de VUers die bereid waren Lambermont goed te keuren. Dus daarom maar op de proppen gekomen met het minderhedenverdrag. Een interministeriële conferentie buitenlands beleid moet nu zien het Europese minderhedenverdrag in te passen in het Belgische kader of omgekeerd.Van diverse zijden wordt met kracht beweerd, niet op de laatste plaats van de zijde van de federale en Vlaamse regeringen, dat de goedkeuring van dat minderhedenverdrag niet de minste invloed heeft op de netelige taaltoestand in dit land. Best mogelijk, maar de stelligheid waarmee dat verklaard wordt, klinkt wat té stellig om niet verdacht te zijn.Langs de zijde van de Vlaamse beweging bestaat er tegen de werking van die interministeriële conferentie geen enkel bezwaar op voorwaarde dat die conferentie haar werk ernstig neemt. Zo zou die ernst zijn weerslag kunnen vinden in één kort en duidelijk besluit dat aan de premier zou kunnen worden meegedeeld. Meteen zou de conferentie zichzelf dan kunnen ontbinden in de wetenschap dat in heel de geschiedenis van dit land geen enkele interministeriële conferentie in zon korte tijd met zon kort besluit zon degelijk werk heeft uitgevoerd. En dat besluit zou als volgt kunnen luiden: België keurt het Europese minderhedenverdrag goed en deelt mee dat er in Vlaanderen geen etnische minderheden bestaan.Hoogstwaarschijnlijk zouden de vertegenwoordigers van PRL, FDF en MCC Lambermont niet goedgekeurd hebben en zou de PSC helemaal niet aan een onthouding gedacht hebben indien de interministeriële conferentie haar eindconclusie in die zin zou formuleren.Daarom zou het wel eens de moeite waard zijn de argumentatie te horen waarmee Verhofstadt en de zijnen bovenvermelde Franstalige partijen en de PSC in het bijzonder over de brug gehaald hebben. Premier Verhofstadt moet wel beseffen dat ieder andersklinkende verklaring zal stoten op een onverbiddelijk veto vanuit Vlaanderen.Overduidelijk is het immers dat de goedkeuring van het minderhedenverdrag in de al dan niet nabije toekomst door de Franstaligen als een breekijzer zal gebruikt worden om te wrikken en te tornen aan de reeds sterk belaagde taalwetregeling in het Vlaams-Brabantse randgebied.Daarom is het van ontzettend groot belang dat de Vlaamse regering zich een kordater Vlaams profiel aanmeet dan tot nu toe het geval is en dat zij in het bijzonder Brussel en het Vlaams-Brabantse randgebied met een meer geëngageerde en inhoudelijk sterk onderbouwde politieke bekommernis gaat benaderen. Wringt daar juist niet het schoentje? Want Dewaels regeringsploeg heeft in die materie zelden gescoord.De duidelijkste illustratie daarvan is het feit dat toen Lambermont werd onderhandeld Dewael en co niet uitblonken in het doordrukken van de vijf resoluties van het Vlaams parlement, gestemd op 3 maart 1999. Gedwee volgde en volgt de Vlaamse regering de richtlijnen die vanuit de Wetstraat 16 te Brussel gegeven worden.De regering Dewael kan daar echter verandering in brengen. Bij het uittekenen en plannen van de Vlaamse provinciale kieskringen kan de Vlaamse regering ook consequent werk maken van de kieskring Vlaams-Brabant. Waarom zou dan niet in één moeite door Dewael bij Verhofstadt de splitsing van de tweetalige kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde én van het gerechtelijk arrondissement bepleiten en bewerkstelligen? Tijdens het jongste kamerdebat over Lambermont kaartte Geert Bourgeois terecht deze problematiek aan als een voor Vlaanderen noodzakelijk gegeven bij de overdracht van de bevoegdheden.Of zal VLD-kopstuk en voorzitter De Gucht in dat geval deze eisen schamper wegwimpelen en de splitsing afdoen als nog maar eens een pesterij van de Franstaligen in de Vlaams-Brabantse rand?De communautaire tijdbommen die Brussel én Vlaams-Brabant zijn, tikken verder en zowel op federaal als op Vlaams regeringsniveau kijkt men tot nu toe liever de andere kant op voor deze zogenaamde faux problèmes, zoals dat in het politieke jargon wordt omschreven. Nieuwe politieke cultuur? Typisch Belgische loodgieterij, op zijn smalst!Guido MoonsDe auteur is waarnemend algemeen voorzitter van de VVB