Europese auto-industrie, ook een verantwoordelijkheid van de overheid

In het geval de Europese auto-industrie ooit de weg opgaat die het staal, de scheepsbouw, de motorfietsenindustrie, de camera-industrie, de textiel enz. haar zijn voorgegaan, zal de verantwoordelijkheid daarvoor in grote mate aan de voeten moeten worden gelegd van een overheid die steeds heeft geweigerd de problemen van deze industrie onder ogen te zien. Een treffend voorbeeld daarvan was de toespraak van minister Geens tijdens de viering van het 25-jarig bestaan van de Ford-fabrieken te Genk. Toegegeven dat ministers het niet als hun taak aanzien om tijdens een jubileumviering de feestvreugde met nuchtere feiten te verstoren, ook niet na de verkiezingen. Een optimisme en een verkeerde voorstelling van de feiten zoals die door minister Geens werden gepleegd, kunnen moeilijk anders worden bestempeld dan als een gevaarlijk ontkennen van de problemen en kunnen zeker geen voorbeeld zijn van een overheidsbeleid dat ook op langere termijn over toekomst en verder bestaan van een van haar belangrijkste industrietakken dient te waken. Volgens Geens is de Vlaamse auto-assemblage-industrie met 25 geassembleerde auto's per werknemer een der meest efficiënte van de wereld en vestigt zij met dit cijfer zelfs een wereldrekord. Waarschijnlijk vergist de minister zich tussen assemblage en produktie.