Everberg-wet met karwatsdoor parlement gejaagd

(tijd) - De behandeling van het wetsvoorstel, dat het gesloten centrum in Everberg een wettelijke basis geeft, is gisteren in de Kamer uitgedraaid op een procedureslag. De meerderheid deed daarbij alles om de deadline van 1 maart voor de opening van het centrum te halen. De oppositie spande zich al evenzeer in om te bereiken dat de regering die symbolische datum niet haalde.N-VA-voorzitter Geert Bourgeois zou daarom een advies van de Raad van State vragen. Het verzoek voor een stemming daarover moest eerst door 30 kamerleden gevraagd worden. Daarna moesten 50 leden effectief de doorverwijzing naar de Raad van State vragen. Als de oppositie alle beschikbare manschappen optrommelde, kon dat net lukken.Maar kamervoorzitter Herman de Croo lag op de loer en greep een verwijzing van de PSCer Ahrens naar de Raad van State aan om al eerder te vragen of de kamerleden een doorverwijzing wilden. De oppositie, die toen niet in aantal was, ging daar niet op in. Toen Bourgeois later toch met zijn vraag kwam, werd die door De Croo afgeketst. Luid protest van de oppositie kon de voorzitter niet vermurwen.Rond 19 uur konden de volksvertegenwoordigers dan eindelijk stemmen over het voorstel. Omdat de oppositie massaal de zaal verliet werd het met 86 tegen 1 stem (van de onafhankelijke Vincent Decroly) goedgekeurd.SenaatVandaag mogen de senatoren het spektakel nog eens overdoen. De senaat komt daarvoor uitzonderlijk op vrijdag samen. Het wetsvoorstel werd gisteren al doorgestuurd naar de senaatscommissie voor Justitie. Die moet vandaag haar verslag nog goedkeuren, waarna de opgetrommelde senatoren meteen met de plenaire bespreking moeten beginnen. Het is de bedoeling dat er ten laatste tegen 13 uur gestemd wordt. In het bureau van de Senaat, dat deze gang van zaken goedkeurde, werd gisteren ook door leden van de meerderheid luid gemopperd over deze kleinering van het parlement.De wet moet daarna ook nog ondertekend worden door de koning en is pas rechtsgeldig als ze in het staatsblad gepubliceerd wordt. De vorst en de drukkers van het staatsblad weten al dat ze vandaag het best geen dagje vrij nemen. IB