Excessen van marktfundamentalisme gezien door een liberale bril

Als liberaal ben ik absolute voorstander van het aanwakkeren van de zin om te ondernemen. Mensen de kans geven hun wens tot autonomie te realiseren, de marktwerking te stimuleren, de fiscale druk te verminderen. Ik kan al deze streefdoelen onderschrijven en als liberaal minister is het mijn taak deze diverse aspecten in beleidsopties te vertalen. Dit alles mag er echter niet toe leiden dat wij blind zijn voor de fundamentele problemen van deze wereld. Graag noem ik er enkele op.De steeds groter wordende kloof tussen arm en rijk De kloof tussen arm en rijk neemt toe. Waar in 1945 de 20 procent rijksten ter wereld 30 keer meer bezaten dan de 20 procent armsten, is dit vijftig jaar later maar liefst 80 keer. De helft van de wereldbevolking leeft met minder dan 2 dollar per dag.oor wie meent dat dit enkel een probleem is van de Derde Wereld, laat mij toe even enkele Europese cijfers aan te halen. Het inkomen per capita is in de rijkste regio tien keer hoger dan dit van de armste regios van Europa. En in de welvarende Europese Unie, die de meest competitieve regio van de wereld wil worden, leven bijna 60 miljoen Europeanen onder de armoedegrens. Het volkskapitalismeIn landen zoals de Verenigde Staten en Duitsland bezit naar schatting meer dan de helft van de bevolking aandelen. Kenmerkend aan dit volkskapitalisme is niet alleen dat de traditionele dichotomie tussen werknemers en kapitalisten op de helling wordt gezet (wat het einde van het marxisme inluidde) maar dat de salarissen relatief steeds een kleiner aandeel in het bruto binnenlands product (BBP) vertegenwoordigen. De salarissen vertegenwoordigen in de meeste Europese landen minder dan de helft van het BBP, en hun aandeel blijft verder dalen wat tevens de ongelijkheden versterkt. In deze context dienen wij ook de aandelenopties die aan velen de illusie van rijkdom hebben voorgespiegeld kritisch te onderzoeken. Dit moet er niet toe leiden dat wij aandelenopties verwerpen, maar dat wij bijvoorbeeld de fiscale regeling herzien die belastingen heffen op toekomstige rijkdom die voor velen nooit zal worden gerealiseerd. Werknemersparticipatie moet worden toegejuicht maar niet als een louter financieel instrument. De dictatuur van de financiële economieVan alle economische transacties zijn er 85 procent van financiële of speculatieve aard. De tendensen op de beurzen waar miljarden in een mum van tijd als sneeuw voor de zon wegsmelten, doen inzien dat de exorbitante winsten die werden gerealiseerd niet als een verworven recht kunnen worden beschouwd. De vraag bij dit alles is echter of het dezelfde mensen zijn die aan de kassa aanschoven die nu ook de verliezen moeten incasseren en die nu moord en brand schreeuwen. Indien echter zou blijken dat zoals in een piramidespel de eersten hun schaapjes op het droge hebben terwijl de laatst toegetreden, daarbij gestimuleerd door het beleid, het gelag betalen, gaat het hier om een georganiseerde onrechtvaardigheid.Eenzelfde logica geldt trouwens wanneer wij zien dat de aandelenkoers van een bedrijf spectaculair stijgt als het bedrijf een massale afdanking aankondigt. Als minister die in de bres springt om werkgelegenheid te creëren, of te behouden waar het kan, kan ik deze collectieve houding onmogelijk als ethisch bestempelen. Fondsen die zich speciaal toeleggen op het speculeren à la baisse, en die op die manier een self-fulfilling prophecy uitmaken, kunnen in deze context als onethisch worden beschouwd. In die zin sluit ik mij aan bij de mening van Baron Lippens, dat de ethiek belangrijk is en dat bedrijven andere waarden dan winstbejag en groei hoog in het vaandel moeten dragen. En in deze benadering is er ook een nieuwe rol voor de overheid weggelegd.In deze context sluit ik mij ook aan bij de gedachte dat wij moeten streven naar meer transparantie. De WorldCom- en Enron-schandalen kunnen slechts het topje van de ijsberg zijn als wij niet meer regulering aan de dag leggen die voldoende garantie biedt dat de cijfers stroken met een onderliggende realiteit. De rol van de overheidOp regionaal niveau ben ik voorstander van maatregelen waarbij de overheid als beschermer van haar onderdanen optreedt en het ondernemen vergemakkelijkt voor wie daar zin in heeft. Experimenten in het buitenland tonen aan dat een specifieke benadering gericht op doelgroepen er toe kan leiden dat heel wat allochtonen financiële autonomie kunnen bereiken door een bedrijf te starten. De falingskans is overigens niet hoger dan bij de totale populatie. In Nederland bestaat een regeling, de Tante Agaath regeling, die in een fiscaal gunstregime voorziet voor zij die rechtstreeks investeren in bedrijven. Meestal gaat het daarbij om bedrijven waar een affectieve link mee bestaat. Bijvoorbeeld ouders die investeren in het bedrijf van zoon of dochter, of in bedrijven van de buurt. In deze investeringen gaat het dus niet alleen om een financiële return, maar staat de mens centraal. Dat hier de overheid een fiscaal steentje bijdraagt, zelfs bij totaal verlies van de investering, lijkt mij een goede zaak. De markt als basisprincipe gebruiken, maar bijsturen waar het moet, lijkt mij de basis van een verantwoord beleid in de 21ste eeuw. Marktveneratie of marktfundamentalisme zijn daarbij uit den boze, maar een sociaal liberalisme is mijn leidmotief.Serge KUBLADe auteur is vice-voorzitter van de Waalse regeringen minister van Economie, KMO, Onderzoek en Toerisme