Advertentie
Advertentie

Familiebedrijf onder druk

Verschillende studies, zoals bijvoorbeeld de Global Entrepreneurschip Monitor (GEM) wijzen uit dat ondernemerschap in Vlaanderen minder sterk doorgedrongen is dan in andere landen. Deze stelling wordt bewezen aan de hand van allerlei ratios die de verhouding ondernemers weergeven ten opzichte van het aantal actieven of volwassenen. De cijfers hebben hun belang en worden ook dankbaar gebruikt om de mythe te doorprikken dat dit het land van de KMOs en de ondernemers is. Elke samenleving moet zichzelf in stand houden en heeft daarom een economie nodig. Zo ontstonden ambachtelijke en kleine bedrijven en kwam handel tot stand. De jongste tijd wordt vaak herinnerd aan het belang van die kleine ondernemingen. Ook het beleid moet bij het kleine starten. Tienduizenden kruideniers, slagers en bakkers zijn verdwenen onder het geweld van de grote distributiebedrijven die bijzonder goed gedijen in zeer sterk bevolkte landen als het onze. Vervang enkele duizenden zelfstandige ondernemers door een distributiebedrijf als Delhaize of Carrefour die maar voor één ondernemer tellen en een flink stuk van de kwantitatieve afkalving van het ondernemerschap is verklaard. Veel bedrijven starten niet meer als familiebedrijf maar als partnerschap. Mensen met hoge competenties vinden elkaar en richten samen een bedrijf op in plaats van elk het zijne. Bedrijven worden groter als gevolg van consolidatie en grotere kapitaalvereisten. Veel meer dan naar de cijfers te kijken, op gevaar af dat men zich verkijkt, is het nodig naar de kwalitatieve evolutie van het ondernemerschap te kijken. Toegegeven, met cijfers kan men problemen aan de orde stellen en evoluties weergeven maar het is net als met faillissementen. Stel dat in 2001 enkel Sabena failliet zou zijn gegaan tegen honderd KMOs in 2000, men zou gesproken hebben van een fantastische daling van 100 naar 1. Wie kijkt naar de inhoud, ziet een bedrijf met 8.000 werknemers tenietgaan tegenover 100 KMOs met samen bijvoorbeeld 1.000 werknemers. Zonder ons uit te spreken over de ernst van de menselijke aspecten, weegt dat ene faillissement economisch wel ettelijke keren zwaarder. Kwalitatief ondernemerschap betekent professioneel, duurzaam ondernemerschap, dat maatschappelijke erkenning afdwingt en anderen tot voorbeeld strekt. Veel Vlaamse bedrijven zijn in de voorbije decennia opgericht door ondernemers, die meegroeiden met de markt. In de huidige verzadigde markt is groeien niet meer vanzelfsprekend. Men moet echt nieuwe producten en diensten ontwikkelen, concurrenten overnemen of inspelen op de ontwikkelingen in de samenleving. Dat schrikt vele potentiële ondernemers af. Steeds meer ondernemingen sterven langzaam af, omdat hun activiteit geen toekomst meer heeft of omdat het een rendementsonderneming is geworden die enkel nog voortbestaat tot de bedrijfsleider met pensioen gaat. In de voorbije jaren zijn veel van die bedrijven ook overgegaan in de handen van een opvolger en in de komende jaren staan nog vele duizenden bedrijven voor een zelfde scharniermoment. De hoge nood aan opvolgers slorpt veel ondernemerstalent op dat niet naar nieuwe ondernemingen vloeit. Ook dat verklaart de zwakke groei. Veel ondernemerschap is vervangingsondernemerschap en geen uitbreiding van het ondernemerschap. Kris Barrezeele