Advertentie
Advertentie

Faust, wars van alle traditie

Na de succesvolle uitvoeringen van La Damnation de Faust van Berlioz door het Koninklijk Filharmonisch Orkest van Vlaanderen, speelt hetzelfde orkest over enkele dagen de Faust-opera van Charles Gounod. Dirigent Jan Caeyers belooft het publiek een vertolking die teruggaat naar de wortels van Gounods opera. Caeyers visie op de Faust-partituur zal van orkest, zangers en publiek een open ingesteldheid vergen; en de radicale terugkeer naar de oorsprong van het werk zal wellicht ook wel wat verontwaardiging doen ontstaan. Er zijn mensen die verwachten dat men altijd maar bevestigt wat ze reeds kennen, zegt Caeyers. Bij de symfonieën van Beethoven heeft het ook een tijd geduurd vooraleer de uitvoeringen die dicht bij de originele partituur staan, geaccepteerd werden. Bij de muziek van Gounod ligt het zelfs nog wat moeilijker geloof ik, omdat de mensen die openstaan voor zogenaamde partituurgetrouwe benaderingen, vaak toch een vooroordeel hebben over zijn muziek. In tegenstelling tot Berlioz, die men toch eerder als een revolutionair componist beschouwt, wordt Gounod eerder als reactionair bestempeld.Toch wil Jan Caeyers, na een voorbereiding van anderhalf jaar, al zijn energie aanwenden om een uitvoering van Faust te brengen die wars is van de storende tradities die er de afgelopen 150 jaar zijn ingeslopen. Daarom werd ook voor een zeer jonge cast gekozen, omdat die nog grotendeels onbevangen met deze partituur kan omspringen. Het is belangrijk te weten dat Gounods Faust gecreëerd is in het Théâtre Lyrique in Parijs, vertelt Caeyers. Het belangrijkste theater was echter de Opéra, waar men de duurste decors en zangers had, maar waar men op een meer stereotiepe manier met opera omging. Het Théâtre Lyrique had de bedoeling een breder publiek aan te spreken. Men speelde er ook meer het Duitse repertoire van Mozart, Beethoven en Von Weber. De veel minder ijdele benadering van opera was typisch voor dat operahuis. Bij de première van Faust was de tenor in extremis uitgevallen en men had een tenor uit de Opéra Comique als vervanger gekozen. Dat zegt toch wel iets over de keuze van de stemtypes. Nu, in dit werk is er altijd wel een zekere ambiguïteit geweest wat de stemtypes betreft. Ik vind alleszins dat men deze muziek niet te zwaar mag zingen. Het moet zeer natuurlijk en soepel klinken. Ik merk in de partituur overigens veel elementen die naar Mozart, Beethoven en Schubert verwijzen. Daarom wil ik Gounods Faust niet als een bombastische Franse opera of als een opera van Wagner laten klinken. Toen de Opéra Lyrique in 1868 bankroet ging, kwam Faust op het programma van de Opéra. Daar kwam het werk in een heel andere context en uitvoeringstraditie terecht, een traditie die het werk nog altijd met zich meesleept. Wat Jan Caeyers vooral wil bannen, zijn de aangehouden hoge noten en het voortdurende vertragen. Ik probeer heel dicht bij de partituur te blijven, zegt Caeyers, en alleen de vertragingen te doen waar Gounod ze geschreven heeft. Voor mij is het duidelijk dat hij zijn partituur zeer nauwkeurig heeft uitgeschreven. Vibrato, vertragen of espressivo, zijn middelen die zeker iets toe kunnen voegen aan een muziekstuk, maar als men al die elementen vanaf de eerste noot te pas en te onpas gaat gebruiken, houdt men niets meer achter de hand voor de momenten waar men ze echt nodig heeft. Door deze middelen spaarzaam te gebruiken, kan men uiteindelijk veel meer effect bereiken. Men moet zich trachten te verzoenen met het feit dat Gounods melodieën nu eenmaal niet complex zijn. Het is beter die spontaniteit te respecteren, door niet te veel aan de noten toe te voegen. Gounods tijdgenoot Meyerbeer wees het libretto dat Jules Barbier van Faust gemaakt af als een verkrachting van het origineel. De grondig vereenvoudigde versie was echter een kolfje naar de hand van Gounod, die er zijn onsterfelijke muziek bij zou schrijven. Jan Caeyers: Ik vind dat men de dramatiek van het verhaal niet mag overschatten, maar er zitten zonder meer enkele zeer sterke scènes in Gounods opera. De elementen die Barbier uit Faust heeft genomen waren maar een aanleiding om een eigen verhaal te kunnen schrijven. Er zitten zonder meer ook heel wat conventionele elementen in. Faust is een metafoor voor de psychisch in problemen geraakte mens. De visuele uitbeelding van dat innerlijke proces was toen erg in trek. Solisten bij deze uitvoering zijn onder meer Cécile Perrin (Marguérite), Ray Wade (Faust), Wilfried van den Brande (Méphistohélès).Koningin Elisabethzaal (Antwerpen) vr 16 jun, 20 uur 0800/21036Riccardo ChaillyHet Festival van Vlaanderen en de Filharmonische Vereniging van Brussel hebben een hechte band met het Amsterdamse Concertgebouworkest, al jaren een van de vooraanstaande orkesten in de wereld. Met hun chefdirigent Riccardo Chailly komen ze ditmaal naar Brussel voor een uitvoering van Mahlers tiende symfonie. Dit werk werd door de componist in 1910 in een ruwe schets voltooid, maar de geplande uitwerking van dat ontwerp kwam er niet. Daarom is de versie die Deryck Cooke in 1960 van de symfonie maakte, vandaag de minst slechte oplossing om Mahlers late symfonische ideeën tot klinken te kunnen brengen. Werken aan een symfonie van Mahler bij het Concertgebouworkest, een orkest met een heel speciale traditie in dit repertoire, is ongetwijfeld geen sinecure, ook niet voor een dirigent als Chailly. Wie Mahler dirigeert bij het Concertgebouworkest, moet natuurlijk goed weten wat hier ooit op dat vlak gebeurd is, aldus Chailly. Maar het imiteren van uitvoeringen van anderen of van mezelf is totaal zinloos. Ik probeer zeer geleidelijk nieuwe ideeën aan de traditie toe te voegen. Dat op zich is al niet zo eenvoudig, dat kan ik je verzekeren. Maar als mijn argumenten sterk genoeg zijn, kan ik hen wel overtuigen. Op 21 juni kunnen we ons vergewissen van het geboekte resultaat.Paleis voor Schone Kunsten (Brussel) wo 21 jun, 20 uur 02/507.82.00PolyfonistenOp vrijdag 16 juni brengen het Phalesius Consort en de Kantorij St.-Jozef uit Deurne een concert gewijd aan het werk van Ivo de Vento. Deze man is een minder bekende Vlaamse polyfonist uit de late 16de eeuw. Als tijdgenoot van Orlandus Lassus onderging hij duidelijk de invloed van deze figuur, die wel meer generatiegenoten inspireerde. Op het concertprogramma staan twee genres die destijds bijzonder populair waren: de mis en het motet. Ook het befaamde Huelgas Ensemble is aan het werk te horen in repertoire uit dezelfde tijd, al wijst de titel De lokroep van Vergilius op het feit dat de profane genres hier centraal zullen staan. Onder leiding van zijn oprichter Paul van Nevel brengt het Huelgas Ensemble werken van Ludwig Senfl, Josquin Desprez, Jean Mouton, Lassus en Jacob Vaet.Phalesius Consort - Sint-Fredeganduskerk (Deurne) vr 16 jun, 20 uur 03/360.45.01Huelgas Ensemble Miniemenkerk (Brussel) ma 19 jun, 20 uur 02/507.82.00Samenstelling: Tom EELEN