FlexibiliteitspactJim Lannoo

De Europese ministers van Financien gaven Frankrijk gisteren drie weken om extra besparingen voor te stellen. Eind deze maand beslissen de ministers of die besparingen voldoende zijn om Parijs een Europees keurslijf voor zijn begroting te besparen en de dreiging van boetes voorlopig op te bergen. Die beslissing wordt cruciaal voor de toekomst van de Europese begrotingsregels en de geloofwaardigheid van het Europese Stabiliteitspact. De EU-landen legden dat pact in 1997 vast. Het moest ervoor zorgen dat de Europese regeringen hun begrotingstekorten in toom houden om de euro te ruggensteunen met een orthodox begrotingsbeleid. Onder Duitse druk kwamen er strikte bepalingen in het pact om landen die de regels overtreden, streng aan te pakken. Het ultieme wapen van het pact zijn boetes voor landen met een blijvend te hoog tekort. Zes jaar later ziet het Europese toneel er heel anders uit. Frankrijk en Duitsland, de grootste twee economieen van de eurozone, tekenen in 2004 voor het derde opeenvolgende jaar een begrotingstekort op van meer dan de 3 procent van het bruto binnenlands product (BBP) die het pact toelaat. De toepassing van de strenge EU-begrotingsregels blijkt veel moeilijker dan de schrijvers van het pact ooit vermoedden. Berlijn en Parijs roepen de erg lage economische groei van de jongste jaren in als verzachtende omstandigheid voor hun tekort. Toen het pact werd opgesteld, hielden de EU-landen geen rekening met een lange periode van lage groei. Bovendien verzuimden de EU-landen het om tijdens de hoogconjunctuur van het einde van de jaren negentig hun begrotingstekorten versneld weg te werken. Die kortzichtigheid leidde tot de tweeslachtige situatie waarin de EU nu verkeert. Enerzijds heeft het economisch weinig zin om landen die kampen met een zware groeivertraging nog extra besparingen op te leggen. Dat kan ze nog dieper in het economische moeras duwen. Anderzijds staat de geloofwaardigheid van het Stabiliteitspact en dus de euro op het spel. Het pact krijgt wel veel kritiek, maar is voorlopig het enige instrument waarover Europa beschikt om het begrotingsbeleid te coordineren. Het pact volledig herschrijven staat gelijk met een uitholling van het begrotingsbeleid. Het enige alternatief voor landen als Frankrijk en Duitsland is te pogen de Europese begrotingsregels zoveel mogelijk rek te geven. Dat is wat de jongste jaren en maanden gebeurde. De interpretatie van het Stabiliteitspact is intussen veel soepeler dan vijf jaar geleden mogelijk werd geacht. Eind deze maand moeten de ministers van Financien beslissen hoe Parijs verder aangepakt moet worden. Het wordt een moeilijke evenwichtsoefening die gaat bepalen wat het pact in de toekomst nog waard is. De mate waarin de EU eind november bereid is nog meer rek toe te staan op het pact, zal bepalen of er nog sprake is van een Stabiliteitspact. Of van een flexibiliteitspact.