Fotografie als breekijzer

De jonge Duitse fotograaf Wolfgang Tillmans (1968), de eerste fotograaf die de prestigieuze Turner-prijs wist weg te kapen, wordt dit jaar gevierd met een overzicht van zijn nog prille oeuvre. Na Hamburg en Turijn is de expositie nu aangekomen in het Palais de Tokyo in Parijs.De hedendaagse kunstfotografie draait in essentie rond één centrale probleemstelling: de verhouding tussen fotocamera en werkelijkheid. Sommigen verschuilen zich achter de camera en zijn visuele cultuur om elke directe betrokkenheid op de wereld op te schorten, anderen daarentegen keren zich net tot de fotografie in de hoop hun wezenlijk engagement met de werkelijkheid tot uitdrukking te kunnen brengen. Wolfgang Tillmans lijkt duidelijk tot deze laatste categorie te behoren. In tegenstelling tot de glaciale fotografie van zijn land- en generatiegenoten Andreas Gursky, Thomas Struth en Thomas Ruff gaat het er bij hem in elk geval heel wat warmer aan toe. Zijn fotografische strategie wordt bepaald door een absolute openheid ten aanzien van de werkelijkheid. De camera is een transparant membraan geworden waarbij wereld en fotograaf op een onmiddellijke manier op elkaar betrokken zijn. Wolfgang Tillmans beelden vallen buiten elke bekende categorie of genre. Het zijn geen documentaire fotos, geen snapshots, geen amateurfotos. Evenmin zijn ze een spiegel van een moreel zelfbewustzijn.Het aloude probleem rond het ontologische statuut van het fotografische beeld verdwijnt in Tillmans fotografie volledig naar de achtergrond. De fictie van een moeizaam bevochten waarheidsgetrouwheid is vervangen door een discours dat de nadruk legt op een vrijpostige impulsiviteit. De fotograaf wordt niet langer gekweld door het onmogelijke verlangen ten volle in te staan voor wat het fotografische beeld toont, meer zelfs, deze expositie laat doorschemeren dat wat het beeld toont nooit de werkelijke inzet is van Tillmans fotografische strategie, maar dat het eerder gaat om wat er tussen de beelden gebeurt.Dat de toeschouwer inderdaad niet geacht wordt de beelden met al te grote nauwkeurigheid te bekijken, blijkt al uit de wijze waarop Tillmans ze hier presenteert. Elk ordeningsprincipe wordt onderuit gehaald: de fotos worden noch chronologisch, noch thematisch aan elkaar geregen. In de plaats daarvan een bric-à-brac van formaten, genres, technieken en inhouden. Puur abstracte beelden wisselen af met portretten, landschappen en stillevens. Geen enkele reeks kan zich doorzetten: alleen op het keerpunt van de tentoonstellingsruimte - die als een J-vorm werd geconcipieerd - staan drie tafels waarop een serie beelden afkomstig uit Tillmans gepubliceerde fotoboeken getoond worden; overal elders worden beelden die toch dreigen samen te klitten brutaal uit elkaar geranseld. Door deze beelden zo tegenover elkaar uit te spelen schenkt Tillmans ze opnieuw een zekere wildheid: hij wil tot elke prijs vermijden dat de beelden gelezen worden als de vrucht van een doelmatige verhouding tot de werkelijkheid. De foto is geen valstrik om de werkelijkheid in op te sluiten, maar een poort waarlangs ze kan bevrijd worden. Het is een aanlokkelijk, maar tegelijkertijd ook wat ijl voorstel: de evenwichtspositie tussen chaos en orde, tussen grote en kleine formaten werkt niet altijd naar behoren. Steven HUMBLETWolfgang Tillmans: Vue den haut. Tot 22 september in het Palais de Tokyo, Avenue du Président Wilson 13, Parijs. Meer informatie: www.palaisdetokyo.com. Een catalogus is beschikbaar. ISBN 3-7757-1084-1.