Advertentie
Advertentie

Fotografische nevenschikkingen

Fotografie hoor je eigenlijk in het meervoud te schrijven en te denken; er bestaat niet één fotografie; er bestaan zeer verschillende fotografieën. Neem een stevige fotocollectie van zeg een half miljoen beelden, selecteer daar in (naar fotograaf, stijl, genre) en je merkt hoeveel fotos anoniem zijn, zonder een duidelijk stijlconcept, zonder een duidelijke functie, niet in één van de traditionele genres onder te brengen. Toch zitten daar vaak ontzettend intrigerende beelden tussen; vaak zeer schokkend en prikkelend. Het traditionele kritische apparaat ontwikkeld in functie van de traditionele beelden heeft daar geen greep op. Dat betekent dat we niet weten of we deze fotos zouden bewaren, of we ze tentoon zouden stellen, of we ze toegankelijk maken voor belangstellenden. Prentkaarten, familiefotos, publiciteitsbeelden, wetenschappelijke fotos, politiefotos, fotoromans, proefopnames, pornografische beelden, medische fotos, technische experimenten in laboratoria, archieven van foto-opleidingen enz. Welk statuut geef je ze, welke institutionele beslissingen neem je er tegenover?Ook in de traditionele beeldkunsten is er veel randmateriaal, veel afgeleid commercieel materiaal. Maar de logica van de afleidingen werkt er feilloos: we weten wat een voorbereidende schets is en wat het voltooide werk; wat een geschilderde kopie is en wat een gegraveerde omzetting. We worden nooit echt in de war gebracht tussen de grote schilderkunst aan de ene kant en de toegepaste illustratie aan de andere kant. Het zijn werelden die elkaar nooit ontmoeten tenzij in zeer gecodeerde verhoudingen: het is steeds de schilderkunst die de dans van de citaten en ontleningen leidt.In de fotografie liggen de zaken fundamenteel anders. Fotografie ontroert niet, maar intrigeert; ze gaat niet mee met ons gevoel, maar er tegen in; ze bevestigt de kijker niet, maar daagt hem uit. De mooie foto is vaak saai, de brutale foto trekt aan. De foto prikkelt zelden onze cultuur, maar altijd onze nieuwsgierigheid. Iedere foto zegt zoals de Japanse minnaar in het scenario van Marguerite Duras voor Hiroshima mon amour: je hebt niets gezien in Hiroshima iedere foto bewijst die uitspraak. Zo hadden we de dingen inderdaad nog niet gezien. Iedere foto is een openbaring maar tegelijk ook de ontkrachting ervan. Vandaar een ander tergend kenmerk van de fotografie: ze telt niet op tot een groter geheel. Het is erg moeilijk over een fotografisch oeuvre te spreken of de idee van een geschiedenis van de fotografie echt vol te houden. We krijgen geen cumulerende aaneenschakeling, maar een nevenschikking: geen oeuvre, maar een collectie, een reeks. Een reeks die nooit afgesloten kan worden.Dat stelt een museum voor fotografie voor onverwachte problemen: hoe een aankoop motiveren? Welke beelden tentoonstellen? Welke beelden afdrukken? Uiteindelijk is ieder beeld het andere waard geen beeld is in staat alles uit te drukken wat in een oeuvre, een periode of een project gerealiseerd werd. Er bestaat geen canon van klassieke fotos de pogingen in die richting hebben zichzelf uitgehold. Niet zo in de schilderkunst of literatuur waar klassiekers gedurende eeuwen een zeer productieve inspiratiebron vormen. Fotos inspireren niet op lange, maar uitsluitend op heel korte termijn.Musea van fotografie buigen zich vandaag aarzelend en zonder veel hoop op bevredigende oplossingen over dit gegeven. Het relatief jonge Musée Nicéphore Niépce (1972) heeft in nauwelijks drie decennia een grote collectie opgebouwd rond het materiaal van de vader der fotografie. Vandaag nemen ze in een boeiende tentoonstelling en catalogus een aantal van hun zorgen en van de paradoxen van hun instelling als uitgangspunt.Heel snel is het duidelijk dat een museum een kunstlogica hanteert die maar werkzaam is in een zeer kleine marge van de werkelijke fotografie. Naast de (uiteindelijk zeer problematische) ambitie om een mooie foto te maken wordt het veld beheerst door heel andere en zeer diverse passies. Zo is fotografie voor veel amateurs in de eerste plaats een eindeloos experimentele techniek fotografie is niet toevallig een technisch en geen ambachtelijk medium. Camerabeelden bevredigen onze kijklust op een nieuwe, extreme wijze, steeds over de rand van wat wij als welvoeglijk ervaren. Fotos zijn per definitie onfatsoenlijk. Helemaal onderaan in onze waardering zit het vertellen in fotos nochtans is het vertellen onze diepste ordeningstechniek. Maar voor ons blijft fotografie rotsvast fact tegenover fiction. Vertellen is een gefnuikte lust die een verboden bestaan leidt in de fotografie. De meest nuchtere fotografie is die welke in dienst staat van een opdrachtgever. Toevallig bevinden de maatschappelijke opdrachtgevers zich sinds de tweede helft van de vorige eeuw alleen nog maar op de markt: priesters en politici zijn vervangen door verkopers. Fotografie is hier geen lust meer, maar een functie, perfect synchroon met het mediasysteem waarvan de camera één van de fundamentele pijlers is geworden. Even zovele fotografische passies dus, van de kijklust tot de verzamelwoede, van het knutselen tot het vertellen, van het verkopen tot de schoonheid. Ieder met haar eigen pathos en lachwekkendheid. Het museum is traditioneel de instelling van de passie van de schoonheid. De fotografie wordt echter door heel andere driften geregeerd. Die zijn met de idee van een beschouwende en sublimerende museumpraktijk niet te verzoenen. De conclusie is duidelijk; het museum is geen goede plek voor al die andere fotografieën die naast de kunstfoto dé fotografie bevolken. Het is een moedige, maar ook ontmoedigende conclusie. DLPhotographies/Histoires Parallèles,in het musée Nicéphore Niépce,Chalon sur Saône, tot 11 februari.