Frankfurt: chips

De Duitse aandelenmarkten slaagden er deze week net in een lichte winst te boeken. Er was niet veel reden tot feesten. Zo kenden de bestellingen voor de Duitse fabrieken een forse en onverwachte daling. Ook in de VS lieten sommige conjunctuurindicatoren een somber beeld zien. De werkloosheid steeg sneller dan verwacht, en de ISM-indicator voor de verwerkende industrie stelde teleur. De behielden echter beleggers het vertrouwen na een positieve uitschieter van de dienstensector in de VS en van de vertrouwensindicator van Michigan University. Die onduidelijke signalen leidden ertoe dat de euro op weekbasis stabiliseerde. Eerdere winsten werden tenietgedaan. De rente steeg wel lichtjes boven 4 procent. Conjunctuurgevoelige aandelen trokken aan de kar. De staalgroep ThyssenKrupp sprong 10 procent hoger. Goldman Sachs gaf een koopadvies voor de hele Europese sector op basis van de verwachte prijsstijgingen van het staal. Machinebouwer MAN klom 9 procent en Linde zag zijn koers 5 procent hoger gaan. De autobouwers konden ook wat stijgen. De stijging van de dollar in de tweede weekhelft duwde de koersen hoger. Bovendien konden de producenten in juni een forse stijging opmeten van de autoverkoop in de VS. DaimlerChrysler klom 5 procent, BMW 4 procent en VW 2,5 procent. Het sterkste aandeel van de DAX-index was Infineon. De gestegen prijzen voor halfgeleiders duwden het aandeel ruim 11 procent hoger. Andere technologieaandelen verloren terrein. SAP verloor anderhalve procent nadat zijn sectorgenoot Siebel een omzetwaarschuwing had gegeven. De verzekeraars leden onder het zwakke aandelenklimaat. Allianz verloor 1 procent en Munich Re ging 2,5 procent lager. HypoVereinsbank moest net als Bayer 5 procent achteruit.