Frans Rombouts,

ex-topman van De Post, over de parlementaire controle op overheidsbedrijvenIk mocht zelf mijn directie samenstellen, maar ik kreeg twee waakhonden van rode signatuur - een Vlaming en een Waal. En toen mijn ontslag in de lucht hing, zei Rik Daems dat ik kon blijven op voorwaarde dat ik een nieuwe directie aanvaardde. Met, uiteraard, politiek benoemde mensen. Zo worden overheidsbedrijven gestuurd vanuit de politieke partijen. Terwijl dat eigenlijk de taak van het parlement is. (...) Bekijk de interrupties in het parlement en de bevoegde commissie: meestal worden er puur emotionele vragen gesteld, over het postkantoor van Zichen-Zussen-Bolder en zo. t Is randje cliëntelisme; met parlementaire controle op de overheidsbedrijven heeft het niks te maken. Natuurlijk, het gros van de bevolking - en bij uitbreiding de meeste parlementsleden - weet te weinig van management af om overheidsmanagers te beoordelen. De parlementsleden geven dat zelf ook toe. Maar geef ze dan toch de middelen om iemand in te huren die het wél snapt. (...) De controle op de overheidsbedrijven ligt nu bij de ministers, en indirect dus bij de partijhoofdkwartieren. Misschien moeten we het begrip ministeriële verantwoordelijkheid weer definiëren. Stel niet alleen de CEOs van de overheidsbedrijven voor hun verantwoordelijkheid, maar ook de voogdijministers die de beslissingen van die mensen blokkeren. HumoTeodor Shanin, hoogleraar sociologie aan de universiteit van Manchester, over de informele economieDe informele economie is globaal. Op sommige plaatsen wordt ze illegaal en versmelt ze met de criminaliteit. Maar meestal is ze perfect legaal: gewoon mensen die bij en met vrienden en familie werken om rond te komen. Het conventionele standpunt is dat elk land zich beweegt op een continuüm tussen overheidseconomie en de puur kapitalistische economie, tussen links en rechts. Landen kunnen natuurlijk verschuiven op dit continuüm: als het kapitalisme niet werkt, kan de staat tussenbeide komen en vice versa. Na de val van het communisme heeft Oost-Europa noodgedwongen geprobeerd om het kapitalisme in te voeren. De waarheid is echter dat het overgrote deel van de mensheid buiten dit model leeft. In de vroegere sovjet-economieën, waar men volop probeert de economie te privatiseren, leven de meeste mensen in de informele economie, die noch communistisch noch kapitalistisch is. De moderne formele economie heeft maar een kwart van de globale werkkracht in de wereld nodig. De andere drie vierden zijn druk bezig te overleven via de informele economie. Dat is een noodzaak voor gepolariseerde, onrechtvaardige maatschappijen. New Scientist