Advertentie
Advertentie

Fusie is geen tovermiddel

(tijd) - De fusie tussen Daimler-Benz en Chrysler is spraakmakend. Niet omdat er de voorbije jaren geen fusies zouden zijn geweest, wel omdat het de eerste transatlantische fusie is van twee zeer grote industriële bedrijven. Groot en succesvol zijn nochtans geen synoniemen. Maakt de fusie überhaupt een kans? Zijn de culturele verschillen tussen de Duitsers en de Amerikanen overbrugbaar? Of zal de fusie Daimler-Benz-Chrysler stranden? Fusies mogen dan al fel gesmaakt worden door de financiële markten, de ervaring leert dat de operationele uitvoering van de fusie veel minder evident is. En is globalisering het antwoord of eerder de vraag?Groot, groter, grootst. De steile klim van de aandelenmarkten de jongste jaren heeft een vloedgolf van fusies opgeleverd, voor telkens grotere bedragen. In het geval van Daimler-Benz en Chrysler 40,9 miljard dollar (een 1.500 miljard frank), waarmee het de grootste industriële fusie is. De logica achter de fusies is simpel: een fusie is goedkoop omdat ze door de uitgifte van aandelen kan betaald worden. De aandeelhouders van Daimler-Benz en Chrysler ruilen hun aandelen om tegen nieuwe Daimler-Benz-Chrysler-aandelen en de zaak is rond. De aandeelhouders van de grootste Duitse industriële groep krijgen één nieuw aandeel per Daimler-Benz-aandeel, de aandeelhouders van de Amerikaanse autoproducent 547 nieuwe aandelen per 1.000 Chrysler-aandelen. Als er contant moet betaald worden is zulke deal gewoon onbetaalbaar. Net zoals het met kwakkelende beurskoersen al veel moeilijker is om een fusie financieel rond krijgen.