Advertentie
Advertentie

Geen heropstanding in New York

De immer optimistische Wall Street-goeroes waren het eind 2000 roerend eens: na rampjaar 2000 kon 2001 alleen maar beter worden. Dat viel lelijk tegen. De S&P500-index verloor 15 procent, de slechtste prestatie sinds 1974 en nog belabberder dan de minus 10 procent in 2000. Het is van de baissemarkten aller baissemarkten, de periode 1973-74, geleden dat beleggers in New York twee jaar na elkaar tegen een negatieve return aankeken.De spectaculaire Nasdaq-crash in 2000 doet anders vermoeden, maar 2001 verdient meer het etiket baissemarkt dan 2000. Van de 11 economische sectoren die de S&P500 rijk is, sloten er 10 lager af. Dit in schril contrast met 2000, toen 7 van de 11 sectoren hoger afsloten. Tegenover de crash van de technologie- en telecomaandelen, stond toen immers forse winst voor meer defensieve sectoren als energie, olie, gezondheidszorg, transport en financiële diensten.Deze keer viel er nauwelijks een lichtpunt te bespeuren. Dat had uiteraard alles te maken met de snel verslechterende economische vooruitzichten, een gegeven waar de elf renteverlagingen van de Federal Reserve weinig aan konden veranderen. De Amerikaanse economie belandde in het voorjaar in een recessie en zakte door de terreuraanslagen van 11 september nog wat dieper weg.De recessie zorgde voor een ineenschrompeling van de bedrijfswinsten, zodat die belangrijke beursmotor volledig uitviel. De bedrijfswinsten zijn meteen de belangrijkste verklaring voor het rotjaar 2001 op Wall Street. Hoe snel de aandelenkoersen ook zakten, de winstprognoses gingen steeds nog iets harder onderuit. Bijgevolg konden Amerikaanse aandelen zelden als goedkoop worden omschreven.Na een moeilijk eerste kwartaal leek voor de Amerikaanse beurzen nochtans vanaf april het ergste leed geleden. De meeste eerstekwartaalcijfers vielen niet slechter dan verwacht uit. Een lange reeks bedrijfven meende de bodem van de markt te ontwaren en zei beterschap te verwachten in het tweede halfjaar. Zodra dat tweede halfjaar een tijdje bezig was, bleek die verwachting echter wishful thinking. Bedrijven liepen elkaar voor de voeten met nieuwe winstwaarschuwingen, zodat Wall Street en Nasdaq in de nazomer opnieuw afbrokkelden.Aan die geleidelijke afbrokkeling kwam op dinsdagmorgen 11 september een eind. De terreuraanslagen op het enkele straten verder gelegen World Trade Center troffen Wall Street in het hart. De beurzen bleven de rest van de week dicht, de langste sluitingsperiode sinds de jaren dertig. Maandag 17 september hernam de handel, maar van een vaderlandslievende rally viel weinig te bespeuren. De aanslagen en hun gevolgen leidden een week lang tot regelmatige golven van verkooppaniek. Dow Jones en Nasdaq doken 15 procent lager en bereikten het laagste niveau sinds eind 1998.Die steile neergang bleek echter de voorbode van een nog veel forsere remonte. De gevreesde escalatie van de terreur bleef uit, de VS boekten vooruitgang in Afghanistan, enkele bedrijven meldden opnieuw dat het ergste achter de rug was en een aantal macro-economische indicatoren bleek minder slecht dan gevreesd. Door de late remonte bleef de schade over geheel 2001 binnen de perken. De Dow Jones verloor 10 procent, de Nasdaq ruim 20 procent. Zelfs het het bankroet van energiereus Enron, het grootste ooit in de VS, sloeg de markt niet meer uit haar lood. Beleggers hopen dat de agressieve renteverlagingen van de Fed en de stimuleringspakketten van de overheid de economie in 2002 uit het slop halen. Uitblinkers als Microsoft (+55%) en IBM (+43%) namen reeds een fors voorschot op dat verhoopte herstel.Tokyo: 1984Nog maar eens een beroerd jaar voor de beurs van Tokyo. De Nikkei-index verloor net als in 2000 bijna een kwart en belandde daarmee op een dieptepunt sinds 1984. In het voorjaar zorgde de verkiezing van de nieuwe Japanse premier Junichiro Koizumi even voor een - valse - lente. Koizumi volgde de bijzonder onpopulaire en vleugellamme premier Mori op. Hij oogt naar Japanse normen niet alleen flamboyant maar stond bovendien te boek als hervormingsgezind. Buitenlandse beleggers waren al even gecharmeerd als de Japanse schoolmeisjes en stopten in april een recordbedrag van 1.070 miljard yen of 10 miljard euro in Japanse aandelen.Die Koizumi-hausse duurde niet lang. Beleggers kregen dra oog voor de fundamentals en die zagen er vreselijk uit. De Japanse economie gleed weg in de diepste recessie sinds het uiteenspatten van de speculatieve zeepbel aan het eind van de jaren tachtig. De banksector maakt eindelijk werk van een grondige sanering van de probleemkredieten, maar dat is grotendeels sisyfusarbeid. De zware recessie zorgt er immers voor dat er even snel weer probleemkredieten bij komen. De bankaandelen verloren gemiddeld de helft van hun beurswaarde. Kurt VANSTEELAND