Geen Titel

VoorbeeldfunctieSommige parlementsleden zijn ontevreden over hun Brusselse belastingcontroleur, die zijn taak iets te secuur opvat en het aandurft vragen te stellen bij de door hen ingediende kostenstaten. Het gaat om de parlementsleden die er naast hun job van verkozene nog andere beroepsactiviteiten op nahouden. Want over de onkosten die zij als verkozene maken, is geen fiscale discussie mogelijk. 28 procent van de parlementaire wedde wordt forfaitair als een onbelastbare onkostenvergoeding beschouwd. Het bestaande fiscale statuut van parlementsleden dateert van 1995. Voordien werd de helft van de parlementaire wedde als belastingvrije onkostenvergoeding beschouwd. Omdat dit op toenemende kritiek bij de publieke opinie stuitte, werd de belastingvrije onkostenvergoeding tot 28 procent beperkt. Maar tegelijk werd de brutowedde opgetrokken, waardoor netto uiteindelijk geen verlies geleden werd. In 1995 werd ook beslist de parlementsleden een uniforme fiscale controle te garanderen. De ene plaatselijke belastingcontroleur maakte het zijn volksvertegenwoordigers immers al moeilijker dan de andere en dus werd de controle op de belastingaangiften van de parlementsleden in Brussel gecentraliseerd. Die centralisatie blijkt nu voor de cumulards een grove misrekening te zijn. Want de Brusselse belastingcontroleur van dienst legt alles behalve de inschikkelijkheid aan de dag waarop gehoopt werd en behandelt de belastingaangiften van de verkozenen des volks nog net iets grondiger dan die van het gewone plebs. De PS, toch de partij van en voor de gewone man en voorvechtster van de strijd tegen de fiscale fraude, heeft daarom een wetsvoorstel ingediend dat de belastingcontrole van parlementsleden opnieuw decentraliseert. Het voorstel werd inmiddels mee ondertekend door SP, VLD, PRL/FDF en PSC. De ondertekenaars schrikken er zelfs niet voor terug te stellen dat ze hiermee een fiscale voorkeurbehandeling ongedaan willen maken. Waar ze uiteraard met geen woord over reppen is dat, alle gelijkheid van de belastingbetalers ten spijt, het plaatselijke parlementslid veel meer mogelijkheden heeft dan jan modaal om van zijn plaatselijke controleur de nodige inschikkelijkheid te verkrijgen. Een parlementslid dat zijn job ter harte neemt, mag en moet behoorlijk verdienen. Maar er zijn ook parlementsleden die haast enkel in het halfrond te zien zijn als er moet worden gestemd. Afwezigheid bij stemming wordt financieel immers bestraft. Voor die stemmachines is 170.000 frank netto per maand mooi en gemakkelijk verdiend. Bovendien zijn de minder actieve parlementsleden niet toevallig vaak die verkozenen die ook er nog andere beroepsactiviteiten op nahouden en bijgevolg op het eind van de maand met een beduidend gevulder loonzakje naar huis kunnen keren dan hun hardwerkende collegas. Toch is het precies om die cumulards fiscaal ter wille te zijn dat de wet nu zou worden aangepast. Parlementsleden hebben een voorbeeldfunctie. Als wetgever de wet aanpassen om de fiscale druk op de eigen inkomsten te verlagen, is alles behalve voorbeeldig. Achteraf kan en zal in het parlementair halfrond dan weer geklaagd worden over de toename van de anti-politiek. Stefaan HUYSENTRUYT