Geld en conjunctuur in België

Men kan zonder overdrijven stellen dat de jongste decennia het macro-economisch onderzoek zich hoofdzakelijk, zowel theoretisch als empirisch, heeft gericht op de mate waarin monetaire grootheden inwerken op de reële sfeer van de economie, dit is op factoren als tewerkstelling, produktie, investeringen e.d. Aan de basis van deze belangstelling lag de opmerkelijke vaststelling dat er een vrij sterke correlatie bestaat tussen de nominale geldhoeveelheid en de reële economische activiteit van een bepaald land, zoals gemeten door bijvoorbeeld het BNP gecorrigeerd voor inflatie. Deze empirische regelmatigheid is verwonderlijk aangezien het lang niet evident is dat door een verhoging van het nominale geldvolume meteen ook de reële produktie of de werkgelegenheid zou toenemen. Extreem voorgesteld: waarom zou een munthervorming waarbij alle biljetten vervangen worden door nieuwe briefjes met een extra nulletje, jobs creëren? Immers, in een oogwenk zullen alle prijzen verveelvoudigen, en zal er verder niets gebeuren.