Gemiddeld gezin bestaat uit 2,35 personen

(tijd) - Het aantal private gezinnen in Belgie steeg in 2001 met 41.370 eenheden tot 4.319.040. Daardoor bestond het gemiddelde gezin op 1 januari 2002 uit 2,35 personen, tegenover 2,37 begin 2001. Daarnaast bestonden nog 6.450 collectieve gezinnen, zoals kloostergemeenschappen, rusthuizen en gevangenissen. Uit de publicatie Bevolking en huishoudens van het Nationaal Instituut voor de Statistiek blijkt dat het aantal gezinnen van een en twee personen toeneemt en het aantal grotere gezinnen afneemt. Er bestaan 1.382.353 private gezinnen van een persoon en 1.351.188 gezinnen van twee personen. Voorts zijn er 700.378 huishoudens van drie personen, 579.402 gezinnen van vier personen en 212.656 gezinnen van vijf personen en 93.063 gezinnen van zes of meer personen. Met 1.233.154 gezinnen is het echtpaar met kinderen het meest voorkomende gezinstype. Voorts zijn er 944.220 echtparen zonder kinderen, 755.363 alleenstaande vrouwen, 626.990 alleenstaande mannen, 380.999 moeders met kinderen en 130.187 vaders met kinderen. De gezinsgrootte in Brussel is duidelijk kleiner dan in de twee andere gewesten. In Brussel bestaat het doorsneegezin uit 2,02 personen, in Wallonie uit 2,36 personen en in Vlaanderen uit 2,42 personen. De provinciale gegevens tonen aan dat de gezinnen het grootst zijn in Limburg (2,61 personen) en het kleinst in Luik (2,27 personen). De verschillen per gemeente zijn veel groter. Elsene in het arrondissement Brussel heeft met een gemiddelde gezinsgrootte van 1,63 personen de kleinste gezinnen. Thimister-Clermont uit het arrondissement Verviers heeft de grootste gezinnen, want daar bestaat een huishouden uit gemiddeld 2,95 personen. WV