Advertentie
Advertentie

Gerard Reve, Prins of Nar?

De literaire wereld is een kleine wereld. Het huis in Machelen aan de Leie, waar de grote volksschrijver Gerard Reve resideert, is een voormalige dokterswoning. De dokter die er woonde en het pand aan Reve verkocht, heette Maurice van de Meulebroecke. Hij was de echtgenoot van Paula Lateur, de oudste dochter van Frank Lateur, beter bekend als Stijn Streuvels. En net als Reve was Streuvels wereldvreemd, en hield Streuvels, houdt Reve ervan alles en iedereen naar zijn hand te zetten. Want Reve mag dan dementerend zijn, hij is nog kundig genoeg om de controle te behouden over het spektakel dat momenteel opgevoerd wordt rond zijn persoon. Van die kunde ben ik ooit bevoorrecht getuige geweest.Na het eclatante succes van de eerste Nacht van de Poëzie in 1973, had ik zin in een tweede, doch elders en anders. Mijn oog viel op Kortrijk en zijn Hallen. Naast een andere plaats en een nieuwe ruimte was er echter nood aan een vedette. Wie anders was daar meer geschikt voor dan Gerard Reve? De man van wie beweerd werd dat hij, gezien zijn reputatie en de dictatuur van de CVP en cie in die tijd, onmogelijk in Vlaanderen zou kunnen optreden.De toenmalige uitgever van Reve was Elsevier. Hij was in dat brave boekenhuis beland door Angèle Manteau en het moet gezegd, haar aandeel in het contracteren van Reve was lucratief voor beide partijen. Zodat, vier dagen voor de Nacht, 17 mei 1975, Reve plotseling voor mijn neus stond. Ik heb getekend, zei hij. Hier ben ik. Doe met mij wat gij wilt.Waarop ik hem de telefoon toeschoof: Mooi. Hier. Zet het land op zn kop. Extra publiciteit is mooi meegenomen. Hij belde meteen de literaire redacteurs van de Vlaamse kranten en stak tegen elk van hen hetzelfde verhaal af: Muis, luister goed. Ik heb een exclusief verhaal voor jou. Op voorwaarde dat het morgen in de krant staat. Vervolgens vertelde hij dat hij zich tot het katholieke geloof had bekeerd, maar dat hij dat geloof weer zou afzweren en voor die plechtigheid Vlaanderen en de Nacht had uitgekozen.De volgende ochtend vlooiden wij er de kranten op na. Niets! Met het schaamrood op de kaken moest ik bekennen dat ik dit eigenlijk had verwacht, het Vlaamse journaille kennende, toen nog onder de knoet van partij en religie. Vervolgens belde hij het Hollandse journaille op, sprak ze ook aan met Muis, en de volgende ochtend, vrijdag 14 mei, stond zijn aanstormende stunt op de voorpaginas. De dag daarop volgden het Vlaamse voorpaginas, zich indekkend als volgt: ... volgens de Volkskrant, (of) Het Parool, de Telegraaf, etcetera...Goddelijk Vlaanderen was razend. Met als resultaat dat rond halftien de katholieke burgemeester arriveerde, samen met de hoofdcommissaris en de rijkswachtkapitein. Met de steun van Karel Anthierens, toenmalig redactiesecretaris van mediasponsor Knack, en wijlen Robert de Smet, heb ik de dreigementen weerstaan van dit trio dat probeerde Reve het spreken te beletten.Konden ze de gedichten zien die meneer Reve zou voorlezen? Ik had ze binnen handbereik, maar weigerde ze te overhandigen. Inkijk vond ik al een vorm van censuur. Of meneer Reve even kon verschijnen, zodat zij hem op andere gedachten konden brengen? Nee, de dichter had nood aan contemplatie, als voorbereiding op zijn Bekering. Of ik dan de verantwoordelijkheid opnam voor het gedrag van meneer Reve? Nee, de dichter, net als de acteur bij een voorstelling, is, zolang hij voorleest, de enige baas en eigenaar van Tijd en Ruimte. De burgemeester dreigde daarop de Hallen te laten ontruimen. Waarop ik dreigde dat de Nacht, op mijn bevel, verder zou gaan in de kroegen van Kortrijk en dat de brave burgers dan geen oog meer dicht zouden doen. Als het programma op de voorziene plaats zijn normale verloop kende, zou niemand er schade bij ondervinden. En zo ging het nog geruime tijd door. Ten slotte was het de rijkswachtkapitein die zei dat de Hallen inderdaad de beste plaats waren en Lauwaert op zn woord geloofd moest worden.Het geheime overleg heeft gemaakt dat ik gedurende twee uur de controle over de inkomsten verloor. Want door de leuze Wie betaalt wat hij kan, is waard dat hij komt stortte elke toeschouwer een gift in de daartoe bestemde bussen. Had ik de inhoud regelmatig kunnen controleren, wat oorspronkelijk de bedoeling was, had ik tijdig gezien dat de inkomsten de kosten niet dekten. En had ik medewerkers de zaal kunnen insturen om het publiek tot een extra gift te overtuigen.Eigenlijk is dus de charge van de katholieke cavalerie verantwoordelijk voor het financiële debacle van de tweede Nacht. Maar geen ogenblik heb ik daarom gemaald. Waar ik al die jaren trots op ben, is dat ik heb bekomen (with a little help from my friends) dat Reve vrijuit heeft kunnen spreken en handelen in de Vlaamse Openbaarheid.Daarom dat ik vorige week meteen mijn jawoord heb gegeven toen Tom Lanoye en Erwin Mortier mij vroegen of ik het eens was met het Verzoek tot Ontslag van Bert Anciaux. De minister had makkelijk een oplossing kunnen bedenken. Maar hij heeft zich door het Hof laten inpakken. Door een gebrek aan kennis van Reve en zijn Rijk. Want ik ben overtuigd dat het Hof de grote boosdoener achter de schermen is, maar om een heel andere reden dan in de kranten stond. Joop Schafthuizen naast de koning, inderdaad, dat gaat niet, zolang Dutroux niet is veroordeeld, maar die zaak was al onderhands geregeld. Hij zou thuis blijven. Nee, de werkelijke reden Reve de toegang tot het paleis te beletten, is de angst van het Hof dat Reve van de Uitreiking een spektakel zou maken, en de koning zou degraderen tot figurant. En stel dat hij alsnog het Katholieke Geloof zou afzweren? Dat moest hoe dan ook vermeden worden.Het is gelukt. Reve thuis en Albert II voor de buis. Maar er is een verliezer: de literatuur, en de Vlaamse in het bijzonder. En Gerard Reve, uiteraard. Die door de schuld van een minister met een zwakke persoonlijkheid voor velen nu geen Prins is maar de Nar van de Nederlandse Letteren.Guido LAUWAERTDe Gerard Reve-affaire, woensdag 21 november wellicht op alle Vlaamse en Nederlandse zenders.