Advertentie

Gerecht vindt geen bewijs voor web rond Nihoul

(tijd) - Voelden Dutroux, Nihoul en consorten al dan niet de onweerstaanbare drang een web te weven? Die vraag houdt pers, gerecht en publieke opinie al meer dan twee jaar bezig. Marc Dutroux had plannen voor de oprichting van een internationaal prostitutienetwerk, zoveel is duidelijk. Niet minder, maar ook niet meer. Alle sterkere verhalen konden ondanks nooit eerder vertoond speurwerk niet bevestigd worden. Toch blijven die verhalen hun eigen leven leiden. Want een deel van pers, gerecht en publieke opinie voelt een andere onweerstaanbare drang, namelijk het vinden van een web.De bevrijding van Sabine en Laetitia op 15 augustus 1996 en de vondst enige dagen later van de lijken van Julie en Mélissa en Bernard Weinstein, de handlanger van Dutroux, brachten België in een nooit geziene crisis. De Belg werd geconfronteerd met het soms lamentabele werk van het gerecht. Pers en politici benadrukten dat gevoel, en toen ook de lijken van An en Eefje werden teruggevonden, stond heel België in rep en roer. Gelukkig kon iedereen zich optrekken aan Michel Bourlet en Jean-Marc Connerotte, respectievelijk de procureur des Konings en de onderzoeksrechter van Neufchâteau, die erin slaagden Dutroux te ontmaskeren, en aan de parlementaire onderzoekscommissie die veelbelovend van start ging.

Toch blijkt nu dat precies in die eerste weken 'het onderzoek dat niet verkeerd mocht gaan' de bevolking op het verkeerde been zette. Rechter Connerotte zette die dagen niet enkel Marc Dutroux, zijn echtgenote Michèle Martin en zijn handlanger Michel Lelièvre achter de tralies. Hij liet ook Michel Nihoul, Georges Zicot, Anny Bouty, Gerard Vannesse en nog enkele anderen opsluiten. In de werkhypotheses van het gerecht namen zij allemaal een belangrijke plaats in in het organogram van wat één van de best georganiseerde misdaadbende zou zijn die België ooit zou gekend hebben.

Werkhypotheses

Alle werkhypotheses, soms gebaseerd op futiele aanwijzingen, werden de pers in het oor gefluisterd en verschenen in kranten, weekbladen, op radio en televisie. De band tussen Dutroux en Nihoul leek in oktober 1996 al onomstootbaar bewezen, want de parlementaire onderzoekscommissie naar de verdwenen en vermiste kinderen mocht meteen ook een onderzoek van het onderzoek naar Dutroux, Nihoul en consorten voeren.

Aan de betrokkenheid van Nihoul hoefde immers niet getwijfeld te worden, want men had toch kinderpornocassettes bij hem thuis gevonden, hij was toch door getuigen gezien bij de ontvoering van Laetitia, hij werd beschermd door BOB'er Vannesse en wilde een prostitutienetwerk opzetten.

Na drie maanden onderzoek begon de zaak tegen Nihoul behoorlijk te wankelen, maar een diabolisch samenspel van een aantal speurders, de commissie-Verwilghen en de pers smoorden de kritiek in de kiem. Een dertigtal speurders van de Brusselse gerechtelijke politie, onder leiding van commissaris Georges Marnette, stelde vast dat Nihoul op de dag van de ontvoering van Laetitia Delhez, 9 augustus 1996, niet in Bertrix kon zijn. Het gerecht van Neufchâteau talmde om deze voor Nihoul belangrijke processen-verbaal in het dossier te stoppen. Pas na de veroordeling van Nihoul door de Brusselse rechtbank voor het financiële geknoei rond SOS-Sahel, werden de stukken bij het dossier gevoegd. Op 17 januari 1997 werd Nihoul door Luikse kamer van inbeschuldigingstelling bij gebrek aan aanwijzingen voor zijn betrokkenheid in de zaak-Dutroux in voorlopige vrijheid gesteld.

Bescherming

De goegemeente had toen echter al een uitleg gevonden voor het stokken van dat deel van het onderzoek: de bescherming. Georges Marnette, die via de media al in opspraak gekomen was, werd toen ook in de commissie-Verwilghen van mogelijke bescherming verdacht. Eddy Suys, de GP-coördinator van het luik-Nihoul, deed aan de commissieleden uit de doeken dat verscheidene getuigen bezwarende verklaringen tegen Marnette hadden afgelegd. Achteraf bleken deze getuigenissen nog niet onderzocht, en sommige bleken zelfs afkomstig van tipgevers met wie speurders niet meer mochten samenwerken.

Tussen de commissieleden en de journalisten die de commissie volgden was ondertussen, onder meer door de grote emoties die het leed van de ouders met zich bracht, een samenspel ontstaan waardoor gretig nog niet bevestigde onderzoekshypotheses de wereld werden ingestuurd. De meeste journalisten die de werkzaamheden van de commissie volgden, waren Wetstraat- en geen gerechtsspecialisten. De meeste media oordeelden dat hun gerechtelijke journalisten beter op het terrein bleven om de evolutie van het onderzoek te volgen. Bovendien vreesden de redacties dat hun gerechtsjournalisten bij het volgen van de werkzaamheden van de commissie te mild zouden zijn voor hun contactpersonen (speurders en magistraten).

Geen gerechtsjournalist had echter van de speurders van commissaris Georges Marnette (en lang niet alle onderzoekers droegen de commissaris in hun hart) al enige toespeling gehoord over een mogelijke bescherming door hun commissaris van Dutroux of Nihoul. Maar hun bemerkingen werden door hun Wetstraat-collega's weggewuifd. De commissie-Verwilghen wist immers beter.

9 augustus 1996

Nochtans werden de twijfels over de betrokkenheid van Nihoul bij de ontvoering van Laetitia met de dag sterker. Medio 1997 kwam het voor het eerst tot een felle tegenstelling in de media over de rol van Nihoul. De Morgen pakte uit met het getuigenis van een Vlaamse familie die in de streek van Neufchâteau in augustus 1996 met vakantie was. Zij zegden met zekerheid dat Nihoul op 9 augustus 1996 om 14 uur samen met Dutroux, Lelièvre en Martin aan het zwembad van Bertrix stond. Het onderzoek van de Brusselse GP toonde aan dat dit niet kon, maar in Neufchâteau werd al wekenlang gesuggereerd dat die mensen zich misschien van dag vergist hadden. Het Volk en Het Laatste Nieuws deden uit de doeken dat 9 augustus onmogelijk kon, maar de controverse bleef bestaan. Tot het RTBf-programma Au nom de la Loi in september 1997 alle elementen die de speurders over die 9de augustus verzameld hadden nog eens op een rijtje zette. Toen bleek dat het verhaal geen stand meer kon houden.

De dag nadien belden de getuigen met procureur Bourlet en stelden samen vast dat zij zich van dag vergist hadden. Het zou op 7 augustus 1996 geweest zijn. Rechter Jacques Langlois, die de door het spaghetti-arrest opzij geschoven Connerotte vervangen had, beval nieuwe onderzoeksdaden om het tijdsgebruik van alle verdachten op 7 en 8 augustus na te gaan. Maar nieuwe doorslaggevende elementen voor de betrokkenheid van Nihoul leverde dat nog niet op. Wel kan met zekerheid gezegd worden dat Marc Dutroux op 8 augustus op verkenning was in de streek van Bertrix, want die dag stal hij een fiets in de gemeente waar ook Jean-Marc Connerotte woont.

X1

Eind september-begin oktober 1996 begon ook de X1-saga. Nagenoeg alle journalisten waren zeer snel - al dan niet met vage omschrijvingen - op de hoogte van het bestaan van een aantal X-getuigen en hun verklaringen. Vooral X1 sprong in eerste instantie in het oog, omdat in het 'netwerk' dat zij uit de doeken deed ook Nihoul en Dutroux voorkwamen. Ze maakte zelfs gewag van mensen die ook in de fameuze Roze Balletten terug te vinden zijn. De link met de seksspelletjes van de jaren 80 en meteen ook de Bende van Nijvel was gelegd. Neufchâteau sloot in die periode dan ook niet uit dat het tegelijkertijd met de zaak-Dutroux ook het kluwen rond de Bende van Nijvel zou kunnen ontwarren. Maar het X1-verhaal bleek geen enkele grond van bewijsbare waarheid te bezitten.

Van bij de start van het onderzoek werd ook met grote trom aangekondigd dat Nihoul betrokken zou zijn bij het mogelijke opzetten van een prostitutienetwerk en een handel in kinderpornocassettes. In de media was in oktober 1996 zelfs sprake dat op één van de cassettes één van de door Dutroux ontvoerde Belgische meisjes zou te zien zijn. Voor geen van beide stellingen konden de onderzoekers tijdens hun speurwerk van de afgelopen tweeënhalf jaar ook maar enige bevestiging vinden. Op de massaal bij Nihoul, Dutroux en hun vrienden in beslag genomen videocassettes vonden de speurders enkele van Canal+ afgetapte pornofilms terug, maar geen kinderporno. Het gerecht gaf deze films zelfs al terug aan de betrokkenen. Zo kreeg Michel Forgeot, de uitbater van The Dolo, een etablissement dat destijds in één adem genoemd werd met de seksorgieën van Nihoul, zijn videocassettes terug omdat het gerecht er niets kan mee aanvangen, zo schreef Het Laatste Nieuws eerder deze week.

Vannesse

Slechts op één van de in beslag genomen banden konden de speurders een strafbaar feit registreren. Op die band filmt Dutroux zichzelf terwijl hij twee meerderjarige Tsjechische meisjes, die hij eerst verdoofde, verkracht. Het ging om meisjes die hij in Belgische bordelen wilde plaatsen. Een plan dat hij met Nihoul smeedde, maar waarvan Nihoul onmiddellijk het bestaan doorspeelde aan BOB'er Gerard Vannesse, die er later door Connerotte van verdacht werd samen te spannen met Dutroux en Nihoul.

Minutieus onderzoek bevestigt het verhaal van Nihoul en van Vannesse, die in de loop van het onderzoek overleed. Zijn echtgenote verklaarde aan voorzitter Verwilghen van de commissie-Dutroux dat de speurders van de Gerechtelijke Politie een potje maakten van het onderzoek naar het bordelenplan. In dertien maanden tijd maakten zij geen ogenblik vrij om de collega's van Vannesse, die zijn onschuld konden bevestigen, te verhoren. Verwilghen stuurde een brief aan de speurders, waarop die plots de collega's van Vannesse wel konden verhoren. Zij bevestigden dat Vannesse hen op de hoogte hield van zijn contacten met Nihoul en de door Nihoul doorgespeelde informatie in rapporten neerpende, maar voor Vannesse was het te laat...

Dit verhaal, dat al sinds 24 augustus 1996 in het dossier zit, stak vorige week opnieuw de kop op. In de raadkamer, die achter gesloten deuren plaats vindt, stelde rechter Langlois dat de financiële doorlichting van Nihoul en Dutroux bevestigde dat hun plan voor het opzetten van een prostitutienetwerk met Slovaakse, Tsjechische of Hongaarse meisjes, nooit meer dan een plan is geweest. Toch sloeg dit nieuws vrijdagmiddag blijkbaar als een bom in bij de Franstalige en Nederlandstalige radio- en televisiezenders. Nihoul en Dutroux wilden kinderen vanuit Oost-Europa naar België halen, heette het. De publieke opinie werd weer eens op het verkeerde been gezet. In de nieuwsuitzendingen van 's avonds werd nog enkel gesproken van een verklaring van rechter Langlois die voor het eerst een nauwe band tussen Nihoul en Dutroux duidelijk maakte. Een band die sinds 24 augustus 1996 gekend is en die mee tot de aanhouding van Nihoul in de zaak-Dutroux leidde...

Twijfel

Het gerecht vindt vooralsnog geen sporen van de betrokkenheid van Nihoul, maar ook geen aanwijzingen dat hij en Dutroux rechtstreeks door speurders en magistraten beschermd werden. Ook de commissie-Verwilghen kwam niet verder dan 'normvervaging en onrechtstreekse bescherming'. Dat belet niet dat de publieke opinie nog regelmatig op het verkeerde been wordt gezet. Zo verklaarde Marc Verwilghen enkele weken geleden in een interview met Humo dat hij nog altijd vragen heeft bij de rol van een Brusselse rijkswachtkolonel. Die zou toegegeven hebben dat hij op vraag van het kabinet van de toenmalige minister van Landsverdediging De Donnéa een onderzoek naar Anny Bouty, de vriendin van Nihoul, had laten stilleggen. Maar de betrokken rijkswachter ontkent die verklaring te hebben afgelegd. En als hij toch een dergelijke verklaring zou hebben afgelegd, hoe kon de commissie-Dutroux dan besluiten dat er van rechtstreekse bescherming geen sporen te vinden waren?

Het maakt er het werk van rechter Langlois en zijn speurders allemaal niet gemakkelijker op. Als zij hun dossier afsluiten, mag er geen greintje twijfel meer bestaan over de rol van elke persoon die ooit in het dossier-Dutroux verdacht werd. Als Nihoul onschuldig wordt bevonden, dan zal met andere woorden procureur Bourlet zelf de buitenvervolgingstelling moeten vorderen. Anders wordt dit door de publieke opinie nooit aanvaard. Wordt Nihoul wel naar het assisenhof verwezen, dan riskeert hij, zoals hij het zelf al stelde, het lijdend voorwerp te worden van de grootste gerechtelijke dwaling van de eeuw.

Stephan VERHEYDEN

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud