Gerechtelijke experts stellen constructies Boelwerf in vraag

(tijd) - Een college van drie gerechtelijke experten haalt in een zopas neergelegd rapport over het faillissement van Boelwerf Vlaanderen hard uit naar aandeelhouders Gimvindus en Begemann. De experten vinden dat de afscheiding van de gronden uit de boedel van de scheepswerf onverantwoord was. Bovendien stellen ze vast dat de bepalingen van artikel 60 van de vennootschapswet niet correct werden toegepast. Dat betekent dat de aandeelhouders zich zouden hebben bezondigd aan belangenvermenging. Dit kan zware gevolgen hebben op het vlak van de aansprakelijkheid van de aandeelhouders inzake het faillissement. Het rapport werd op 25 augustus opgemaakt door de revisoren Hugo van Geet en Karel Verheyden en accountant Luc van Loey die op verzoek van de Rechtbank van Koophandel van Sint-Niklaas vijf specifieke punten dienden te onderzoeken. Een eerste betrof de vraag of de middelen die Boelwerf Vlaanderen kreeg toegestopt, voldoende waren. Het college stelt dat het kapitaal 'niet kennelijk ontoereikend was'. In een tweede punt werd nagegaan of de bepalingen van de vennootschapswetgeving bij de oprichting, de kapitaalverhoging en de werking van de vennootschap correct werden nageleefd. Over de werking van de vennootschap is er heel wat kritiek in het expertiseverslag. Zo werd in de jaarrekening per 31 december '93 een betwistbare herwaardering toegepast op activa waarvan niet duidelijk is of ze eigendom waren dan wel of ze deel uitmaakten van huurrechten. Ook stellen de experten dat artikel 60 niet correct is toegepast en dat men zich dus heeft bezondigd aan belangenvermenging. Mocht de rechtbank deze conclusie volgen, dan kan dit zware gevolgen hebben voor de aansprakelijkheid van Gimvindus en Begemann bij het faillissement.