Gescheiden van tafel en bed

In De Gentse galerie Fortlaan 17 loopt Chambres Séparées, een groepstentoonstelling met recent werk van vijf aan de galerie verbonden kunstenaars. Elk nemen ze een kamer van de Gentse galerie in. In groepstentoonstellingen wordt vaak naar een thema gezocht, een paraplu die de werken onder een grootste gemeenschappelijke deler rechtvaardigt. Die aanpak kan prima werken, in de praktijk blijkt echter vaak dat het een rem kan zijn. De tentoonstelling in Fortlaan 17 gaat dat probleem uit de weg en presenteert werk van vijf kunstenaars afzonderlijk. Letterlijk: met Chambres Séparées nemen de vijf elk een eigen kamer in, parallellen ontstaan louter in de hoofden van de bezoekers. De vijf zijn Heiner Binding, Louis de Cordier, Gloria Friedmann, Lawrence Malstaf en Pieter Laurens Mol.De installaties van Lawrence Malstaf (1972) willen een fysieke sensatie overbrengen door de toeschouwer onderwerp van het werk te maken. Zijn Nemo Observatorium (2000-2001), voor het raam van het gelijkvloers geïnstalleerd, opent Chambres Séparées spectaculair. Het werk, eerder dit seizoen in het Brusselse Les Bains te zien, bestaat uit een cilindervormige plastic kamer en een groot aantal minuscule piepschuimbolletjes. Pal in het midden van de transparante tube neemt de toeschouwer in een fauteuil plaats waar hij vier ventilatoren in werking stelt. De luchtstroom doet de bolletjes circuleren. Het effect dat Nemo Observatorium opwekt, vergelijkt Malstaf graag met in het middelpunt van een orkaan gaan staan. Naast die sensatie bieden de rondwaaiende piepschuimdeeltjes een optisch spel van ritmische golven.Veel minder grappig en intiemer is het geëxposeerde werk van Pieter Laurens Mol (1947). De Nederlander bouwde een oeuvre op waarin hij schijnbaar botsende elementen, van fotos over found footage tot schilderijen, samen plaatst. Chambres Sépareés toont onder andere File of Fists (1995), een hangende sculptuur bestaande uit gipsafgietsels van vuisten en gedroogde distels. De sombere melancholie en de verbetenheid die het werk uitstralen doen in hun, wel erg duidelijke, nadrukkelijkheid denken aan de recente installaties van de Duitser Anselm Kiefer. Op dezelfde etage toont Heiner Binding (1958) enkele schilderijen. De Duitser concentreert zich op het creëren van spanning, tegelijk onderzoekt zijn werk de materie zelf.De laatste twee artiesten van Chambres Séparées pakken verrassender uit. Louis de Cordier (1978, zoon van Thierry) studeerde architectuur. Zijn kunst (tekeningen, sculpturen en installaties ) put inspiratie uit die hoek. Daarnaast creëert de jongeman op een haast wetenschappelijke manier een vormentaal gebaseerd op die van de fauna en flora. In Gent toont Louis de Cordier een titelloze sculptuur, een met transparant plastic overspannen stalen gebinte. Het monumentale, maar zeer lichte werk, heeft een ontdubbelend, repetitief patroon, als van een grondplan of een cocon. De Cordiers fragiele beeld heeft een opening en kan daarom ook als woon- of schuilplaats, een tijdelijke ruimte voor (mentale) geborgenheid dienen.Tot slot toverde de in Parijs wonende Duitse kunstenares Gloria Friedmann (1950) haar kamer om tot een laboratorium van een mad professor. Friedmanns werken zijn vaak conceptueel van inslag en raken een spanningsveld tussen cultuur, natuur en politiek aan. In Gent neemt ze daar ten dele afstand van door te kiezen voor luchtigheid, met een plagerige en poëtische ondertoon. Friedmanns laboratorium onderzoekt het gegeven tijd en het ontstaan van de wereld: aan de muren hangen fotos van de big bang en verre melkstelsels (een beeld dat de kunstenares vergelijkt met melk die zich in een kopje koffie mengt); op de ramen krabbelde de kunstenares wetenschappelijk aandoende maar onbenullige formules. Om het gekke lab helemaal af te maken, pruttelt in een reusachtige recipiënt een bruine vloeistof, een beeld dat uit vergeelde stereotiepe horrorfilms lijkt geplukt. Friedmann levert een aandoenlijk en humoristisch ensemble af.ISChambres Séparées, werk van Heiner Binding, Louis de Cordier, Gloria Friedmann, Lawrence Malstaf en Pieter Laurens Mol. Tot 23 februari (woensdag vrijdag van 14.00u tot 18.00u, zaterdag van 10u30 tot 18u30) in Galerie Fortlaan 17, Fortlaan 17 te Gent. Telefoon: 09/222.00.33.Not IIn een nieuwe tentoonstelling in het Antwerpse NICC wordt een project gebracht dat de grote invloed wil belichten die de Ierse novelist en toneelschrijver Samuel Beckett op het werk van veel jonge beeldende kunstenaars heeft. Althans dat is het uitgangspunt, want hoewel de sfeer van Becketts werken wel voelbaar is in heel wat van het getoonde, toch blijft de figuur van Beckett eerder iets hebben van een excuus om werken samen te brengen. Veel van het getoonde werk in Not I (zo het de expositie) is daarnaast ook maar matig geïnspireerd. Deze tentoonstelling werd sinds 1999 in een aantal versies gepresenteerd op verschillende tentoonstellingslocaties in verschillende landen, telkens werden er lokale accenten toegevoegd. Zo maakte de expositie eerst een reis naar Noord- Ierland en Londen. In het NICC vervoegen twee werken van Hans op de Beeck de tentoonstelling Not I. Het zijn twee van de betere werken die op de tentoonstelling te zien zijn: net zoals Beckett weet Op de Beeck op meesterlijke wijze de aandacht van de kijker langdurig en indringend vast te houden. Op de Beecks werk trekt zowel in de video- als installatiewerken de de menselijke bestaanscondities en het besef van tijd en ruimte in twijfel. Bij het NICC wordt ook een eerste monografische publicatie gepresenteerd van Op de Beeck.(ER)Not I, tot 10 maart in het NICC, Pourbusstraat 5, 2000 Antwerpen. Open van dinsdag tot zondag van 14 tot 18u. Tel.: 03/216 07 71