Advertentie
Advertentie

Global Graphics: +400 procent in twee jaar tijd

Het in de zomer van 98 op Easdaq geïntroduceerde Global Graphics (34 euro) zette sedertdien een glansprestatie neer door met 446 procent in waarde te stijgen. Het deed het hiermee 400 procent beter dan de Easdaq-beursindex. Deze opwaartse beweging ging gepaard met uitzonderlijk weinig neerwaartse schommelingen, waardoor de producent van prepress hard- en software als een defensief groeiaandeel kan worden beschouwd met de waardering van een goedehuisvaderaandeel. Zelfs na deze adembenemende rit noteert Global Graphics nog altijd tegen slechts 17 keer de verwachte winst van 2001. Dit is te danken aan de sterke winstgroei die het bedrijf voorlegt en de mooie vooruitzichten die de markt waarin het actief is nog biedt.Global Graphics is actief op drie domeinen: prepress hardware, printing software (via Harlequin) en intelligente software (via Xanalys). Onder prepress verstaan we de handelingen die het eigenlijke drukproces voorafgaan zoals het omzetten van een beeld in een afdrukbaar formaat (in een computerbestand) en het belichten van de drukplaat die het beeld op de drager moet afdrukken. Bij de prepresstoestellen onderscheiden we twee belangrijke groepen, namelijk de lithografische techniek (offset) voor vlakke oppervlakken zoals magazines en de flexografische techniek voor oneffen oppervlakken zoals verpakkingen. Vooral de flexografie heeft nog een mooie toekomst aangezien deze technologie uitermate geschikt is voor het bedrukken van oneffen oppervlakken zoals drankblikken, flacons of andere verpakkingsmaterialen. De verpakkingsmarkt is een markt waarvan verwacht wordt dat ze de komende jaren nog sterk zal groeien, in tegenstelling tot de markt van het gewone drukwerk zoals magazines of catalogussen. GLGR distribueert de hoogtechnologische toestellen vooral via original equipment manufacturers (OEM) zoals Kodak, Dupont, Agfa en Fujifilm die deze toestellen onder hun naam commercialiseren. De naam Global Graphics is hierdoor minder bekend bij de drukker, maar het bedrijf spaart er wel een duur distributienetwerk mee uit en profiteert van de naambekendheid en de knowhow van zijn verdelers. Met een wereldwijd marktaandeel in 1999 van 60 procent in de flexografie, 20 procent in de lithografie en 45 procent in het topsegment van de RIP-software is Global Graphics wereldleider. Onder de printing software van Harlequin (100% dochter van Global Graphics) verstaan we vooral de RIP-software (raster image processing) die verkocht wordt aan producenten van professionele printers (Xeikon is bijvoorbeeld klant van Harlequin). De RIP-software heeft als functie een beeld op het computerscherm om te zetten in een raster van puntjes waardoor het kan worden afgedrukt door de printer. Harlequin is voorlopig enkel actief in het topsegment van professionele printers, maar zou zich vanaf nu willen toeleggen op het veel grotere middensegment, waardoor de afzetmogelijkheden aanzienlijk toenemen. Dit wordt mogelijk doordat een geschil met de grootste speler op dit middensegment (het Amerikaanse EFI) onlangs in der minne werd bijgelegd. Harlequin is zeer rendabel met bedrijfscashflowmarges die 40 procent benaderen. Xanalys is de afdeling van Global Graphics die zich specialiseert in intelligente software. Deze activiteiten houden geen direct verband met de andere activiteiten van GLGR en zijn afgesplitst van het vorig jaar overgenomen Harlequin. Xanalys beschikt over enkele zeer krachtige softwarepakketten voor het structureren en analyseren van data (Watson en Powercase). Met Jackpot beschikt Xanalys over een krachtige en geïntegreerde search engine die vergelijkbaar is met die van het op Easdaq genoteerde Autonomy. De commercialisatie van deze softwareproducten bevindt zich nog in de opstartfase, waardoor het winstpotentieel momenteel moeilijk in te schatten is. We houden er in de verdere winstschattingen dan ook geen rekening mee. Dit zou echter een verborgen parel kunnen zijn in de handen van Global Graphics, dat al verklaarde een beursintroductie van Xanalys te overwegen. Als waarderingen betaald worden gelijkwaardig aan die van Autonomy, dan kan dit leiden tot een aanzienlijke waardecreatie voor GLGR van makkelijk 5 euro per aandeel. De omzet van Global Graphics nam de voorbije jaren toe van 30 miljoen euro in 1998 tot 61 miljoen in 1999 (+103%) en zou dit jaar rond 100 miljoen euro moeten uitkomen (+63%). De vijfjaarlijkse Drupa-beurs voor de grafische industrie, die in mei plaatsvond in het Duitse Düsseldorf, zal dit jaar een zeer belangrijke impact hebben op de omzet van GLGR. Deze Drupa-beurs is immers het internationale evenement waar alle professionelen uit de drukkerij- en grafische sector naar uitkijken voor het nemen van aankoopbeslissingen. Het viel dus te verwachten dat de verkopen in het eerste halfjaar minder snel zouden stijgen dan tijdens de tweede jaarhelft vanwege het uitstellen van bestellingen tot na Drupa. Nochtans kon GLGR ook in het eerste kwartaal reeds beter dan verwachte cijfers voorleggen met een omzettoename van 93 procent tot 22,6 miljoen euro ten opzichte van hetzelfde kwartaal in 1999 en zelfs 8 procent meer dan het laatste kwartaal van 1999. De hardware nam hiervan 75 procent voor zijn rekening, terwijl de rest aan software toekwam. De courante winst voor goodwillafschrijving nam met 60 procent toe tot 2,77 miljoen euro waarvan reeds 72 procent afkomstig was van softwareverkopen. Hierdoor kwam de (ebitda) winstmarge uit op 12,3 procent. De vooruitzichten van Global Graphics ogen aantrekkelijk door het succes van het vernieuwde productengamma, het toenemende belang van de softwareverkopen door Harlequin (met hoge winstmarges van 40%) en het verborgen potentieel van de softwareproducten van Xanalys. Ter gelegenheid van Drupa lanceerde Global Graphics enkele nieuwe Computer-to-Plate (CTP) prepresstoestellen die in termen van prijs en kwaliteit zeer goed werden gesmaakt door het publiek. Het eerste toestel (de Cirrus 8) is een Computer-to-Plate (CTP) toestel voor flexografische toepassingen met een baanbrekende digitale technologie in de industrie aangezien het de CTP-technologie combineert met de traditionele grondstoffen (fotopolymeren) voor de aanmaak van de flexografische plaat. Dit houdt in dat de drukker met zijn vertrouwde (en goedkopere!) grondstoffen kan blijven werken. Dit is een groot voordeel in de grafische sector, die vaak tegen te grote veranderingen gekant is. De Cirrus 8 is leverbaar vanaf het vierde kwartaal en wordt verwacht een additionele omzet van minstens 10 miljoen euro te genereren in 2001. Voor dit toestel alleen betekent dit met andere woorden een bijkomende omzet van reeds 15 procent ten opzichte van de omzet van GLGR voor 1999. Het tweede toestel (de Cirrus 2) is een CTP prepresstoestel voor lithografische toepassingen met controlemogelijkheid via het internet. De Cirrus 2 onderscheidt zich van de concurrentie door de gebruiksvriendelijkheid en de aantrekkelijke prijs. In enkele dagen werden er op Drupa reeds 80 exemplaren van verkocht voor een waarde van 3,5 miljoen euro. Het grootste succes behaalde GLGR echter met een digitale CTP-processor dat het samen met Kodak Polychrome ontwikkelde. Dit digitale offsetprepresstoestel heeft als bijkomende voordelen dat het 70 procent minder vloeroppervlakte inneemt en 90 procent minder energie verbruikt dan soortgelijke toestellen. Hierdoor kon het toestel op veel interesse rekenen uit onder andere Hongkong, waar het plaatsgebrek nijpend is. De productie van dit toestel vangt aan in het derde kwartaal en Kodak heeft reeds gesteld minstens voor 1,5 miljoen euro per kwartaal te zullen afnemen. Deze drie nieuwe CTP-toestellen komen dus bovenop de bestaande toestellen die GLGR commercialiseert en zouden gezamenlijk op jaarbasis bijgevolg een omzet van 19,5 miljoen euro kunnen genereren (+32% ten opzichte van de omzet van 1999). Volgens ramingen van het management kan de omzet van CTP-toestellen aangroeien tot 60 miljoen euro in 2002. De softwareactiviteiten kunnen 55 miljoen euro omzet genereren en de overige activiteiten 100 miljoen euro. Dit zou meer dan een verdubbeling inhouden van de omzet in twee jaar. Aangezien de marges op de CTP-toestellen en de software hoger liggen dan op de andere activiteiten van GLGR, zou de winst per aandeel van een geschatte 1,1 euro dit jaar tot ongeveer 3 euro kunnen toenemen (ebitda-marge van circa 20%). Hierbij houden we nog geen rekening met de mogelijke waarde van Xanalys als het bedrijf doorbreekt met zijn software. Voor volgend jaar rekenen we op ten minste 2 euro winst per aandeel. Hiermee komt de koers-winstverhouding van GLGR (34 euro) op 17 voor 2001 en 11,3 voor 2002 met een gemiddelde winststijging over 2001 en 2002 van 66 procent (82+50/2). De peg-ratio (koers-winstverhouding 2001 gedeeld door gemiddelde winstgroei voor de komende twee jaar) komt hiermee op nauwelijks 0,26 (17/66). Wetende dat een peg-ratio lager dan 1 op een ondergewaardeerd aandeel wijst, mogen we veronderstellen dat Global Graphics in de komende twee jaar zijn prestatie van de voorbij twee jaar zou kunnen herhalen? TB