Advertentie
Advertentie

Goud uit het oude Peru

In Bonn toont de Kunsthalle een fabuleuze gouden schat afkomstig uit een groep precolumbiaanse graven in Noord-Peru. De juwelen, maskers, kronen en andere kunstige waardigheidstekens behoorden toe aan heersers die tijdens de Moche-beschaving leefden, van de eerste tot de zevende eeuw van onze jaartelling. Van die cultuur was al langer de figuratieve keramiek bekend, waarvan men dacht dat deze fantasierijke voorstellingen gaf. Door de ontdekking van de goudschat blijkt nu dat de keramiek een zeer realistische weergave van mensen uit de Moche-cultuur is, althans van de leiders. Naast de gouden schat wordt in Bonn dan ook een gamma Moche-keramiek getoond.Het oude Peru, een land rijk aan goud, wordt ten onrechte uitsluitend geassocieerd met de geschiedenis van de Incas, een imperium dat maar kortstondig bestond, van 1467 tot 1532. Lang voor de Incas kende Peru veel andere, niet minder indrukwekkende beschavingen, waaronder die van de Moche. Net als andere vroege Peruaanse culturen, ontleent ook deze cultuur haar naam van een rivier, de Rio Moche. De complexe gemeenschap leefde in de 600 kilometer lange, smalle kuststrook in het noorden van Peru. De maatschappij was opgebouwd rond een gemeenschappelijke cultuur bestaande uit kleinere koninkrijken of lokale vorstendommen. Het droge gebied van de kustvlakte wisten de Mochica in cultuur te brengen door kunstmatige irrigatie. Het water van de rivier, die in de Andes-hoogvlakte ontspringt, werd naar de akkers afgeleid. Maïs, aardappelen, maniok, bonen, kalebas, zoete aardappelen en aardnoten, maar ook fruitbomen vormden de belangrijkste plantaardige voedingsbronnen van de Mochica. Katoen werd aangeplant voor de textielproductie, terwijl de opbrengst van de rietplantages werd aangewend voor de bouw en voor de vervaardiging van kleine schepen.De sociale structuur van de Moche was strikt georganiseerd. De heerser aan de top van het plaatselijke machtssysteem oefende zowel het militaire, religieuze als staatkundige gezag uit. Dat drievoudige gezag werd op de sieraden gesymboliseerd door een stralenkrans, door de zon en door het getal tien. De aan de vorst ondergeschikte priester had nauwkeurig afgebakende religieuze functies, die met de maancultus en met het getal negen verbonden was. Bevelhebbers van de strijdkrachten waren aan hun kleding, wapens en emblemen herkenbaar. Hun belang blijkt uit de veelvuldige afbeeldingen van krijgers en gevechtsscènes in de kunst van de Mochica. Onder meer werden er rituele duels georganiseerd, gebonden aan strenge regels. Naast vernoemde maatschappelijke standen waren er ook nog lagere burgerlijke waardigheidsbekleders, gespecialiseerde vaklui en het gewone volk. De zogenoemde yanas of het dienstpersoneel was ondergeschikt aan alle overige sociale klassen.Voor de levenslustige Mochica betekende de dood niet het einde. Volgens hun opvattingen leefden de doden in een andere sfeer van de wereld, onder dezelfde omstandigheden en met dezelfde rechten verder. Het is de reden waarom men aan de overledenen levensmiddelen en grafgiften meegaf. Als een belangrijke man stierf, werd hij in het graf gevolgd door andere personen, mogelijk een van zijn vrouwen en een aantal dienaars. De juiste toedracht is niet bekend. De Mochica kenden geen schrift. Personen met een hoge sociale status werden bijgezet in zorgvuldig bewerkte rieten doodskisten in grafkamers. De nissen in deze grafkamers boden plaats voor de vele grafgiften. In Bonn worden de grafgiften getoond, gevonden in de graftomben van de hoogste sociale waardigheidsbekleders. De onverwachte ontdekking van de koninklijke graftombe van Sipán in 1987 zorgde voor een fundamenteel andere kijk op de Moche cultuur. Einde februari 1987 ging er een ware goudkoorts door het kleine dorp Sipán, gelegen in het noorden van Peru. Tientallen boeren doorwoelden de grond in de omgeving van een oud platform van lemen tegels. Op die plek had een groep professionele grafrovers enkele dagen daarvoor een graftombe vol kostbaarheden ontdekt en geplunderd. In feite was door een zware storm aarde van het platform weggespoeld, zodat er goud kwam bloot te liggen. De buit werd onder de grafrovers verdeeld, maar blijkbaar werd iemand vergeten. De verongelijkte persoon ging de grafroof aan de politie melden.De politie trof in het huis van de aanvoerder van de bende nog 33 stukken van de buit aan. Ze werden in beslag genomen en aan archeologen gegeven. Een paar weken nadien werden, bij de arrestatie van een internationale smokkelbende in Los Angeles, meer voorwerpen afkomstig uit Sipán in beslag genomen. Dit zette de Peruaanse regering er toe aan een proces tot teruggave van de voorwerpen in te stellen. In 1990 werd in de Verenigde Staten een federale wet van kracht, die de invoer van cultuurvoorwerpen uit Sipán verbood. Tot op vandaag worden er nog voorwerpen uit het leeggeplunderde graf teruggevonden. De meeste stukken bevinden zich echter in een privé-collectie in Lima. Nadat de grafplundering bekend geworden was, besloten archeologen het grafplatvorm in Sipan af te sluiten en meteen met opgravingen te beginnen. Bij de opgravingen werden nog enkele stukken gevonden, die de grafrovers duidelijk over het hoofd hadden gezien, zoals een 1 meter lange en 4 kilogram zware scepter uit gedreven goud en zilver. Die wordt uiteraard in Bonn getoond. Gaandeweg legden de archeologen nog andere, belangrijke graven bloot.He zogenoemde graf van de Heer van Sipán was nog onaangeroerd. Naast de overblijfsels van de heerser, die zon 35 tot 40 jaar moet zijn geworden, ontdekte men de stoffelijke resten van drie mannen, drie vrouwen, een jongen en een soldaat, die de heerser in zijn dood hadden begeleid. Het aantal en de kwaliteit van de grafgiften, attributen, emblemen en insignes in goud, zilver en edelstenen, lieten er geen twijfel over bestaan: het ging om een van de belangrijkste mannen van zijn tijd. Iets verderop werd het graf van een priester blootgelegd. De ontdekking van een metalen schaal met deksel, in de rechterhand van de tweede overledene in het graf, deed de archeologen onmiddellijk denken aan de kelken die zo vaak in offerscènes of bij rituele plengoffers in de keramiek van Mochica worden afgebeeld.Het derde graf dat werd ontdekt, onderscheidde zich duidelijk van de andere. Het graf was eenvoudiger en kleiner. De ongeveer 50-jarige overledene werd in zijn graf enkel vergezeld door een 16- tot 18-jarige vrouw en een lama. De grafgiften waren wel buitengewoon kostbaar en complex, zoals indrukwekkende sieraden, emblemen en metalen kunstwerken. Er werden daarna nog enkele andere graven blootgelegd, in totaal negen, onder meer het graf van een militaire bevelhebber. In het achtste graf werden, te midden van 124 geofferde schalen en kommen, twee rieten doodskisten gevonden. Het skelet van de belangrijkste bijzetting behoorde toe aan een volwassen man, die met vier lagen van sieraden en koperen emblemen was bedekt. Voorts werden er ook nog gevechtsknotsen en lanspunten in het graf aangetroffen. De tweede doodskist bevatte sieraden en allerhande outillage, militaire emblemen en wapens die op een doordachte manier waren geschikt. De opgravingen duurden twee jaar. Daarna kon men met het schoonmaken en de restauratie van grafvondsten beginnen. De Peruaanse archeologen werden daarbij geholpen door Duitse collegas. Het is de reden waarom de kwetsbare grafvondsten in Duitsland geëxposeerd worden, overigens een eenmalige tentoonstelling in Europa.In Bonn worden tweehonderd van de mooiste en belangrijkste vondsten getoond: machtsattributen met goudkoperen vaandels, symbolen van heerschappij zoals scepters en tooien, maskers en bellen, sierraden als armbanden, borstjuwelen, cirkelvormige oorpluggen, halskettingen samengesteld uit elementen in de vorm van de aardnoot, meestal van goud en vaak versierd met edelstenen. De expositie wordt aangevuld met vijftig aardewerken uit het Moche-tijdperk, afkomstig uit verzamelingen van Duitse musea. Deze kleikunst, waaronder beeldhouwwerken, beugelkruiken en beschilderde vazen, geeft een indruk van de fauna en flora, de mythologieën en het dagelijkse leven van de Mochica, van de eenvoudige man tot aan het hof. De realistische voorstellingen schuwen erotische scènes niet. De Mochica waren duidelijk niet puriteins. Op de tweede verdieping van de Kunsthalle is nog een andere tentoonstelling te zien, die een overzicht geeft van het grafische werk van de Duitse kunstenaar Sigmar Polke (1941). Er worden tweehonderd kunstige bladen en edities getoond, die Polke vanaf 1963 tot vandaag maakte. BPKunst- und Ausstellungshalle der Bundesrepublik Deutschland, Museumsmeile Bonn,Friedrich-Ebert-Allee 4, 53113 Bonn.Tot 29 april 2001. Open op dinsdag en woensdag van 10 tot 21 uur, van donderdag tot en met zondag van10 tot 19 uur. Gesloten op maandag. Toegang 10 DM. Rondleidingen met gids in het Frans of het Nederlands op aanvraag, 100 DM per groep. Boekingen en informatie,tel.: 0049-228/91.71.247,fax: 0049-228/91.71.244,e-mail: paedagogik@kah-bonn.de. De catalogus kost49 DM, en kan worden besteld bij boekhandel Walther König,tel.: 0049-228/91.71.449,fax: 0049-228/91.71.447.De expositie Polke looptnog tot 25 februari 2001.