Grenspaal 17 roest

Een grenspaal, neemt Wouters als voorbeeld, wordt eenmaal per jaar gecontroleerd. Dat doet de gemeentepolitie. Een veldwachter stelt bv. vast dat grenspaal 17 roestig wordt. Hij maakt een rapport voor de gemeente. De gemeente stuurt een verslag naar de gouverneur. Die geeft dat door naar de minister voor Binnenlandse Zaken. Van daar gaat het naar Buitenlandse Zaken. Deze minister ontbiedt in Brussel de Nederlandse ambassadeur. Die brengt Buitenlandse Zaken in Den Haag op de hoogte van de toestand van grenspaal 17. Op zijn beurt verwittigt de minister zijn collega voor Binnenlandse Zaken. De commissaris van de Koningin krijgt daar een rapport van. Die meldt dit per brief aan de burgemeester van de grensgemeente. Deze stuurt een politieman om zich te vergewissen van de aard der problemen met grenspaal 17. Als die bij de paal komt, is er intussen drie, vier jaar verlopen en is de paal al voor een flink deel doorgeroest.DERGELIJKE bestuurlijke afhandeling wordt nog bemoeilijkt bij een regeringswisseling. Het is niet onmogelijk dat men dan helemaal moet herbeginnen. Thans worden regelingen voor dergelijke problemen uitgewerkt, ook al moet men daarvoor soms terugkeren naar wetten van 1839, toen de verhoudingen tussen België en Nederland hun beslag vonden. Zo heeft men nu een permanente commissie met het kadaster en de gemeenten. Een grenspaal met roest krijgt nu twee dagen later al of hooguit na een week zijn beurt. Nu kost dat misschien 1.000 fr., vroeger kon het na die lange omweg, door het grensoverschrijdend roest en ingevolge de inflatie, oplopen tot 35.000 fr.