Groeipijnen

'Het jaar 1999 wordt een overgangsjaar, maar vanaf volgend jaar zullen we weer aanknopen met de bij de beursintroductie verwachte jaarlijkse gemiddelde winstgroei (van 20 procent).' Met deze woorden trachtte de algemeen directeur van Ipso-Ilg dinsdag de ontgoocheling over de tussentijdse resultaten wat weg te drukken. Een winstdaling met 10 procent is zeker niet het resultaat dat het management van Ipso 12 maanden terug voor ogen had. De groei van een onderneming verloopt nu eenmaal niet zonder horten of stoten en daar moeten ook de beleggers mee leven. Wie de markt een jaarlijks forse toename van de winst (met gemiddeld 20 procent) belooft, profileert zich als een groei-aandeel en legt de lat zeer hoog. Elke ontgoocheling wordt dan genadeloos afgestraft. Spijtig daarbij is dat dit accident zich zo vroeg voordeed in de prille beurshistorie van het bedrijf. Bij het waarderen van een aandeel speelt de 'track record' een belangrijke rol. Wie erin slaagt om jaar na jaar de winstcijfers te laten toenemen, wordt door de beleggers beloond met een koerspremie. Indien deze continuïteit plots wordt doorbroken, geeft dit een shock en een plots omslaan van vertrouwen in wantrouwen. Zo snel mogelijk opnieuw aanknopen met het vroegere groeipad is dan de enige remedie om opnieuw het vertrouwen van de beleggers te verdienen. Maar dat vraagt natuurlijk tijd zodat beleggers de komende maanden best niet te snel op een heropleving rekenen. Wat niet wegneemt dat wie vandaag aan 50 euro nog uit het aandeel Ipso stapt, het risico loopt het herstelpotentieel dat voor 2000 wel degelijk aanwezig is mis te lopen.