GroeipijnenJohn Paul Rathbone

De Europese Centrale Bank evalueert haar monetaire strategie en is van plan eind mei het resultaat van de evaluatie mee te delen. Alles verandert bij de Europese Centrale Bank (ECB), of toch bijna. Na een vier jaar durende kindertijd, staat de groeischeut van de adolescentie voor de deur. Ten minste tien nieuwe lidstaten zullen de bank snel van een kind in een tiener transformeren. Bovendien krijgt de ECB een nieuwe voorzitter, want Wim Duisenberg gaat met pensioen. Het is jammer dat de sterk bekritiseerde strategie voor het monetair beleid niet even sterk verandert. De evaluatie biedt een perfecte kans om dit te doen. Om te beginnen moet de ECB minder aandacht besteden aan de geldhoeveelheid (M3) wanneer ze de inflatievooruitzichten evalueert. M3, dat de jongste vier jaar misleidende signalen gaf, werd in de strategie opgenomen als zoethoudertje voor de Bundesbank. De ECB moet geen rekening meer houden met dergelijke Duitse monetaire fetisjen. Belangrijker is dat de inflatiedoelstelling moet veranderen. Academici suggereren dat de optimale inflatie 2 tot 3 procent bedraagt. De ECB streeft naar een inflatie van minder dan 2 procent en heeft dus een te lage doelstelling. De doelstelling zal nog lager aanvoelen wanneer landen met hoge groei en inflatie toetreden tot de eurozone. Om de gemiddelde inflatie laag te houden, moet de ECB de rente verhogen, waardoor traaggroeiende landen als Duitsland worden gestraft. Zelfs vanuit Duits perspectief is de norm van minder dan 2 procent afschrikwekkend. De Bundesbank slaagde er geen enkel decennium in een inflatie van minder dan 2 procent te verwezenlijken. Sommigen zeggen dat een bijsturing van het beleid de geloofwaardigheid van de ECB zou ondermijnen. Maar jeugdigheid mag geen belemmering zijn voor gezond verstand. De Nieuw-Zeelandse centrale bank introduceerde elf jaar geleden een inflatiedoelstelling van 0 tot 2 procent. Maar in 1999, toen Nieuw-Zeeland worstelde met deflatie, werd de vork verhoogd tot 1 a 3 procent. Indien de ECB hetzelfde doet, kan ze nog steeds impliciet streven naar 2 procent inflatie. Dit zou de geloofwaardigheid niet aantasten en misschien zelfs vergroten, want nu is de inflatie bijna voortdurend hoger dan de norm. Met de dreigende deflatie in Duitsland heeft de ECB zoveel mogelijk flexibiliteit nodig.