Groeninge te gast

Over enkele weken begint de manifestatie Brugge, culturele hoofdstad van Europa. Het Brugse Groeningemuseum wordt daarvoor ontruimd, om vanaf 15 maart plaats te bieden aan de tentoonstelling Jan van Eyck, de Vlaamse Primitieven en het Zuiden. De kunstwerken van de vaste verzameling verdwijnen er echter niet naar de reserves, zij gaan op reis. De oude meesters van de 16de tot de 18de eeuw zullen een tijd in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen logeren, de moderne kunstenaars vinden onderdak in het Museum voor Schone Kunsten in Gent. In Gent zijn 27 topwerken uit het Groeningemuseum te gast. Het gaat om enkele belangrijke symbolistische werken van Khnopff, Le Sidaner en Degouve de Nuncques, een vroeg werk van Emile Claus en een belangrijke verzameling van Vlaams expressionisme en modernisme. Ook Delvaux en Magritte zijn vertegenwoordigd. De werken uit Brugge worden niet als een aparte tentoonstelling gepresenteerd, maar worden verspreid in de zalen van het Gentse museum. Zodoende krijgt de bezoeker de Brugse werken te zien direct naast werken uit de Gentse collectie. Dat biedt de gelegenheid tot vergelijken. Een zonnig rivierlandschap uit 1885 van Emile Claus, afkomstig uit de Brugse collectie, getuigt van de eerste schuchtere pogingen van de kunstenaar om het licht en atmosfeer picturaal te vatten. Het gaat immers om een vroeg werk van Claus. Vanaf 1890 zou de schilder impressionistisch gaan werken, waarvan de in Gent bewaarde schilderijen, zoals De ijsvogels, en Meisjes in het veld, mooie voorbeelden zijn. Zoals bekend heeft de stad Brugge op Fernand Khnopff een grote indruk gemaakt, hij verbleef er als kind. Tussen 1902 en 1904 schilderde hij diverse werken die een beeld geven van het wegkwijnende Brugge. Uit de Groeningecollectie wordt in Gent Secret-Reflet getoond, een werk uit 1902 waarin twee tekeningen in een vergulde lijst samengevoegd zijn. De onderste potloodtekening toont de gotische zijgevel van het middeleeuwse Sint-Janshospitaal in Brugge, en de weerkaatsing ervan in het water van de rei. In de bovenste pasteltekening portretteerde Khnopff zijn zuster, Marguerite, voor wie hij grote bewondering had. Haar gelaatstrekken komen in veel van zijn werken voor. Zo bijvoorbeeld ook in een de pastel- en houtskooltekening Wierook, een werk dat pas sedert vorig jaar deel uitmaakt van de verzameling van het Gentse museum. Het Groeningemuseum heeft een uitstekende, maar weinig bekende verzameling van Vlaamse expressionisten. Aan een van hen, Edgard Tytgat, wordt in Gent een hele zaal gewijd. Daar zijn heel wat erotische voorstellingen bij, zowel werken uit Brugge als uit Gent. In Antwerpen wordt een dertigtal werken van meesters uit de 16de, 17de en de 18de eeuw uit de Brugse collectie gepresenteerd. Het gaat onder meer om schilderijen van Ambrosius Benson, Jan Provoost, Jacob van Oost de Oude, Joseph Benoit Suvée en François Joseph Kinsoen. Ook in Antwerpen wordt een confrontatie georganiseerd, zij het van een andere aard dan in Gent. In Antwerpen worden bijvoorbeeld twee schilderijen samengebracht die het thema van de heilige Magdalena uitbeelden. De werken zijn wel van een andere schilder. Het Antwerpse museum bezit een Magdalena-schilderij van Quinten Metsijs, het Brugs museum een van Ambrosius Benson. De Magdalena toegeschreven aan Metsijs (ca. 1466-1530) sluit nog nauw aan bij de traditie van de Vlaamse Primitieven, wat vooral tot uiting komt in het achtergrondlandschap. Maar de verfijnde uitwerking van de haartooi doet minder Vlaams aan, daar is de invloed van Leonardo da Vinci merkbaar. De Magdalena van Metsijs bevindt zich op de breuklijn van gotiek en renaissance. Voor Ambrosius Benson (ca. 1499-1550) vormde Magdalena een geliefkoosd onderwerp. Van zijn atelier is een twintigtal versies bekend. Benson, afkomstig uit Lombardije, is duidelijk opgeleid volgens de traditie van zijn eigen land. Het klassieke gelaatstype met de Rafaël-mond en de sfumato doen zeer Italiaans aan. Benson had volledig met de traditie van de Vlaamse Primitieven gebroken.Museum voor Schone Kunsten, Citadelpark, 9000 Gent, en Koninklijk Museum voor Schone Kunsten, Leopold De Waelplaats, 2000 Antwerpen. Van 26 januari tot 27 oktober. In Gent is het museum open van dinsdag tot zondag van 10 tot 18 uur, in Antwerpen van dinsdag tot zondag van 10 tot 17 uur. Toegang: 2,5 . Tel.: 09/222.17.03 en 03/238.78.09. De gebaren van de zielDe Spaanse kunstenaar José Antonio Orts presenteert in Brussel een choreografisch en muzikaal project met als titel Antropofonías. Orts creëerde een plek waar visualiteit, licht, beweging en geluid op een indringende wijze met elkaar verbonden worden. Zijn installatie bestaat uit een serie totemachtige sculpturen die in een cirkel opgesteld staan. Het geluid dat zij maken is helemaal afhankelijk van de beweging die de toeschouwer maakt. In de objecten zijn fotocellen ingebouwd. Ze zijn ontworpen om de gebaren en de bewegingen van dansers of toeschouwers te vatten, en ze om te zetten in muzikale noten en harmonie. Daardoor ontstaat een ingrijpende identificatie tussen muziek en persoon. De installatie behoort dus niet alleen tot de beeldende kunst, zij is een soort muziekinstrument, waarop gespeeld kan worden zonder het aan te raken. Cervantes Instituut, Tervurenlaan 64, 1040 Brussel. Tel.: 02/737.01.90. Van 18 januari tot 1 februari. Elke dag toegankelijk, behalve op zondag, van 10 tot 18 uur. Samenstelling: Bert POPELIER