grondwet voor EuropaKris van Haver

De ontwerpgrondwet van de Europese Unie krijgt stilaan vorm. Over drie weken moet de voorzitter van de Europese Conventie, Valery Giscard D'Estaing, verslag uitbrengen bij de EU-leiders. Die moeten dan een regeringsconferentie samenroepen om het grondwettelijke verdrag in zijn vaste vorm te gieten. Begin deze week maakte het presidium van de Europese Conventie de ontwerpteksten voor de Europese grondwet openbaar. Het pakketje van honderden pagina's is op het eerste gezicht niet echt een vereenvoudiging van de bestaande EU-wetgeving. De grote verwachtingen die de geboorte van deze Conventie kenmerkten, maakt stilaan plaats voor ontgoocheling. Er zijn natuurlijk wel duidelijke elementen van vooruitgang in de nieuwe grondwet. Zo komt er een eenvoudigere wetgevingsprocedure, meer wetgevende macht voor het Europees Parlement en minder unanimiteit in de beslissingen van de EU-ministerraad. Een Europese minister van Buitenlandse Zaken moet ervoor zorgen dat Europa op het internationale toneel met een stem spreekt. En de nauwere samenwerking voor defensie tussen een beperkt aantal lidstaten wordt mogelijk. Toch worden die verbeteringen aan de werking van Europa in de schaduw gezet door de teleurstellingen in de ontwerptekst. Op enkele cruciale beleidsvlakken, zoals fiscaliteit, blijft eenparigheid de regel. Dat is een gemiste kans. Ook de bepaling dat de Europese Centrale Bank prioritair aan inflatiebestrijding moet doen, bleef ongewijzigd. Lidstaten die uit de Unie kunnen stappen, krijgen nu een standaardprocedure voor scheiding. Na twee jaar kan een land, zelfs zonder akkoord met de overige EU-landen, de deur dichttrekken. Bovendien moet de nieuwe grondwet nog altijd door alle lidstaten goedgekeurd en bekrachtigd worden. Wat er gebeurt als een land het grondwettelijke verdrag niet bekrachtigt, blijft helaas onduidelijk. Europa gaat de komende jaren dus een echte lijdensweg tegemoet. Want nu al gaan in veel lidstaten, ook in Belgie, stemmen op om de Europese grondwet aan de toets van een referendum te onderwerpen. Alsof die chaos niet volstaat, moet Europa volgend jaar aan de grootste operatie uit zijn geschiedenis beginnen: de uitbreiding met tien nieuwe lidstaten. Anders dan bij de vorige toetredingen gaat het om armere landen. En dat op een ogenblik waarop de economische situatie in tal van Europese landen desastreus is. De ontwerpgrondwet geeft de EU evenwel niet meer uitzicht op eigen middelen. Het geld dat er is, moet dus onder tien landen meer verdeeld worden. De EU-landen en hun vertegenwoordigers in de Conventie hebben het voorbije jaar niet de moed gehad op die crisissen te anticiperen. Dat is meer dan jammer.