Guy Verhofstadt, premier, over zijn bezigheden

Soms vraagt men mij wel eens wat ik doe op mijn bureau. Wel, ik probeer het zenuwknooppunt te zijn waar alle lijnen samenkomen. Ik probeer stimulansen te geven. Ik vraag mensen om met hun plan of ontwerp voor de dag te komen, om deze of gene te overtuigen. KnackJo van Damme, columnist, over satire en debatcultuur in VlaanderenWe zijn zo beschaafd en vriendelijk. Het moet allemaal goedgeluimd blijven. Geef toe, de columns die ik schrijf, zijn goedmoedig en licht ironisch maar toch hoor ik van mensen dat ik cynisch ben. Als dat al cynisch is, dan moet je niet aan satire beginnen. Je krijgt ook zo weinig reactie als je iemand schoffeert. Iemand als Hugo Camps, bijvoorbeeld, schrijft de vreselijkste dingen over bepaalde mensen, maar daar kijkt geen kip van op. Mensen incasseren, kroppen het op en likken hun wonden. Of in mijn geval, schaafwondjes. Soms is dat wel frustrerend. Als je denkt: nu ga ik er eens een lap op geven, dan hoor je dat pas maanden later. Wat polemiek zou wel mogen. Er wordt af en toe eens gescholden als iemand tot in het diepst van zijn ziel geraakt is, maar verder gaat het niet. MaoMagazine dat schrijft dat Jan Verheyen een dik gat heeft en een nog grotere geit is dan Bruno Wyndaele, waarop Verheyen reageert dat Raf Sauviller een cryptocommunist is die met grote autos rijdt... Dat is toch niet echt het niveau waarop ik mij wil bewegen. Of als ik zie hoe de grote denkers van Vlaanderen, zoals Kristien Hemmerechts en Geert van Istendael, bakkeleien over het al dan niet gerechtvaardigd gebruik van het woord neger, bijzonder interessant allemaal.Knack FocusPeter Vasterman, docent massacommunicatie aan de Hogeschool Utrecht, over de recente mediahype rond een bacteriële epidemie in NederlandDe concurrentie tussen de media is groot, want er zijn veel media. En alle media willen zich onderscheiden. Bij zon onderwerp als de meningokokkenziekte vraagt iedereen zich af of er een nieuwe invalshoek te bedenken valt, en of er nog nieuwe bronnen kunnen worden bedacht om te raadplegen. Het positieve daarvan is dat problemen goed worden uitgezocht en dat zon onderzoek nieuwe feiten boven water kan halen. Het negatieve aspect is dat het tot een enorme overschatting kan leiden van het verschijnsel en de risicos. Dat gebeurt heel vaak bij risico-onderwerpen. Je ziet het bijvoorbeeld ook bij genetische modificatie en DNA-onderzoek. Er is een soort overgang in de berichtgeving: eerst worden de risicos en de context geschetst, daarna krijg je de nieuwsverslaggeving, en daarin gaan dingen een eigen leven leiden. Dat zou eens moeten worden onderzocht: hoe die processen van berichtgeving en van daaropvolgende onrust samenhangen. De Volkskrant