Advertentie
Advertentie

Handel in reproducties

De firma Goupil ons nu vooral bekend omdat de beide Van Goghs er werkten zat in de kunsthandel, opereerde vanuit Frankrijk, bouwde een netwerk uit van filialen op alle continenten. Het was een belangrijke speler op de dan al zeer internationale kunstmarkt. De kunstschilder Jean-Léon Gérôme (1824-1904) trouwde in de familie Goupil en mengde zo liefde en zaken. Hij is nu zo goed als vergeten, maar was toen razend populair.Als perfecte vakman vertelde hij in grote doeken episodes uit de antieke wereld, de Franse geschiedenis, Moorse taferelen, erotische evocaties. Hij was een grote vertegenwoordiger van de 19de-eeuwse vertellende schilderkunst, van het academisme dat glansloos ten onder ging als art pompier na een hardnekkig verzet tegen de modernen. Er hoorde geen Manet in de Ecole des Beaux-Arts; geen schenking Caillebotte in het Musée du Luxembourg, vond Gérôme. Maar in het begin van de twintigste eeuw was zijn rol uitgespeeld.De tentoonstelling Gérôme & Goupil in het Musée Goupil in Bordeaux bestudeert hoe kunst onder het Second Empire en de Derde Republiek via een galerie gecommercialiseerd werd. Niet alleen door de verkoop van het oorspronkelijke kunstwerk, maar ook door lucratieve handel in reproducties. Stevige contracten met auteursrechtelijke clausules tonen aan hoezeer kunst en prentindustrie vervlochten waren. Goupil verdiende niet alleen als galeriehouder, maar ook als verkoper van gravures en prenten. Hij sloot van bij het begin met successchilders als Ary Scheffer en Paul Delaroche (leraar van Gérôme) lucratieve contracten af over reproductierechten. In verschillende formaten, prijsklassen en technieken gravure, lithografie, fotografie, fotogravure,... werd de beeldhongerige markt bestookt. De schilder koos onderwerpen in functie van de prentenmarkt. Hij moest niet alleen de kunstmarkt, maar evenzeer de populaire prentenmarkt in het oog houden. Schilderen werd tot het ontwerpen van een prototype dat dan in veelvoud en goedkoop bij de klant kwam. De academische schilderkunst was een kunstvorm die zich leende tot reductie tot illustratie. Verklein het formaat, laat kleur en de materialiteit van het doek weg, je houdt nog steeds de kern van dat soort schilderkunst over, namelijk de dramatische scène. Het moet erkend, Gérôme kon dat als de beste. Plaatsing van de figuren, studie van houding en uitdrukking, accurate archeologische research, zin voor sensatie en erotiek, schitterende kostumeringen en décor, virtuoze trefzekerheid in de keuze van het juiste standpunt om van daaruit de scène engagerend te laten zien. Zowel de Executie van Maarschalk Ney (1868) als de twee gladiatorenbeelden bij uitstek Pollice verso (1972) en Ave Caesar (1859) blijven overweldigend, ook al ervaren we het als kitsch. De latere kostuumfilms en Bijbel-verfilmingen zijn erfgenamen van deze traditie.De ambitie van deze kunst bestaat erin een zo overtuigend mogelijk illusionisme te creëren. Niet alleen een optisch illusionisme, maar ook een dramatisch en historisch illusionisme. Gérôme streefde geen fantasie na, maar een accurate reconstructie die deel uitmaakte van archeologische debatten over zuilen, wandversiering, de vorm van zwaarden, de betekenis van gebaren enz. Een hele wereld van kennis kwam op zon doek terecht. Deze leerprenten dienden een heel ander concept van het geschilderde beeld dan wij vandaag gewend zijn. Die verschuiving blijkt als men de tentoonstelling Gérôme & Goupil overdenkt veel met de reproduceerbaarheid van de illustratieve kunst te maken te hebben. De kunst als prent doet het handwerk immers verdwijnen achter le fini, de quasi-fotografische afwerking. Een Rubens of een late Tiziaan kopiëren is ondoenlijk omdat de textuur er zo prominent aanwezig is. Dat virtuoze handwerk was steeds onderdeel geweest van de kunst van het schilderen. Maar de geschilderde prent negeert die actieve, performatieve dimensie van het schilderen.De modernen wilden het oppervlak zijn rol teruggeven in het totale beeld. Het afgebeelde wint aan kracht als je de inspiratie van het afbeelden zelf laat meespelen. Het schilderen zelf werd een deel van het drama. Dit betekende echter dat de reproductie vooral geschikt om het vertelde onderwerp weer te geven in een kwalijk daglicht kwam te staan. Het schilderij als neerslag van de schildersact, als spoor van het traject van een hand kan per definitie niet gereproduceerd worden. De logica van de reproducerende kopie staat haaks op de nieuwe performatieve logica van het schilderen. Het schilderen werd een echt live-gebeuren waar het schilderij de sporen van vastlegde. Van Gogh, die als geen ander voor het grote publiek dat performatieve schilderen incarneert, werkte bij Goupil, was een grote bewonderaar van de schilderkunst als vertellende prent, verzamelde vele reproducties en inspireerde er zich op. Niets is paradoxaler dan die ontmoeting bij de firma Goupil van de academische schilder Gérôme en de moderne schilder Van Gogh. Van het spektakel in het beeld, naar het spektakel van het beeld zelf. Van de reproduceerbare Gérôme, naar de vervalsbare Van Gogh. DLGérôme & Goupil, Art et Entreprise, in het Musée Goupil, 40 - 50 Cours du Médoc, Bordeaux, tot 14 januari.