Advertentie
Advertentie

Happen uit de geschiedenis

De zesde eeuw was in Europa allesbehalve een gouden tijd: het Romeinse Rijk was definitief ingestort, de economie en het sociale leven gingen er net als de bevolking sterk op achteruit, omvangrijke pestepidemieën woedden ongecontroleerd, grote bevolkingsgroepen trokken over het continent. Het centrale en morele gezag van Rome verdween terwijl de Kerk van haar kant probeerde de klassieke kennis te bewaren. Enige duidelijke staatkundige structuur ontbrak, krijgsheren allerhande belaagden elkaars grondgebied, het algemeen welzijn ging sterk achteruit, wat er al aan steden bestond werd ontvolkt, mensen keerden terug naar de meest primitieve manieren van landbouw om te overleven. Helemaal barbaars waren de tijden evenwel niet. Het grote licht van de christelijke Kerk probeerde de geesten van de mensen te verhelderen, het Latijn was de universele taal van de kennis, en een intellectueel als Gregorius, bisschop van Tours (538-594), was in staat een uitgebreid letterkundig werk voor het nageslacht achter te laten. Veel later zou hij door het leven gaan als de vader van de Franse geschiedenis, een notie die even koppig als onterecht is. Dat misverstand heeft te maken met de opeenvolgende redacties en uitgaven van zijn voornaamste werk, dat simpelweg Historiae heet Historiën en dat lange tijd na zijn dood, opgenomen in bloemlezingen of slechts fragmentarisch uitgegeven, bekendheid kreeg als Historia Francorum. Tussen de tiende en de vijftiende eeuw verscheen een hele serie handschriften onder die naam al had Gregorius in zijn eigen oorspronkelijke handschrift er voor gewaarschuwd dat zijn werk van dergelijke redactionele ingrepen diende gevrijwaard te blijven. Het hielp niet, en tot in onze tijd blijft hij de aartsvader van de Franse geschiedenis. Zelfs in hedendaagse encyclopedieën blijft de vergissing vaak gehandhaafd.Toch gaat zijn boek niet alleen over de Franken en zeker is het geen geschiedenis van Frankrijk, dat in zijn tijd nog niet bestond. Evenmin heeft hij Frankrijk uitgevonden, al willen sommige Franse historici dat zo graag hebben. Gregorius leefde immers in een overgangsperiode. Het oude Gallië had vijf eeuwen deel uitgemaakt van het Romeinse Rijk, maar werd nu door de Franken overheerst. Gregorius leefde niet meer in wat wij de Klassieke Oudheid noemen, maar aan het prille begin van de Middeleeuwen de voorlopig nog duistere Middeleeuwen, ook al is die term weer niet helemaal terecht. Gregorius was afkomstig uit een nobele familie die uit de Auvergne stamde en werd bisschop van de Loirestad Tours in 537. Zijn interesse voor geschiedenis kwam er toen hij zich actief stortte in het politieke leven van zijn tijd, waarbij hij vaak de rechten van de Kerk moest verdedigen. Hij deed dat met humor, maar zonder te vergeten de vele wonderen en wonderlijke genezingen te vermelden die heilige mannen en soms vrouwen in naam van de enige echte God vermochten te verrichten. Maar hij vermeldt ook de twisten, gevechten, aanslagen en moorden die in zijn tijd niet weinig voorkwamen. Van een ander kaliber zijn de Discorsi van Niccollo Machiavelli, evenals het boek van Gregorius in vertaling uitgegeven door Ambo. Machiavelli (1469-1527) leefde bijna een millennium na Gregorius en dankt zijn faam aan twee tractaten, deze omvangrijke Discorsi en het doorgaans vaker geciteerde Il Principe. Wie in Florence passeert kan niet naast de man kijken: hij was een puur product van het Florence van Lorenzo il Magnifico, op het hoogtepunt van de Italiaanse renaissance. Maar pas toen de Medicis al vier jaar uit de stad verdreven waren, in 1498, begon Machiavelli aan zijn openbare leven. Veertien jaar lang was hij secretaris van de Consiglio dei Dieci die de stad bestuurde en vertrouweling van het voor het leven verkozen staatshoofd Piero Soderini. Hij hield zich bezig met administratie en militaire organisatie van de stad en voerde diplomatieke missies uit, zodat hij in staat was enkele van de belangrijkste machthebbers van zijn tijd te bezoeken. Scherpzinnige waarnemer als hij was, en hartstochtelijke politicus, was hij in staat de eigenheden van het politieke vertoon te analyseren, wat hem in zijn meesterwerk, het cynische Il Principe (1513), van pas kwam. Met de terugkeer van de Medicis in 1512 kwam aan de carrière van Machiavelli een einde. Hij werd gevangen gezet maar niet veroordeeld. Met zijn gezin zag hij zich verplicht zich op zijn landgoed terug te trekken, waar hij zijn boeken schreef. In 1516 begon hij aan de Discorsi sopra la prima deca di Tito Livio verhandelingen over politiek en staatsbestuur, die de vergelijking trokken tussen het Florence van zijn tijd en het Rome van de klassieke historicus Titus Livius (die stierf in het jaar twaalf van onze tijdrekening).In zijn eigen tijd zag hij de Italiaanse staten ten prooi vallen aan invallen van buitenlandse legers, hun macht gebroken, vaak door interne twisten en onderlinge verdeeldheid. Wat konden de Italianen zelf doen om dit tij te keren en weer een verzameling machtige staten te worden? Die vraag probeerde hij in de Discorsi te beantwoorden. GELGregorius van Tours - Historiën - Vertaald en van aantekeningen voorzien door F.J.A.M. Meijer en uitgebreid ingeleid door M.A. Wes., 2000, Amsterdam, Ambo,671 blz., ISBN 90 263 1633X.Niccolo Machiavelli - Discorsi; Gedachten over staat en politiek - Vertaald, ingeleid en toegelicht door Paul van Heck. 2000 , Amsterdam, Ambo, 579 blz., ISBN 90 263 16321.